Anionen = negatieve metaalionen die worden ontstaan door een elektronenoverdracht.
Verhoudingsformule / formule-eenheid = geeft de verhouding van de ionen weer met zo
laag mogelijke natuurlijke getallen.
Covalente binding atoombinding = ontstaat door het gemeenschappelijk stellen van
valentie-elektronen tussen 2 niet-metalen.
Metaalbinding: ontstaat doordat metaalatomen hun valentie-elektronen loslaten en zo de
edelgasconfiguratie bereiken.
→ De positieve metaalionen ordenen zich in een metaalrooster.
legering = wanneer in het metaalrooster positieve metaalionen vervangen worden door
andere positieve metaalionen. (Homogeen mengsel)
Sterkte metaalbinding is afhankelijk van:
- Grootte metaalionen.
- Afstand tussen metaalionen.
Eigenschappen metalen in metaalbindingen:
- Goede geleiding van warmte en elektriciteit.
- Goede vervormbaarheid.
Soorten bindingen:
- Gewone atoombinding:
- Apolaire atoombinding (ENW = 0) → atoom verschuift niet.
- Polaire atoombinding (ENW ≠ 0) → Het atoom met het hoogste ENW
wordt negatief, en het atoom met het laagste ENW wordt positief.
- Datieve atoombinding = Heeft een donor (= Wanneer het gemeenschappelijk
elektronenpaar volledig afkomstig is van 1 atoom. Dat atoom heeft de
edelgasconfiguratie al bereikt) en acceptor (= Heeft 2 elektronen te kort voor de
edelgasconfiguratie).