1. Informatiesystemen in het huidige ondernemen
1.1.1 De invloed van informatiesystemen op het huidige ondernemen
In de mondiale economie is het niet langer ‘business as usual’. Onder invloed van
informatiesystemen en technologieën ondergaat de internationale zakenwereld een diepgaande
verandering. Deze veranderingen hebben het sociale leven en de bedrijfspraktijk getransformeerd.
1.1.2 Nieuwe ontwikkelingen in bedrijfsinformatiesystemen
Er is een wereld opengegaan vol nieuwe technologieën voor het managen en organiseren van de
bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld It-innovaties, nieuwe businessmodellen, uitbreiding e-commerce,
managementveranderingen en veranderingen in bedrijven en organisaties.
1.1.3 Globalisering: Informatiesystemen maken globalisering mogelijk.
1.1.4 De opkomst van de digitale onderneming
Digitale onderneming: een onderneming waarbij alle bedrijfsrelaties van enige betekenis
met klanten, leveranciers en medewerkers op digitale wijze worden mogelijk gemaakt en tot
stand gebracht.
o Time-shifting: de werkdag loopt 24 uur door ipv 9 tot 5.
o Space-shifting: het werk is onafhankelijk van de locatie.
Bedrijfsprocessen: reeks logisch verwante taken om een organisatiedoel te bereiken. De
centrale bedrijfsprocessen worden gevoerd via digitale netwerken.
1.1.5 Strategische bedrijfsdoelstellingen van informatiesystemen
Operationeel excelleren: het voortdurend verbeteren van de efficiënte van de operaties om
een hogere winstgevendheid te bereiken. Informatiesystemen en technologieën zijn van
belang om hogere niveaus van efficiëntie te bereiken en gaan weliswaar gepaard met
organisatieverandering.
Nieuwe producten, diensten en bedrijfsmodellen ontwikkelen: informatiesystemen en
technologieën zijn een belangrijk middel voor bedrijven voor het creëren van nieuwe
producten, diensten en bedrijfsmodellen. Bedrijfsmodel omschrijft hoe een bedrijf een
product produceert.
Band tussen klant en leverancier verbeteren: informatiesystemen en technologieën kunnen
gebruikt worden om een beter band met de klant te krijgen. Een betere band kan leiden tot
meer verkopen en dus meer winst.
Verbeterde besluitvorming: door informatiesystemen en technologieën beschikken
managers makkelijker over informatie om zo goede beslissingen met ‘real-time-gegevens’ te
kunnen nemen. Veel managers en bedrijven opereren namelijk in een operatie mistbank
waar zij beslissingen moeten nemen op basis van voorspellingen, best guesses of geluk
moeten nemen.
Concurrentievoordeel: door informatiesystemen en technologieën kunnen bedrijven
makkelijker organisatiedoelstellingen en concurrentievoordeel behalen.
Overleven: informatiesystemen en technologieën zijn de basis voor het zakendoen. Zonder
deze instrumenten overleeft een bedrijf de markt simpelweg niet.
, 1.2 Perspectieven op informatiesystemen
Informatietechnologie: omvat alle hardware en software die een onderneming nodig heeft om zijn
bedrijfsdoelstellingen te realiseren.
Informatiesysteem: een set aan elkaar gerelateerde componenten die informatie verzamelen,
verwerken, opslaan en verspreiden ter ondersteuning van besluitvorming, coördinatie en
besluitvorming binnen de organisatie. Drie basisactiviteiten:
Input: het verzamelen van onbewerkte gegevens.
Verwerking: giet input in betekenisvolle vorm.
Output: geeft de info door aan mensen die deze nodig hebben.
Feedback: output die wordt teruggegeven voor evaluatie en correctie.
Bouwstenen van informatiesystemen:
Kennis van informatiesystemen: breed begrip van informatiemanagementsystemen
inclusief de gedragsmatige kennis van individuen en organisaties,
Computerkennis: focust zich op de informatietechnologie.
Organisaties:
Hoger management: strategische beslissingen op lange termijn.
Middenmanagement: voert de programma’s en plannen van het hoger management uit.
Operationeel management: verantwoordelijk voor het besturen van dagelijkse activiteiten
van de onderneming.
Kenniswerkers: ontwerpen producten/diensten en creëren nieuwe kennis.
Productie en servicemedewerkers: verzorgen feitelijke productie en leveren de dienst.
Bedrijfsfuncties: marketing, productie, financiën, boekhouding en personeelszaken.
Cultuur: fundamentele set overtuigingen, waarden en manieren waarop dingen worden
gedaan.
Informatietechnologie: wordt gebruikt door managers om veranderingen aan te gaan.
Computer hardware: fysieke apparatuur die wordt gebruikt voor input-, verwerkings- en
outputactiviteiten.
Computersoftware: gedetailleerd geprogrammeerde instructies die de
hardwarecomponenten in een computersysteem controleren en coördineren.
Datamanagementtechnologie: software die de organisatie van gegevens op fysieke
opslagmedia regelt.
Netwerk- en telecommunicatietechnologie: software die verschillende hardware elementen
aan elkaar koppelen en gegevens van de ene fysieke locatie naar de andere versturen.
Netwerk: het koppelen van twee of meer computers om data en bronnen te delen.
Internet: internationaal netwerk van netwerken.
Intranet: interne bedrijfsnetwerken gebaseerd op internettechnologie.
o Extranet: intranet dat beschikbaar is voor geautoriseerde gebruikers buiten de
organisatie.
World Wide Web: een systeem met universeel geaccepteerde standaarden voor het
opslaan, vinden, formatteren en weergeven van de informatie in een netwerkomgeving.
Informatietechnologie-infrastructuur: de technologie voor de hardware, software, gegevens en
opslag, en de netwerken bieden een combinatie van gedeelde IT-bronnen binnen de organisatie. Al
deze technologieën en mensen die nodig zijn om ze te runnen en managen vertegenwoordigen
bedrijfsmiddelen die binnen de organisatie kunnen worden opgedeeld.