Je bent in staat om een goede torische overrefractie uit te voeren volgens de protocollen van
Refractie 1.
Zie refractie 1.
Je begrijpt de verschillende stabilisatiesystemen van zachte torische lenzen.
Prismaballast
o Lens is onderaan zwaarder
o Watermeloenpit-principe
Truncatie
o Steunt op onderste ooglid
o 0,4-1,5 mm van onderkant lens wordt verwijderd
Dynamisch (double-thin zone)
o Lens is dikker op horizontale as
o Watermeloenpit-principe
o Reverse prisma’s
Dynamisch (accelerated stabilisation)
o Lens dikker in de midperiferie rond horizontale as
o Watermeloenpit-principe
o Geen prisma’s
Periballast
o Superior zo min mogelijk dikte
o Watermeloenpit-principe
o Verdikking in periferie rond 4- en 8 uur
Eccentric lenticulation
o Cilinder aan voorzijde lens
o Superior en inferior dunner
o Periferie nagenoeg overal gelijke dikte
Back surface toricity
o Cilinder aan binnenzijde lens
o Stabiliseert al op torische cornea
i.c.m. prismaballast goed resultaat
Je kunt zachte torische lenzen aanpassen.
N.v.t.
Je snapt welke factoren een invloed hebben op een succesvolle aanmeting en weet wat je kan
veranderen bij een achterblijvende visus of subjectieve klachten.
Invloed door:
Ooglidspanning
Stand oogleden
Lidspleet
Hoogte cilinder
, Anatomie oog
Type stabilisatie
Traanfilm
Mogelijke aanpassingen:
Passing lens
Traanvolume beïnvloeden
Lensmateriaal
Stabilisatie lens
Je kunt de deviatie noteren via TABO en daarmee de juiste as uitrekenen.
Altijd draaiing t.o.v. 0-/180 graden bekijken. Corrigeren vervolgens de andere kant op.
Je kunt de etiologie, symptomen en management benoemen van corneale staining.
Etiologie:
Mechanisch
o Lenspassing
o CA
Blootstelling
o Bevochtiging
Zachte lens: smilestaining
RGP: 3-/9 uur staining
Metabolisch
o Traandoorstroom (afvalstoffen vergiftigen epitheel)
Toxisch
o Conserveringsmiddelen
Diffuse staining
Infectieus
o Begint met epitheliaal defect
Allergisch
o Toxische respons