Wereldoorlog
2.2 De klassieke democratie
In de 5e en 4e eeuw voor Christus waren er ongeveer 100 Griekse stadstaten die
een democratie (bestuur door het volk) hadden.
Athene was de grootste.
Athene:
- 40x per jaar een volksvergadering, beslissingen werden genomen door
30.000 stemgerechtigde burgers
- 500 burgers werden willekeurig aangewezen om 1 jaar lang de
volksvergadering voor te bereiden (directe democratie).
- Opmerkelijk: alleen oorspronkelijk Atheense mannen hadden
burgerrechten (kiesrecht was in Europa lang alleen voor rijke mannen).
2.3 Van Magna Carta naar Bill of Rights
Feodalisme had weinig aanknopingspunten voor democratisering. Schatkist moet
gevuld worden, de koning doet een beroep op standen (adel, geestelijken,
burgerij). Zo onstaan standenvergaderingen = Staten-Generaal/parlement > no
taxation without representation (wilden geen belasting betalen als ze niet
vertegenwoordigd werden)
1215 Magna Charta: de standen dwingen de koning tot aanzienlijke concessies
(en het parlement kreeg meer zeggenschap) > de koning kon niet meer zonder
overleg belasting innen + standen kregen privileges
16e/17e eeuw: onder andere Frankrijk had absolutisme = macht van de koning is
door God gegeven (dus koning is heel erg machtig)
Tegelijkertijd: ontstaan natuurrecht = mensen zijn vanaf geboorte vrij, gelijk en
redelijk (God had een minder grote rol).
Mensen leefden zonder staat, voor het garanderen van de veiligheid: sociaal
contract = gezag om wetten te maken en te handhaven geheel of onder
voorwaarden overdragen aan een staat.
Thomas Hobbes: natuurrechtdenker, zag burgeroorlog als terugval naar
noodtoestand zonder gezag, oorlog = allen tegen allen.
John Locke = sociaal contractdenker: bescherming leven, vrijheid, bezit, mensen
(mannen), zonder bezit kan men niet rationeel denken.
Glorious Revolution en de Bill of Rights = Engeland legde grondslag voor steeds
meer democratie. 1783: parlement had definitief laatste woord
2.4 18e eeuw: denkers en revoluties
Rationalisme = leer van rede > aanhangers keren zich tegen (bij)geloof en de
macht van de kerk.