CVDH
Transculturele hulpverlening
DEEL 3: Culturele attitude
H1: Culturele attitude
1.1 Inleiding
1.2. Kijk op etnische minderheden: 4D-models
● Deficit (gebrek)
● Difference (verschil)
● Discrimination (discriminatie)
● Diversity (diversiteit)
1.2.1. Deficitbenadering (gebrekmodel): inhalen van achterstanden
Wat
● gebaseerd op het idee dat nieuwkomers gebreken hebben, dat ze iets missen
● gaat ervan uit dat ‘die mensen’ de waarden & normen vd maatschappij nt hebben
geïnternaliseerd
● gaat ervan uit dat mensen nt begrijpen hoe ze met elkaar moeten omgaan op bv
werk
Oplossing
● mensen zelf proberen te veranderen tot ze id dominante cultuur passen & ad eisen
vd organisatie kunnen voldoen
Mogelijke activiteiten om vermeende achterstand op meerderheid in te halen
● cursussen
● voorlichting
● bijscholing
Krachtig in deze benadering
● men gelooft dat mensen zich kunnen ontwikkelen
Kritiekpunt
● het woord ‘achterstand’ werkt stigmatiserend
● men ziet nieuwkomers als probleemgroep (er wordt van hen verwacht dat zij zich
aanpassen)
,CVDH
1.2.2. Differentiatiebenadering (verschilmodel): overbruggen v cultuurverschillen
Wat
● nadruk ligt op de waarde v culturele verschillen
● alle culturen zijn gelijkwaardig (taal, religie, waarden, normen)
● verschillen worden erkend en worden overbrugd met goede interculturele
communicatie, cultuurkennis & begrip vr de ander
Krachtig in deze benadering
● intentie v respect vr elkaar & vertrouwen dat men spanningen kan verminderen door
begrip vr culturele context vd ander & dialoog
Zwak in deze benadering
● cultuurrelativisme: het ontbreekt aan kritisch inzicht & het ter discussie stellen v
waarden & normen die botsen met de universele rechten vd mens
Gevaar / negatief in deze benadering
● teveel nadruk op verschillen zal mensen blind maken vr overeenkomsten tss groepen
● dit versterkt de neiging om de ‘ander’ als afwijkend, het probleem, te zien
● dit versterkt dat onze eigen manieren normaal zijn, die van de ander abnormaal
● negeert machtsrelaties
1.2.3. Discriminatiebenadering: tegengaan v uitsluiting & paternalisme
Wat
● centraal: discriminatie, uitsluiting & marginalisatie door dominante groepen die de
eigen privileges veilig willen stellen
● nadruk ligt op machtsverschillen & dominante groep is hier het probleem
● dominante groep discrimineert minderheid om zijn eigen belangen te beschermen
● dit hindert de toegang vd minderheid tot de arbeidsmarkt
● voorstanders v deze benadering geloven dat ze zulke groepen v hun
gemarginaliseerde positie af kunnen helpen door discriminatie te bestrijden
Mogelijke activiteiten om hen van gemarginaliseerde positie af te helpen
● positieve actie
Nadeel
● het reduceert alle problemen tot kwesties v discriminatie & vooroordelen
● objectieve tekortkomingen v minderheidsgroep worden genegeerd
● bondgenootschappen met andere minderheden wordt onmogelijk, omdat ze elkaar
als concurrenten om de macht gaan zien
Gevaar
● belang v goede persoonlijke verhoudingen wordt vergeten
● tegenstelling tss dominante groep & minderbedeelden wordt groter
,CVDH
1.2.4. Diversiteitsbenadering: verschillen én overeenkomsten tss mensen onderkennen
Wat
● probeert positieve aspecten vd 3 bovenstaande modellen te verenigen & te
integreren in 1 benadering
● sommige mensen hebben miss bijscholing / training nodig omdat elk individu uniek is
● duidelijke communicatie brengt mensen dichter bij elkaar
● richt zich op alle mensen
● erkent de rijkdom vh verschil (anders is nt minder, anders is nt vreemd)
● wil laten zien dat niet een verschil bepalend is (mensen kunnen nt in groepen worden
ingedeeld op basis ve vermeende eigenschap)
● discriminatie komt ook binnen groepen voor
Gevaar
● teveel nadruk op verschillen tss mensen kan hen doen vergeten dat er ook
overeenkomsten zijn
● bepaalde procedures zijn nadelig vr mensen
Nadruk
● uitsluitingsmechanismen
● oorzaak v discriminatie
● manier waarop discriminatie zich voordoet
1.3. Attitudes tav cultuurverschillen
1.3.1. Theoretische opties
4 attitudes / basishoudingen tav cultuurverschillen
1) Monisme
➢ zichzelf & eigen opvattingen staan centraal
➢ wij-zij-denken, voelen & handelen
➢ monistische houding = hindernis om tot een echte ontmoeting te komen met de
cultureel andere
➢ iemand met monistische attitude kan goede intenties hebben & anderen helpen, mr
is nt in staat om zich in perspectief vd ander te verplaatsen
➢ stevig, dwingend, denigrerend, agressief taalgebruik
➢ wil zijn ‘eigen manier’ ad ander overdragen
➢ leden vd minderheden worden nt echt gehoord, alleen met het doel te vertellen dat
het anders moet
2) Cultuurrelativisme
➢ gedrag i/e bepaalde cultuur kan nt beoordeeld worden adhv waarde & normen ve
cultuur, maar moet gezien worden als uniek fenomeen
➢ objectief bekijken, begrijpen & beschrijven v culturele aspecten
➢ belangrijk om gedrag proberen te begrijpen binnen eigen culturele context
, CVDH
➢ extreem cultuurrelativisme: er bestaat gn universele moraliteit & alle morele &
ethische regels van alle culturen verdienen evenveel respect
○ nadeel: kan leiden tot handelingsverlegenheid, onverschilligheid, culturalisme
& opportunisme
○ onverschilligheid: mensen worden tolerant vr intolerantie (bv: gn oordeel
kunnen vellen over vrouwenbesnijdenis, slavernij, genocide…)
○ cultureel opportunisme: als etnische cultuur wordt aangevoerd als
rechtvaardiging of als cultureel verweer
➢ mildere vorm v cultuurrelativisme: we moeten streven nr objectiviteit ih beschrijven v
mensen (eerst nadenken voor we oordelen)
➢ Proce: absoluut relativisme & communicatief relativisme
Relativisme Procee
Communicatief relativisme Absoluut relativisme
het goede / ware is relatief omdat elke het goede / ware verschilt radicaal per
mens binnen zijn cultuur codes vr het cultuur
goede / ware krijgt opgelegd
→ bij oordelen over andere cultuur kunnen → oordelen over het goede / ware i/e
mensen tot compromis komen andere cultuur is principieel onmogelijk:
morele verlamming
bv: opvoeden v kinderen bv: vrouwenbesnijdenis, homoseksualiteit
3)Cultuuruniversalisme
➢ er zijn algemene waarden die voor iedereen gelden
➢ bv: vrijheid v godsdienst & gelijkheid v man & vrouw
➢ men vindt dat er moet worden opgetreden tegen mistoestanden
➢ discussie aangaan met mensen die universele waarden willen schenden
➢ cultuur volgens Matthew Arnold (1869): een streven nr onze totale perfectie door
kennis te nemen vh beste dat gedacht en gezegd werd id wereld
➢ Proce: absoluut & communicatief universalisme
Universalisme Procee
Communicatief universalisme Absoluut universalisme
het goede / ware als universeel gegeven het goede / ware is een universeel gegeven
wordt pas zichtbaar i/e dialoog tss mensen dat uitstijgt boven de bestaande
Transculturele hulpverlening
DEEL 3: Culturele attitude
H1: Culturele attitude
1.1 Inleiding
1.2. Kijk op etnische minderheden: 4D-models
● Deficit (gebrek)
● Difference (verschil)
● Discrimination (discriminatie)
● Diversity (diversiteit)
1.2.1. Deficitbenadering (gebrekmodel): inhalen van achterstanden
Wat
● gebaseerd op het idee dat nieuwkomers gebreken hebben, dat ze iets missen
● gaat ervan uit dat ‘die mensen’ de waarden & normen vd maatschappij nt hebben
geïnternaliseerd
● gaat ervan uit dat mensen nt begrijpen hoe ze met elkaar moeten omgaan op bv
werk
Oplossing
● mensen zelf proberen te veranderen tot ze id dominante cultuur passen & ad eisen
vd organisatie kunnen voldoen
Mogelijke activiteiten om vermeende achterstand op meerderheid in te halen
● cursussen
● voorlichting
● bijscholing
Krachtig in deze benadering
● men gelooft dat mensen zich kunnen ontwikkelen
Kritiekpunt
● het woord ‘achterstand’ werkt stigmatiserend
● men ziet nieuwkomers als probleemgroep (er wordt van hen verwacht dat zij zich
aanpassen)
,CVDH
1.2.2. Differentiatiebenadering (verschilmodel): overbruggen v cultuurverschillen
Wat
● nadruk ligt op de waarde v culturele verschillen
● alle culturen zijn gelijkwaardig (taal, religie, waarden, normen)
● verschillen worden erkend en worden overbrugd met goede interculturele
communicatie, cultuurkennis & begrip vr de ander
Krachtig in deze benadering
● intentie v respect vr elkaar & vertrouwen dat men spanningen kan verminderen door
begrip vr culturele context vd ander & dialoog
Zwak in deze benadering
● cultuurrelativisme: het ontbreekt aan kritisch inzicht & het ter discussie stellen v
waarden & normen die botsen met de universele rechten vd mens
Gevaar / negatief in deze benadering
● teveel nadruk op verschillen zal mensen blind maken vr overeenkomsten tss groepen
● dit versterkt de neiging om de ‘ander’ als afwijkend, het probleem, te zien
● dit versterkt dat onze eigen manieren normaal zijn, die van de ander abnormaal
● negeert machtsrelaties
1.2.3. Discriminatiebenadering: tegengaan v uitsluiting & paternalisme
Wat
● centraal: discriminatie, uitsluiting & marginalisatie door dominante groepen die de
eigen privileges veilig willen stellen
● nadruk ligt op machtsverschillen & dominante groep is hier het probleem
● dominante groep discrimineert minderheid om zijn eigen belangen te beschermen
● dit hindert de toegang vd minderheid tot de arbeidsmarkt
● voorstanders v deze benadering geloven dat ze zulke groepen v hun
gemarginaliseerde positie af kunnen helpen door discriminatie te bestrijden
Mogelijke activiteiten om hen van gemarginaliseerde positie af te helpen
● positieve actie
Nadeel
● het reduceert alle problemen tot kwesties v discriminatie & vooroordelen
● objectieve tekortkomingen v minderheidsgroep worden genegeerd
● bondgenootschappen met andere minderheden wordt onmogelijk, omdat ze elkaar
als concurrenten om de macht gaan zien
Gevaar
● belang v goede persoonlijke verhoudingen wordt vergeten
● tegenstelling tss dominante groep & minderbedeelden wordt groter
,CVDH
1.2.4. Diversiteitsbenadering: verschillen én overeenkomsten tss mensen onderkennen
Wat
● probeert positieve aspecten vd 3 bovenstaande modellen te verenigen & te
integreren in 1 benadering
● sommige mensen hebben miss bijscholing / training nodig omdat elk individu uniek is
● duidelijke communicatie brengt mensen dichter bij elkaar
● richt zich op alle mensen
● erkent de rijkdom vh verschil (anders is nt minder, anders is nt vreemd)
● wil laten zien dat niet een verschil bepalend is (mensen kunnen nt in groepen worden
ingedeeld op basis ve vermeende eigenschap)
● discriminatie komt ook binnen groepen voor
Gevaar
● teveel nadruk op verschillen tss mensen kan hen doen vergeten dat er ook
overeenkomsten zijn
● bepaalde procedures zijn nadelig vr mensen
Nadruk
● uitsluitingsmechanismen
● oorzaak v discriminatie
● manier waarop discriminatie zich voordoet
1.3. Attitudes tav cultuurverschillen
1.3.1. Theoretische opties
4 attitudes / basishoudingen tav cultuurverschillen
1) Monisme
➢ zichzelf & eigen opvattingen staan centraal
➢ wij-zij-denken, voelen & handelen
➢ monistische houding = hindernis om tot een echte ontmoeting te komen met de
cultureel andere
➢ iemand met monistische attitude kan goede intenties hebben & anderen helpen, mr
is nt in staat om zich in perspectief vd ander te verplaatsen
➢ stevig, dwingend, denigrerend, agressief taalgebruik
➢ wil zijn ‘eigen manier’ ad ander overdragen
➢ leden vd minderheden worden nt echt gehoord, alleen met het doel te vertellen dat
het anders moet
2) Cultuurrelativisme
➢ gedrag i/e bepaalde cultuur kan nt beoordeeld worden adhv waarde & normen ve
cultuur, maar moet gezien worden als uniek fenomeen
➢ objectief bekijken, begrijpen & beschrijven v culturele aspecten
➢ belangrijk om gedrag proberen te begrijpen binnen eigen culturele context
, CVDH
➢ extreem cultuurrelativisme: er bestaat gn universele moraliteit & alle morele &
ethische regels van alle culturen verdienen evenveel respect
○ nadeel: kan leiden tot handelingsverlegenheid, onverschilligheid, culturalisme
& opportunisme
○ onverschilligheid: mensen worden tolerant vr intolerantie (bv: gn oordeel
kunnen vellen over vrouwenbesnijdenis, slavernij, genocide…)
○ cultureel opportunisme: als etnische cultuur wordt aangevoerd als
rechtvaardiging of als cultureel verweer
➢ mildere vorm v cultuurrelativisme: we moeten streven nr objectiviteit ih beschrijven v
mensen (eerst nadenken voor we oordelen)
➢ Proce: absoluut relativisme & communicatief relativisme
Relativisme Procee
Communicatief relativisme Absoluut relativisme
het goede / ware is relatief omdat elke het goede / ware verschilt radicaal per
mens binnen zijn cultuur codes vr het cultuur
goede / ware krijgt opgelegd
→ bij oordelen over andere cultuur kunnen → oordelen over het goede / ware i/e
mensen tot compromis komen andere cultuur is principieel onmogelijk:
morele verlamming
bv: opvoeden v kinderen bv: vrouwenbesnijdenis, homoseksualiteit
3)Cultuuruniversalisme
➢ er zijn algemene waarden die voor iedereen gelden
➢ bv: vrijheid v godsdienst & gelijkheid v man & vrouw
➢ men vindt dat er moet worden opgetreden tegen mistoestanden
➢ discussie aangaan met mensen die universele waarden willen schenden
➢ cultuur volgens Matthew Arnold (1869): een streven nr onze totale perfectie door
kennis te nemen vh beste dat gedacht en gezegd werd id wereld
➢ Proce: absoluut & communicatief universalisme
Universalisme Procee
Communicatief universalisme Absoluut universalisme
het goede / ware als universeel gegeven het goede / ware is een universeel gegeven
wordt pas zichtbaar i/e dialoog tss mensen dat uitstijgt boven de bestaande