INHOUDSOPGAVE
ademhalingsstelsel............................................................................................................................................. 2
ademhaling .................................................................................................................................................... 2
anatomie bovenste luchtwegen ................................................................................................................ 2
Anatomie onderste luchtwegen ................................................................................................................ 5
HISTOLOGIE ADEMHALINGSSTELSEL ............................................................................................................. 7
Histologische structuur .............................................................................................................................. 7
gasuitwisseling door de longen ..................................................................................................................... 8
Verschillende vormen waarin O2 en CO2 aanwezig zijn in lichaam .......................................................... 8
Verschuiven zuurstofdissociatiecurve ..................................................................................................... 13
Koolzuurgasdissociatiecurve .................................................................................................................... 14
Regeling van de ademhaling ........................................................................................................................ 15
Plaatselijke regeling ademhaling............................................................................................................. 15
principe van homeostasis geregeld vanuit respiratoir centrum ............................................................ 15
Ademreflexen (niet zo bel- deel, wel bel- om te weten dat ze bestaan) .................................................... 18
Overige reflexen....................................................................................................................................... 19
pH en ademhaling ........................................................................................................................................ 19
Definitie van pH ....................................................................................................................................... 19
buffer ....................................................................................................................................................... 20
Respiratoire regulatie ZB balans .............................................................................................................. 21
Respiratoire acidose en alkalose ............................................................................................................. 21
bloedanalyses........................................................................................................................................... 22
1
, ADEMHALINGSSTELSEL
ADEMHALING
Ademhaling = omvat alle processen die tussenkomen id gasuitwisseling tss de cellen vh lichaam en de buitenwereld
Inwendige ademhaling: Gasuitwisseling ( O2 ) tussen cel en het extracellulaire, voor de biochemische reacties met de
aërobe energieproductie (ATP)
Uitwendige ademhaling: Uitwisseling tussen het extracellulaire milieu en de buitenwereld
Dit omvat :
- longventilatie (long-buitenwereld)
- gasuitwisseling tussen lucht in alveolen (longblaasjes) en bloed in longcapillairen
o alveolen = longblaasjes in een pulmonaire kwab/lobule
- vervoer ademhalingsgassen (uitwisseling bloed-interstitieel weefsel)
Hoofddoel ademhaling: ventileren vd longen zodanig dat de alveolaire lucht de ideale samenstelling heeft om de
concentratie in het bloed van O2 en CO2 ideaal te houden (Lich streeft nr homeostase > via AH kan je dat evenwicht
regelen-
Metabole taken long:
- Omzetting van angiotensine I in angiotensine II
- Verwijdering van stoffen uit de bloedbaan vb. serotonine
- buffer voor het bloedvolume
o bloed kan in venen van longen ‘wachten’ bij problemen van het hart: bij klonters wachten de RBC id
longen en kunnen daar oplossen voordat ze naar het hart gaan voor de grote bloedsomloop
o Buffer: bv teveel bloed in lich, kan er meer bloed id longen blijven staan
- opvang van kleine stolsels uit de veneuze lichaamsbloedsomloop voordat ze schade kunnen aanrichten in de
arteriën (hart en hersenen)
Anatomische begrippen:
- Bovenste luchtwegen : gedeelte boven de stembanden: Neus, Farynx (keel), Larynx (strottenhoofd)
- Onderste luchtwegen : gedeelte onder de stembanden: Trachea, longen
ANATOMIE BOVENSTE LUCHTWEGEN
- Neus
- Farynx
- Larynx
NEUS :
Beenderig kader
- Os ethmoidale
- Os frontale
- Os nasale
- Os maxillare
- Os palatini
- Vomer (neustussenschot)
- Neus traankanaal (zo verbinding v binnenzijde neus en oog)
2
, Conchae nasalis
Nasal conchae
Middle Nasal conchae
Inferior Nasal conchae
➔ Id opening ih midden gaan alle sinussen draineren (slijm, …)
Sinussen
Gepaard:
- de sinus maxillaris ( 4)
- de sinus frontalis (1)
- de sinus sphenoidalis (3)
- sinus ethmoidalis (2)
Sinus maxillaris en frontalis draineren naar sinus ethmoidalis die op zijn
beurt draineert naar de middelste neusgang dwz onder conchae nasilis
media. (zie tekening bij conchae nasalis)
De functie vd sinussen :
- Resonantie vd stem (doordat het een holte is)
- Bijdrage aan bevochtigen, opwarmen en filteren van de lucht
- Gewicht van schedel verminderen (doordat het een holte is)
Trilhaardragend cylindrisch epitheel met slijmklieren (Slijmvliezen werken tegen bacterien, stofjes, …)
- zorgt voor mechanische en immunologische afweer.
- ook veel bloedvaatjes.
- De trilhaarslag gaat richting nasopharynx.
- Slijm (en stofpartikels) via kleine openingen (ostia) in wand sinussen naar neusholte
o Ostia (openingen vd sinussen) gemakkelijk verstopt raken bij zwelling slijmvlies (verkoudheid
/allergie)
o sinusitis als afvoer uit holten wordt belemmerd.
3