Nagelkerke & Willem de Nijs
Hoofdstuk 1 Arbeidsverhoudingen: een eerste
verkenning
1.1 Wat zijn arbeidsverhoudingen?
Alle arbeidsorganisaties hebben één ding gemeen: altijd zijn er werknemers en
een werkgever als belangenpartijen aanwezig - deze relaties +
vertegenwoordigers = arbeidsverhoudingen.
Arbeidsverhoudingen in een onderneming kent een veelvormig karakter:
- Economisch karakter: doel van de werkgever is het produceren van
goederen/diensten, die verkoopt hij op de afzetmarkt met winst. De
werknemer verkoopt zijn arbeid tegen loon > daardoor kan hij goederen en
diensten kopen waarmee hij zichzelf en zijn gezin kan onderhouden
(economische contractrelatie tussen werkgever en werknemer).
- Juridisch karakter: wettelijk kader waardoor aan de inschakeling en
aanwending van arbeidskracht van werknemers voorwaarden en grenzen
worden gesteld (wetgeving in het kader van ziekteverzuim,
arbeidsovereenkomsten etc). – juridische werkrelatie tussen werkgever en
werknemer.
- Sociaal karakter: werknemer is ondergeschikt aan werkgever. In een
arbeidscontract staat niet precies omschreven hoeveel werk een
werknemer doet voor de tegenprestatie die hij krijgt, er wordt niet meer
overeengekomen dan dat de werknemer bereid is een arbeidspotentieel te
leveren waarover een werkgever kan beschikken (= open-ended karakter
van een arbeidscontract).
- Psychologisch karakter: er bestaan impliciete verwachtingen tussen
werkgever en werknemer over hoe men met elkaar in het werk omgaat
(psychologische contractrelatie).
Tussen beide partijen in een onderneming, ontstaat altijd spanning. Dat komt
voort uit belangenverschillen. Voorbeeld: voor de werknemer is loon de
opbrengst van zijn werk en wil hij die zo hoog mogelijk. Voor de werkgever is loon
een kostenpost en wil hij die zo laag mogelijk (= spanningsverhouding). Beide
partijen weten echter dat ze voor de realisatie van hun belangen, beide
afhankelijk zijn van de andere partij om samen te werken. Werkgever is
afhankelijk van de bereidheid van de werknemers om te presteren, werknemers
zijn voor hun werk en loon afhankelijk van de bereidheid van de werkgever om
hun arbeidskracht aan te kopen en te gebruiken.
Individuele arbeidsverhouding = relatie tussen een bepaalde werkgever en een
bepaalde werknemer