100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting CGO Hoofdstuk 5 - angststoornissen

Rating
-
Sold
-
Pages
15
Uploaded on
03-12-2024
Written in
2023/2024

In deze samenvatting wordt de literatuur behandeld over angststoornissen voor het vak CGO wat valt onder de verpleegkundige kennis in het GGZ blok.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
December 3, 2024
Number of pages
15
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 5: angststoornissen
5.1
Angststoornissen zijn psychiatrische aandoeningen waarbij pathologische angst het belangrijkste
symptoom is.
Pathologische angst = wanneer na een angstprikkel een ongewoon heftige of langdurige angst
ontstaat, of wanneer angst zonder angstprikkel aanwezig is.
Angst gaat gepaard met lichamelijke reacties  versnelde hartslag, snelle ademhaling, verhoogde
spierspanning en alertheid.

5.2: DSM-5 classificatie:
In DSM_5 is groep angststoornissen ingedeeld in 3 grote groepen:
- Angststoornissen.
- Obsessief-compulsieve en verwante stoornissen.
- Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen.
Onderverdeling blz. 59 in boek.

5.3:
Van separatieangststoornis spreekt men wanneer iemand overdreven bang is van thuis of van
hechtingspersonen gescheiden te worden.
Bij kinderen jaar prevalentie van 4% bij volwassenen van 1%.

Selectief mutisme is zeer zeldzame aandoening, waarvan de prevalentie in bevolking onbekend is.
Stoornis komt vrijwel alleen bij kinderen voor, in alle leeftijdsklassen.
Kenmerkt zich doordat de kinderen, die erg verlegen en sociaal angstig zijn, consequent niet spreken
in situaties waarin die wel van hen verwacht wordt.

5.3.1: paniekstoornissen en agorafobie:
Paniekaanvallen = plotselinge opkomende aanvallen van angst die gepaard gaan met scala van
lichamelijke verschijnselen, waarbij de persoon bang is om dood te gaan, gek te worden en de
controle over zich zelf te verliezen.
Komt zeer plotseling op, bereikt binnen 10 min een hoogtepunt en neemt daarna geleidelijk af.
Na aanval kan een langdurend onbestemd gevoel van gespannenheid blijven bestaan.

Ongeveer 10% van algemene bevolking maakt per jaar minimaal 1 keer een paniekaanval door.
Er wordt pas van een paniekstoornis gesproken wanneer de paniekaanvallen onverwachts zijn, zich
blijven herhalen, of wanneer er sprake er een maladaptieve gedragsveranderingen plaatsvindt in
samenhang met de paniekaanvallen. (vermijden angstige situaties).

In diagnostiek aandacht besteden aan het bestaan van comorbide paniekaanvallen, omdat deze
gevolgen, beloop en behandeling vrijwel alle psychische stoornissen negatief beïnvloeden.
Ook kan vermijdingsgedrag ontstaan, waarbij situaties waarin een paniekaanval zou kunne optreden
worden vermeden  Agorafobie.
Het gaat vooral om situaties waarin vluchten moeilijk is en hulp niet snel beschikbaar is.
Vaak speelt ook schaamte voor het optreden van een aanval mee.
Agorafobie kan sterk wisselen in heftigheid: van vermijden van enkele situaties tot aan huis
vastgebonden zijn.

Paniekstoornis met of zonder agorafobie komt vaker voor bij vrouwen.
Klachten beginnen meestal tussen 20 en 30 jaar.
Beloop is doorgaans episodisch.
Het hebben van een paniekstoornis heeft vaak ook veel impact op naasten.

, 5.3.2: sociale angststoornis (sociale fobie):
Bij sociale angststoornis is de betrokkene bevreesd om zich zelf in allerlei sociale situaties belachelijk
te maken, kritiek van anderen te krijgen of niet goed aan de eisen kunnen voldoen die de situatie
stelt.
Sociale situaties doorstaan met heftige angst, of worden vermeden.
De angst kan een vorm van een paniekaanval nemen.
Een paniekaanval bij een sociale angststoornis is altijd gerelateerd aan een sociale situatie.
Mensen met een sociale angststoornis gebruiken nog al eens alcohol voordat zij een sociale situatie
aangaan.  kan leiden tot alcoholmisbruik en verslaving.

Klachten van een sociale angststoornis beginnen meestal in de kinderjaren en komen iets meer voor
bij vrouwen.
Mensen met deze stoornis schamen zich vaak erg voor hun klachten.
De stoornis heeft een negatieve invloed op het algemeen dagelijks functioneren: minder scholing
volgen, werken beneden hun opleidingsniveau, zijn vaker werkeloos en hebben vaak geen partner.

5.3.3: gegeneraliseerde angststoornis:
Gegeneraliseerde angststoornis kenmerkt zich voornamelijk door het zich overmatig zorgen maken
over een aantal gebeurtenissen en activiteiten zonder dat daarvoor een aanleiding bestaat, samen
met chronische angst en zenuwachtigheid.
Gevoelens van gespannenheid, rusteloosheid en opgejaagdheid gaan gepaard met een scala van
lichamelijke klachten zoals: droge mond, hartkloppingen, beklemd gevoel op borst, duizeligheid,
wazig zien, misselijkheid, trillen ect.
Ook moeite met concentreren, overdreven schrikreacties en prikkelbaarheid worden vaak genoemd.
Patiënten zien overal gevaren die mogelijk optreden terwijl er geen aanleiding of reden voor is.

Komt meer voor bij vrouwen en de klachten beginnen vaak al i puberteit/adolescentie.
Kenmerkend voor gegeneraliseerde angststoornis is dat deze episodisch beloop heeft, met perioden
waarin het slechter en beter gaat.

Stoornis veroorzaakt duidelijke beperkingen in het dagelijks functioneren en patiënten hebben vaker
geen werk en geen partner.
Mensen met deze stoornis gebruiken nogal eens alcohol, wiet/hasj of benzodiazepinen om hun
angstklachten te verminderen.

5.3.4: specifieke fobie:
Een extreme en aanhoudende angst voor en vermijding van bepaalde objecten en situaties zijn de
kenmerken van een specifieke fobie.
Er wordt een onderverdeling gemaakt op basis van situaties of objecten, waarvoor de patiënt bang is.
Een specifieke fobie kan al op jonge leeftijd aanwezig zijn.

5.4: epidemiologie:
Prevalentie van angststoornissen is ong. 15%, bij totale psychiatrische morbiditeit van ong. 30%.
Aantal personen in Nederland met een angststoornis worden geschat op 1.061.200. (410.600 M &
650,600 V).
Incidentie in 2011 = 9,9 per 1000 mannen en 26,0 oer 1000 vrouwen.

Angststoornissen behoren tot de chronische aandoeningen, waarbij weinig spontaan herstel
optreedt.
In periode van stress kunnen klachten toenemen. Ze zijn wel goed behandelbaar.
Wanneer adequate therapie wordt toegepast is de prognose goed te noemen.
$9.48
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
roozie04

Get to know the seller

Seller avatar
roozie04 Hogeschool InHolland
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions