Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Huurrecht begrepen Samenvatting

Rating
5.0
(1)
Sold
5
Pages
23
Uploaded on
27-03-2020
Written in
2019/2020

Dit is een samenvatting van de derde druk van Huurrecht Begrepen. Deze samenvatting bevat alle hoofdstukken (1 t/m 4) die je nodig hebt om het tentamen van periode C van eerste jaars SJD aan de HU te maken.

Institution
Course

Content preview

Huurrecht begrepen - Samenvatting

1. Inleiding
1.1 Wat is huur?
Het huurrecht is opgenomen in titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Huur kan betrekking
hebben op allerlei verschillende zaken, zoals roerende en onroerende, gebouwde en ongebouwde
zaken. Naast de wettelijke bepalingen zijn er ook nog lagere regelgeving die wordt besloten door de
minister van Veiligheid en Justitie en de minister voor Wonen en Rijksdienst.

Elk beginpunt van elke huurovereenkomst is de wet. In art. 7:201 BW staat de definitie van een
huurovereenkomst. Uit de drie leden van dit artikel volgen drie essentiële kenmerken:
- Het verschaffen van het gebruik van een bepaalde zaak of vermogensrecht (lid 2)
- De tegenprestatie (lid 1)
- Negatief geformuleerd: pacht is geen huur (lid 3)
Als de gestelde zaak een landbouwbestemming heeft, is er geen sprake van een huur-, maar van een
pachtovereenkomst (geregeld in artikelen 7:311-404 BW).

Als een huurovereenkomst voldoet aan deze eisen, is het altijd een huurovereenkomst, ongeacht of
partijen voor ogen hadden om een huurovereenkomst te sluiten of hoe ze de overeenkomst
noemen.

1.2 Wat kun je huren? Schema overzicht huurobjecten
Volgens de wet kun je zaken en vermogensrechten huren. Afhankelijk van het huurobject kunnen er
verschillende wetsartikelen van toepassing zijn.




Als het gehuurde een roerende zaak is, een ongebouwde onroerende zaak (behalve landbouwgrond)
of een vermogensrecht, dan zijn uitsluitend artikelen 7:201-231 BW toepasselijk met uitzondering
van artikel 7:230a BW.



1

,Ongebouwde roerende zaken is letterlijk ongebouwd. Hieronder vallen onder andere lege grond, een
leeg terrein (ook als het verhard is) en ook een stuk grond met daarbij de verplichting van de huurder
om het te bebouwen.
Gebouwde onroerende zaken: de wet maakt onderscheid tussen woonruimte (art. 7:233 BW),
middenstandsbedrijfsruimte (art. 290 lid 2 BW, ook wel 290-bedrijfsruimte) en overige gebouwde
zaken (negatief gedefinieerd als restcategorie: art. 7:230a BW, ook wel 230a-bedrijfruimte). Voor
deze zaken gelden dus specifieke wettelijke bepalingen, de zogenoemde huurregimes.

1.3 (Semi)dwingend recht
De aard van de bepalingen kennen verschillende mogelijkheden:

Regelend recht (of aanvullend recht)
Bij regelend recht kunnen huurder en verhuurder er gewoon vanaf wijken. Als zij dit niet doen, is het
regelende recht van toepassing. Bijvoorbeeld art. 7:221 BW, welke onderhuur toestaat, is van
regelend recht. Partijen kunnen in het huurcontract opnemen dat onderhuur niet is toegestaan.

Semidwingend recht
Bij semidwingend recht kunnen huurder en verhuurder hiervan afwijken, zolang dit niet ten nadele is
van de huurder. Als er wel een bepaling van semidwingend recht ten nadele van de huurder is
opgenomen, kan de huurder deze clausule vernietigen en is deze niet meer van toepassing. Als de
huurder dit niet doet, is de overeengekomen clausule wel van toepassing.

Dwingend recht
Bij dwingend recht kunnen huurder en verhuurder niet van de bepaling afwijken. Doen partijen dat
toch, dan is de bepaling nietig en heeft deze geen werking.

In de wet is opgenomen welke artikelen van (semi)dwingend recht zijn (tabel boek blz. 19,20).

1.4 Ontstaan huurovereenkomst
Algemene bepalingen van het BW over de totstandkoming van een overeenkomst en
rechtshandeling zijn ook van toepassing op de totstandkoming van een huurovereenkomst. Dus een
huurovereenkomst kan ook mondeling worden gesloten en partijen hoeven niet per se
overeenstemming hebben bereikt over details, maar wel over de essentialia.
Als partijen bijvoorbeeld niets overeen zijn gekomen over de duur of de opzegtermijn, zijn ze
aangewezen op de (aanvullende) wettelijke bepalingen van het huurrecht.


2. Algemene bepalingen van het huurrecht
2.1 Verplichtingen verhuurder
Art. 7:203 BW: de verhuurder is verplicht het huurobject ter beschikking te stellen en te laten van de
huurder. Zie verdere uitwerking in paragraaf 2.3.

2.2 Verplichtingen huurder
De verplichtingen van de huurder staan in de artikelen 7:212-225 BW. Belangrijkste verplichtingen:
- Het voldoen van de tegenprestatie (huurprijs).
- De huurder moet gedurende de hele huurtermijn goed voor het gehuurde zorgen (art. 7:213
BW). Het gehuurde hoeft niet per se gebruikt te worden, maar dit is afhankelijk van de zaak.
Bijvoorbeeld een renpaard wordt minder waard als er niet op wordt gereden, een fiets niet.
Zo kan ook een woning minder uitstraling krijgen of sneller gekraakt worden bij leegstand.



2

, Dus vaak wordt de verplichting tot gebruik (exploitatieplicht) in de huurovereenkomst (of
algemene bepalingen) expliciet opgenomen.
- De huurder is verplicht het gehuurde uitsluitend te gebruiken conform de overeengekomen
bestemming (art. 7:214 BW). Als de huurder dit wijzigt, heeft hij (schriftelijke, mondelinge of
stilzwijgende) instemming van de verhuurder nodig. Anders is het een tekortkoming in de
nakoming.

2.3 Het begrip gebrek
Gebrek (art. 7:204 BW): verstoring van het huurgenot. Dat betekent dat bijna alles wat mis is met het
gehuurde kan worden als een gebrek kan worden aangemerkt.
De wettelijke definitie van ‘gebrek’ hanteert een objectieve genotsverwachting. Dus niet wat de
huurder in kwestie mag verwachten, maar wat een huurder in het algemeen mag verwachten van
een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft. Ook
omstandigheden die als bekend konden worden beschouwd of zichtbaar waren bij het aangaan van
de huurovereenkomst kunnen als een gebrek worden aangemerkt.

Als het gebrek aan de huurder is toe te rekenen, dan is er geen gebrek in de zin van de wet.
In art. 7:204 lid 3 BW worden nog twee uitzonderingen genoemd: de feitelijke stoornis door derden
en een bewering van recht zonder feitelijk stoornis.
Feitelijke stoornis door derden: stoornissen die niet door de verhuurder worden veroorzaakt en ook
niet in het gehuurde zijn gelegen, en die de verhuurder evenmin zelf kan (doen) verhelpen.
Bewering van recht zonder feitelijke stoornis: bijvoorbeeld een derde die beweert ook een
huurovereenkomst te hebben voor jouw woning, maar die er verder geen werk van maakt. De
huurder heeft er dan geen last van.

2.4 Aanspraken huurder op grond van gebrek
Als er sprake is van een gebrek, geeft de gebrekenregeling de huurder een aantal bijzondere
aanspraken tegen de verhuurder, welke gelden naast de ‘gewone’ wettelijke bepalingen over
tekortschieten in de nakoming, tot betaling van schadevergoeding en (gedeeltelijke) ontbinding van
de overeenkomst. Naast deze vorderingen kan de huurder een beroep doen op bijvoorbeeld
opschorting en verrekening.

De huurder kan nog eisen:
- Herstel van het gebrek (art. 7:206 BW)
- Huurprijsvermindering (art. 7:207 BW)
- Schadevergoeding (art. 7:208 BW)
- Ontbinden als het gehuurde geheel vergaat (art. 7:210 BW)

De herstelverplichting
De verhuurder is verplicht een gebrek te herstellen als de huurder erom vraagt, ongeacht de oorzaak
van het gebrek, tenzij dat onmogelijk is of uitgaven vereist die in de gegeven omstandigheden
redelijkerwijs niet van de verhuurder zijn te vragen.
De verhuurder is niet verplicht tot kleine herstellingen waarvoor de huurder aansprakelijk is, noch
voor gebreken die door toedoen van de huurder zijn ontstaan.
Kleine herstellingen: werkzaamheden die de gemiddeld handige huurder zelf kan verrichten en die
niet al te kostbaar zijn.

Als de verhuurder niet overgaat tot herstel van het gebrek nadat de huurder hem daarom geeft
gevraagd, schiet de verhuurder toerekenbaar tekort in de nakoming van zijn herstelverplichting. Alle
‘gewone’ bevoegdheden worden via de wet nu aan de huurder toegekend.


3

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1 t/m 4 (voor het tentamen heb je h5 niet nodig)
Uploaded on
March 27, 2020
Number of pages
23
Written in
2019/2020
Type
SUMMARY

Subjects

$4.69
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
4 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
gerrrie Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
88
Member since
6 year
Number of followers
77
Documents
0
Last sold
1 month ago

3.3

9 reviews

5
1
4
4
3
2
2
1
1
1

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions