Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Begrippen Sociale Psychologie

Rating
-
Sold
1
Pages
10
Uploaded on
22-02-2020
Written in
2016/2017

Uitgebreide begrippenlijst Sociale Psychologie (VU Amsterdam, jaar 1) Myers, D., Abell, J., & Sani, F. (2014). Social Psychology (2nd Edition). Berkshire, UK: McGraw-Hill

Institution
Course

Content preview

Begrippen Sociale Psychologie

Hoofdstuk 11
Group= twee of meer mensen die met elkaar interacteren en elkaar beïnvloeden en elkaar als ‘wij’
beschouwen
Co-actors= co-participanten die individueel werken aan een non-competitieve activiteit
Sociale facilitatie= 1) originele betekenis: de neiging van mensen om simpele taken sneller of beter
uit te voeren in de aanwezigheid van anderen 2) huidige betekenis: de versterking van de
aanwezigheid van anderen
Evaluation apprehension= mensen vragen zich constant af hoe anderen hen beoordelen
doet vast wel veel werk, dan kan ik iets minder doen’’)
Free-riders= mensen die profiteren van de groep maar weinig bijdragen aan het groepswerk
Group polarization= groepsdiscussies zouden leiden tot het extremer worden van een bepaalde
attitude. Bijv: jongens gaan zich jongensachtiger gedragen in een groep met alleen maar jongens.
Social comparison= het evalueren van iemands opinie en kwaliteiten door ze te vergelijken met
anderen
Pluralistic ignorance= een valse impressie van wat de meeste mensen denken, voelen of hoe ze
reageren
Groupthink= de modus van denken dat mensen ontwikkelen wanneer concurrentie-zoeken zo
dominant wordt in een cohesieve in-group dat het de alternatieve meningen overstemt. Er wordt
gekeken naar het behoud van harmonie. De essentiële onderdelen voor groupthink zijn: een
cohesieve groep, afwijkende meningen worden geïsoleerd of onderdrukt en een leider die duidelijk
aangeeft aan de hand van welke richtlijn hij of zij denkt.
Leadership= het proces waarbij bepaalde leden van een groep de rest motiveren, begeleiden en
voorgaan
Trait approach= volgens deze benadering kunnen bepaalde eigenschappen van een persoon, zoals
lengte en intelligentie, dienen als voorspeller van leiderschap
Task leadership= leiderschap met betrekking tot het organiseren van werk, het bepalen van
standaarden en het stellen van doelen
Social leadership= leiderschap met betrekking tot het stimuleren van teamwork, het bemiddelen in
conflicten en het bieden van support
Transformational leadership= leiderschap met betrekking tot het uitoefenen van invloed door
middel van een visie en inspiratie

Hoofdstuk 3
Self= een ingewikkeld web van psychologische eenheden en processen wat betreft de persoon zelf
Spotlight effect= het geloof dat anderen meer aandacht besteden aan hun uiterlijk en gedrag dan dat
ze werkelijk zijn. Ze overschatten hun opvallendheid
Illusion of transparency= mensen zijn zich zeer bewust van de eigen emoties en hebben snel het idee
dat andere mensen deze emoties ook kunnen waarnemen
Self-concept= iemands antwoord op de vraag ‘Wie ben ik?’
Self-schemas= overtuigingen over jezelf waarmee je de wereld om je heen organiseert
Self-reference effect= wanneer info gerelateerd is aan een zelfconcept, is men geneigd deze
informatie efficiënter te verwerken en beter te onthouden
Possible selves= inferenties over hoe iemand wil worden in de toekomst
Social identity= de rol van een persoon als onderdeel van een groep
Social comparison= het evalueren van iemands kwaliteiten en meningen door ze te vergelijken met
anderen
Individualisme or independence= een culturele oriëntatie waarbij het individu belangrijker is dan de
groep. Mensen in een individualistische samenleving geven de voorkeur aan persoonlijke doelen en
beschrijven een identiteit aan de hand van persoonlijke kenmerken

, Collectivism= een culturele oriëntatie waarbij de groep belangrijker is dan het individu. Mensen in
een collectivistische samenleving geven de voorkeur aan doelen die de groep als geheel verder
brengen en beschrijven een identiteit aan de hand van groepskenmerken
Interdependent self= een identiteit die geconstrueerd is in relatie tot anderen
Self-esteem= de algemene negatieve of positieve zelfevaluatie of eigenwaarde van een persoon
Machiavellianism= manipulatief gedrag dat erop gericht is alleen voordelen voor zichzelf te bereiken,
zonder daarbij na te denken aan enig moraal of waardigheid van anderen
Self-efficacy= het gevoel van competentie en vermogen om met bepaalde situaties om te gaan en
een bewust resultaat te produceren: onderscheidend van het self-esteem. Bijv: een bombardeur ka
een hoog self-efficacy en een laag self-esteem hebben
Locus of control= mensen geloven dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de gebeurtenissen in hun
leven. Dit kan intern (I control my life) of extern (the environment, a higher power or other people
control my life) zijn
Learned helplessness= hopeloosheid wanneer mensen geen controle hebben over de herhalende
slechte gebeurtenissen; dit lijdt vaak tot depressieve symptomen. Ze worden passief, omdat ze
geleerd hebben dat het toch geen zin heeft om iets aan de vervelende situatie te doen
Self-serving bias= de neiging om zichzelf positief waar te nemen
Self-serving attributions= het toewijzen van positieve gebeurtenissen aan zichzelf en het toewijzen
van negatieve gebeurtenissen aan anderen
Defensive pessimism= uitgaan van het ergste en maatregelen nemen om die situatie te voorkomen,
bijvoorbeeld een trein eerder nemen om er zeker van te zijn dat je niet te laat komt op je tentamen
False consensus effect= de algemeenheid van een bepaalde handeling/denkwijze overschatten (je
doet bijvoorbeeld je gordel niet om – ach, dat doet toch niemand). Men overschat vaak de
algemeenheid van je eigen negatieve gedragingen
False uniqueness effect= het beoordelen van eigen talenten als uniek, terwijl het als algemeen kan
worden bestempeld
Self-handicaping= het bedenken van excuses op voorhand, waardoor ze de taak minder goed zouden
kunnen uitvoeren. Dit wordt gedaan zodat, indien er sprake is van falen, er geen imagoschade
optreedt en we onszelf nog steeds competent voelen
Self-presentation= het creëren van een gewenst beeld naar anderen en naar zichzelf toe
Self-monitoring= het aanpassen van gedrag aan de hand van reacties van anderen, om op die manier
positiever over te komen, in plaats van gedragen naar eigen behoeften en waarden. Mensen die zich
nauwelijks aanpassen aan de situatie beschikken over een lage zelfmonitoring. Mensen die zich juist
constant aanpassen aan de situatie beschikken over een hoge zelfmonitoring

Hoofdstuk 4
Priming= het activeren van bepaalde associaties in het geheugen, waarnaar bepaalde bewuste of
onbewuste cues in de omgeving aanwezig zijn tot deze activatie leiden
Belief perseverance= mensen blijven vasthouden aan hun overtuiging, ondanks dat er wordt gezegd
dat het niet waar is. Hoe langer mensen kunnen nadenken over hun overtuiging, hoe meer ze hier
zelf van overtuigd zullen raken
Misinformation effect= incorporeren van ‘misinformation’’ in het geheugen, na het getuigen van een
event en misleidende info erover ontvangen. Bijvoorbeeld door het stellen van suggestieve vragen
(had de verdachte een snor?), hierbij kan het misinformatie-effect optreden waarbij de suggesties
(snor) verwerkt worden in de herinnering
Controlled processing= mentale activiteit waar bewust en reflectief over nagedacht moet worden
Automatic processing= betreft voornamelijk mentale activiteit waar geen of weinig bewustzijn bij
nodig is
Social encoding= het proces van het plaatsen van sociale informatie in het geheugen. hierbij wordt
nieuwe sociale informatie vergeleken met informatie dei zich al in het geheugen bevindt. Het
verwerken van sociale wereld omvat: pre-aandachtige analyse, het focussen van aandacht, begrip en
elaboratieve redenering (linken en bewerken van info)

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 22, 2020
Number of pages
10
Written in
2016/2017
Type
SUMMARY

Subjects

$5.28
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
EliseR Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
26
Member since
6 year
Number of followers
25
Documents
12
Last sold
1 year ago
Psychologie + Media en Cultuur

Ik heb de studie Psychologie afgerond en bied daarvoor verschillende samenvattingen aan. Daarnaast ben ik bezig met een tweede bachelor Media en Cultuur en bied hier ook verschillende samenvattigen voor aan. Mocht je nog op zoek zijn naar een samenvatting van een bepaald vak binnen Psychologie of Media en Cultuur, laat het dan vooral weten! Succes met studeren!

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions