Scheikunde
Paragraaf 1.1
Scheikunde gaat over stoffen en het veranderen van stoffen in andere stoffen. Een stof kun
je herkennen aan zijn stofeigenschappen; kleur, smaak, oplosbaarheid, brandbaarheid, de
fase bij kamertemperatuur, smeltpunt en het kookpunt. Stofeigenschappen die je kunt
weergeven met een getal noem je een stofconstante (smeltpunt en kookpunt).
- Dichtheid = Massa : Volume
Eigenschappen die je kunt meten noem je grootheden. De eenheid is de maat waarmee je
een grootheid meet.
Paragraaf 1.2
H – zinnen gaan over gezondheidsgevaren
P – zinnen gaan over het voorkomen van ongelukken
De grenswaarde van een stof geeft aan hoeveel mg van de stof in 1m³ lucht aanwezig mag
zijn.
- Gele vlam is hetzelfde als pauzevlam
- Pauzevlam zet je aan als je even iets anders gaat doen, geel / oranje
- Kleurloze vlam maakt geen geluid, geen kleur
- Ruisende vlam maakt het meeste geluid, is het heetst
- In het midden van de vlam is het het minst heet.
Paragraaf 1.3
- Een stof is vast (s) bij een temperatuur die lager is dan het smeltpunt.
- Een stof is vloeibaar (l) bij een temperatuur die tussen het smeltpunt en het kookpunt
ligt.
- Een stof is gasvormig (g) bij een temperatuur die hoger is dan het kookpunt.
Als je bij temperatuur in °C 273 optelt, krijg je de temperatuur in Kelvin. 273 K eraf, krijg je de
temperatuur in °C.
Paragraaf 1.1
Scheikunde gaat over stoffen en het veranderen van stoffen in andere stoffen. Een stof kun
je herkennen aan zijn stofeigenschappen; kleur, smaak, oplosbaarheid, brandbaarheid, de
fase bij kamertemperatuur, smeltpunt en het kookpunt. Stofeigenschappen die je kunt
weergeven met een getal noem je een stofconstante (smeltpunt en kookpunt).
- Dichtheid = Massa : Volume
Eigenschappen die je kunt meten noem je grootheden. De eenheid is de maat waarmee je
een grootheid meet.
Paragraaf 1.2
H – zinnen gaan over gezondheidsgevaren
P – zinnen gaan over het voorkomen van ongelukken
De grenswaarde van een stof geeft aan hoeveel mg van de stof in 1m³ lucht aanwezig mag
zijn.
- Gele vlam is hetzelfde als pauzevlam
- Pauzevlam zet je aan als je even iets anders gaat doen, geel / oranje
- Kleurloze vlam maakt geen geluid, geen kleur
- Ruisende vlam maakt het meeste geluid, is het heetst
- In het midden van de vlam is het het minst heet.
Paragraaf 1.3
- Een stof is vast (s) bij een temperatuur die lager is dan het smeltpunt.
- Een stof is vloeibaar (l) bij een temperatuur die tussen het smeltpunt en het kookpunt
ligt.
- Een stof is gasvormig (g) bij een temperatuur die hoger is dan het kookpunt.
Als je bij temperatuur in °C 273 optelt, krijg je de temperatuur in Kelvin. 273 K eraf, krijg je de
temperatuur in °C.