Chemisch rekenen LJ 1
m
Dichtheid = massa / volume ρ=
V
Massapercentage= (Massa component/ totale massa) * 100 ( mm ) %= massa component
totale massa
∗100
Massa-volumepercentage=(massa component/ volume opl. (ml)) *100
m massacomponent
%= ∗100
v Volume oplossing
LET OP! Massa-volumepercentage heeft als eenheid g/100ml.
Significatie:
Bij vermenigvuldigen en delen let je op het getal met kleinste aantal significante cijfers.
Bij optellen en aftrekken let je op het getal met de kleinste aantal decimalen cijfers.
Stofeigenschappen:
Stofeigenschappen kunnen ingedeeld worden in:
- Intrinsieke eigenschappen: niet afhankelijk van de hoeveelheid (sample), bijvoorbeeld
temperatuur en smeltpunt; een ijsblokje kan hetzelfde temperatuur hebben als een ijsberg.
- Extrinsieke eigenschappen: wel afhankelijk van de sample, zoals lengte en volume; een
ijsblokje is kleiner dan een ijsberg.
- Fysische eigenschappen: eigenschappen waarbij de chemische samenstelling van een stof
niet verandert. Het smelten van ijs.
- Chemische eigenschappen: eigenschappen waarbij de chemische samenstelling van een stof
verandert. Het roesten van ijzer.
Isotopen: Atomen van hetzelfde element die een verschillend aantal neutronen(N) in de kern
hebben, maar wel hetzelfde atoomnummer.
Atoomnummer= protonen (Z)= elektronen.
Massagetal (A)= protonen (Z) + neutronen (N)
Soorten bindingen:
Chemische verbinding: wanneer atomen van verschillende elementen op een bepaalde manier
samenkomen. Wanneer de atomen van deze elementen zich combineren, vormen ze een nieuwe
substantie met unieke eigenschappen.
Covalente binding: niet-metaal atomen delen een elektron met elkaar; het gemeenschappelijke
elektronenpaarHet aantal bindingen dat een niet-metaalatoom kan aangaan wordt covalentie
genoemd.
m
Dichtheid = massa / volume ρ=
V
Massapercentage= (Massa component/ totale massa) * 100 ( mm ) %= massa component
totale massa
∗100
Massa-volumepercentage=(massa component/ volume opl. (ml)) *100
m massacomponent
%= ∗100
v Volume oplossing
LET OP! Massa-volumepercentage heeft als eenheid g/100ml.
Significatie:
Bij vermenigvuldigen en delen let je op het getal met kleinste aantal significante cijfers.
Bij optellen en aftrekken let je op het getal met de kleinste aantal decimalen cijfers.
Stofeigenschappen:
Stofeigenschappen kunnen ingedeeld worden in:
- Intrinsieke eigenschappen: niet afhankelijk van de hoeveelheid (sample), bijvoorbeeld
temperatuur en smeltpunt; een ijsblokje kan hetzelfde temperatuur hebben als een ijsberg.
- Extrinsieke eigenschappen: wel afhankelijk van de sample, zoals lengte en volume; een
ijsblokje is kleiner dan een ijsberg.
- Fysische eigenschappen: eigenschappen waarbij de chemische samenstelling van een stof
niet verandert. Het smelten van ijs.
- Chemische eigenschappen: eigenschappen waarbij de chemische samenstelling van een stof
verandert. Het roesten van ijzer.
Isotopen: Atomen van hetzelfde element die een verschillend aantal neutronen(N) in de kern
hebben, maar wel hetzelfde atoomnummer.
Atoomnummer= protonen (Z)= elektronen.
Massagetal (A)= protonen (Z) + neutronen (N)
Soorten bindingen:
Chemische verbinding: wanneer atomen van verschillende elementen op een bepaalde manier
samenkomen. Wanneer de atomen van deze elementen zich combineren, vormen ze een nieuwe
substantie met unieke eigenschappen.
Covalente binding: niet-metaal atomen delen een elektron met elkaar; het gemeenschappelijke
elektronenpaarHet aantal bindingen dat een niet-metaalatoom kan aangaan wordt covalentie
genoemd.