3. Opkomst van het totalitarisme tijdens het interbellum
- het algemeen enkelvoudig stemrecht werd ingevoerd na WO I in veel
Europese landen
dit had ingrijpende gevolgen:
geen enkele partij haalde nog de absolute meerderheid
homogene partijregeringen konden niet meer gevormd worden,
verschillende partijen moesten hierdoor samenwerken om een
coalitieregering te krijgen
om een goede coalitie te vormen moesten de parlementsleden
aan partijdiscipline doen
= de particratie (= politieke partijen vormen de primaire basis) brak door
dit leidde tot een paradox (= verandering van beeld)
leidde tot politieke instabiliteit en kreeg de keizer gevoel van
machteloosheid + de onzekerheid groeide door de economische
wereldcrisis in 1930
men verloor hun vertrouwen in traditionele partijen en zochten
hulp bij extreem linkse of rechtse partijen
- in Rusland, Italië en Duitsland komen regimes aan de macht die de
democratie vernietigen, ook andere Europese landen zullen extreme
partijen veel aanhangers krijgen
- wat is het totalitarisme?
1. - er is 1 staatsideologie die door iedereen geloofd moet worden
- er is slechts 1 partij toegestaan en de democratie wordt afgeschaft
- 1 leider neemt de macht en wordt verheerlijkt
- de individu is ondergeschikt aan de massa
2. - er wordt geweld en intimidatie gebruikt om de ideologie op te
leggen
- andersdenkenden en tegenstanders worden uit de weg geruimd
- er wordt gebruik gemaakt van strafkampen en geheime politie
3. - media, onderwijs en kunst worden gebruikt als propaganda
- er is geen persvrijheid en geschiedenis wordt vervalst
4. - er is veel racisme en bloedige vervolgingen van de minderheden
- de nationale bevolking primeert
5. - een staatsgeleide economie leidt het economisch leven
3.1 Rusland: van monarchie naar communistische revolutie tot totalitaire staat
3.1.1 Van monarchie naar communistische revolutie
- begin twintigste eeuw was Rusland een economisch en politiek
achtergesteld land
- Tsaar Nicolaas II, uit de Romanovs familie, was de laatste absolute vorst uit
het westen
- industriële revolutie kwam traag op gang
- Rusland bleef vooral een agrarische samenleving waar de grond in handen
was van grootgrondbezitters
- meeste Russen leefde op platteland en in armoedige omstandigheden
in steden als Moskou en Sint-Petersburg was een beginnende industrie,
waardoor er vele Russen naar deze steden verhuisden
het leven in de fabrieken was erg zwaar
er ontstond een nieuwe klasse: arbeidsproletariaat
- het algemeen enkelvoudig stemrecht werd ingevoerd na WO I in veel
Europese landen
dit had ingrijpende gevolgen:
geen enkele partij haalde nog de absolute meerderheid
homogene partijregeringen konden niet meer gevormd worden,
verschillende partijen moesten hierdoor samenwerken om een
coalitieregering te krijgen
om een goede coalitie te vormen moesten de parlementsleden
aan partijdiscipline doen
= de particratie (= politieke partijen vormen de primaire basis) brak door
dit leidde tot een paradox (= verandering van beeld)
leidde tot politieke instabiliteit en kreeg de keizer gevoel van
machteloosheid + de onzekerheid groeide door de economische
wereldcrisis in 1930
men verloor hun vertrouwen in traditionele partijen en zochten
hulp bij extreem linkse of rechtse partijen
- in Rusland, Italië en Duitsland komen regimes aan de macht die de
democratie vernietigen, ook andere Europese landen zullen extreme
partijen veel aanhangers krijgen
- wat is het totalitarisme?
1. - er is 1 staatsideologie die door iedereen geloofd moet worden
- er is slechts 1 partij toegestaan en de democratie wordt afgeschaft
- 1 leider neemt de macht en wordt verheerlijkt
- de individu is ondergeschikt aan de massa
2. - er wordt geweld en intimidatie gebruikt om de ideologie op te
leggen
- andersdenkenden en tegenstanders worden uit de weg geruimd
- er wordt gebruik gemaakt van strafkampen en geheime politie
3. - media, onderwijs en kunst worden gebruikt als propaganda
- er is geen persvrijheid en geschiedenis wordt vervalst
4. - er is veel racisme en bloedige vervolgingen van de minderheden
- de nationale bevolking primeert
5. - een staatsgeleide economie leidt het economisch leven
3.1 Rusland: van monarchie naar communistische revolutie tot totalitaire staat
3.1.1 Van monarchie naar communistische revolutie
- begin twintigste eeuw was Rusland een economisch en politiek
achtergesteld land
- Tsaar Nicolaas II, uit de Romanovs familie, was de laatste absolute vorst uit
het westen
- industriële revolutie kwam traag op gang
- Rusland bleef vooral een agrarische samenleving waar de grond in handen
was van grootgrondbezitters
- meeste Russen leefde op platteland en in armoedige omstandigheden
in steden als Moskou en Sint-Petersburg was een beginnende industrie,
waardoor er vele Russen naar deze steden verhuisden
het leven in de fabrieken was erg zwaar
er ontstond een nieuwe klasse: arbeidsproletariaat