Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Judgments

Alle Essentiële Arresten voor Inleiding Staats- en Bestuursrecht

Rating
-
Sold
2
Pages
7
Uploaded on
03-11-2024
Written in
2024/2025

In deze uitgebreide samenvattingen van belangrijke Nederlandse arresten krijgt u helder inzicht in essentiële juridische vraagstukken. Deze samenvattingen behandelen zaken zoals het belanghebbende begrip bij milieuvergunningen (Mobilisation for the Environment), de toetsing van tijdigheid bij bezwaar (Geen ambtshalve toetsing tijdigheid bezwaar/beroep), en de evenredigheidstoets bij maatregelen zoals woning- en terreinbeperkingen (Woningsluiting Harderwijk). U vindt ook uitleg over het vertrouwensbeginsel in bouwkwesties (Dakterras-arrest), de legaliteit van crisismaatregelen (Avondklok), en het recht op demonstratie (Occupy). Verder worden thema’s rondom het handhavingsbeleid bij bestemmingsplannen (Permanente bewoning recreatiewoning) en de beperking van rechterlijke toetsing aan fundamentele beginselen (Harmonisatiewet) besproken. Elke samenvatting biedt een kernachtige weergave van de feiten, de rechtsvragen en de conclusies, waardoor u in korte tijd de juridische kernpunten begrijpt. Ideaal voor studenten, juristen en professionals die snel vertrouwd willen raken met deze arresten.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

HR 26 november 1957 (Vuurwerk)
Feiten: In een kwestie over vuurwerkverkoop bepaalde een wet uit 1884
dat regels over het vervoer en de verkoop van ontplofbare stoffen bij
algemene maatregel van bestuur (AMvB) konden worden vastgesteld. De
AMvB gaf de minister van Binnenlandse Zaken vervolgens de bevoegdheid
om een lijst van goedgekeurd vuurwerk op te stellen en aanvullende eisen
vast te stellen. Een winkelier die vuurwerk verkocht dat niet aan deze
regels voldeed, werd vervolgd. De Hoge Raad oordeelde dat de wet geen
ruimte liet voor subdelegatie aan de minister omdat de regels exclusief via
een AMvB moesten worden vastgesteld.
Rechtsvraag: Of het bewezenverklaarde een strafbaar feit oplevert en of
de regeling met de juiste bevoegdheid is vastgesteld.
Conclusie: De Hoge Raad besliste dat de regering, wanneer regels bij
AMvB moeten worden vastgesteld, deze bevoegdheid niet kan delegeren
aan een minister. Regels moeten rechtstreeks via een AMvB worden
uitgevaardigd.

HR 8 april 1980 (Anti-kraakbepaling Arnhem)
Feiten: Twee personen kraakten een woning in Arnhem, wat strafbaar was
volgens artikel 84 van de Arnhemse Algemene Plaatselijke Verordening
(APV). De verdachte betoogde dat de anti-kraakbepaling buiten de
bevoegdheid van de gemeente viel, omdat deze niet gericht was op de
openbare orde, zedelijkheid, of gezondheid, noch op de huishouding van
de gemeente, zoals vereist door de Gemeentewet. Verder stelde hij dat
artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht de materie van huisvredebreuk
uitputtend regelde. De Hoge Raad verwierp dit betoog en oordeelde dat
artikel 84 van de APV binnen de gemeentelijke bevoegdheid viel, omdat
kraken de openbare orde kan verstoren.
Rechtsvraag: Of het bewezenverklaarde een strafbaar feit oplevert en of
de verordening binnen de grenzen van de gemeentelijke bevoegdheid valt.
Conclusie: De Hoge Raad oordeelde dat de anti-kraakbepaling van de APV
rechtmatig was en binnen de bevoegdheden van de gemeente viel.

HR 25 maart 1912 (Winkelsluitingsverordening Amsterdam)
Feiten: Een Amsterdamse verordening verplichtte winkeliers om hun
winkels op bepaalde tijden te sluiten. Een winkelier werd gestraft voor het
overtreden van deze regels en ging in cassatie, stellende dat de
verordening in strijd was met de Grondwet die de vrijheid van handel en
bedrijf beschermde. Ook zou de verordening de bevoegdheid van de
gemeente overschrijden, omdat de sluitingstijden geen verband hielden
met de openbare orde, zedelijkheid of gezondheid. De Hoge Raad
oordeelde dat de verordening binnen de gemeentelijke bevoegdheden viel,
omdat het regelen van winkeltijden een middel was om de openbare rust
en orde te waarborgen.
Rechtsvraag: Of het bewezenverklaarde een strafbaar feit oplevert en of
de verordening binnen de grenzen van de gemeentelijke bevoegdheid valt.
Conclusie: De Hoge Raad bevestigde dat de verordening rechtmatig was
en diende om het algemeen gemeentelijk belang te behartigen, zonder
strijd met de Grondwet.

,ABRvS 28 augustus 1995 (Geslotenverklaring woning Venlo)
Feiten: De Afdeling Bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van de
gemeente Venlo om een woning te sluiten vanwege drugshandel in strijd
was met artikel 10 van de Grondwet (recht op eerbiediging van de
persoonlijke levenssfeer). Volgens de Afdeling mag een inbreuk op dit
recht enkel plaatsvinden op basis van een wet in formele zin, welke in dit
geval ontbrak. Naar aanleiding van deze uitspraak werd artikel 174a in de
Gemeentewet ingevoerd, zodat woningsluitingen nu wel rechtsgeldig
kunnen worden uitgevoerd.
Rechtsvraag: Of de sluiting van de woning een rechtmatige beperking
vormt van artikel 10 Grondwet.
Conclusie: De Afdeling oordeelde dat de woning tot de persoonlijke
levenssfeer behoort en dat het sluiten van een woning een inbreuk vormt
op artikel 10 Grondwet. Omdat een dergelijke beperking alleen is
toegestaan op basis van een wet in formele zin en deze ontbrak, was de
sluiting onrechtmatig.

HR 7 mei 1993 (Ongelijke beloning gehuwden en ongehuwden)
Feiten: In deze zaak ontvingen ongehuwde onderwijzeressen circa 25%
minder salaris dan hun gehuwde mannelijke collega’s. De vrouwen eisten
dat hun salaris vanaf oktober 1987 gelijkgetrokken zou worden, verwijzend
naar onder meer artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake
Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Eerdere rechters hadden
geoordeeld dat het loonverschil gerechtvaardigd was vanwege mogelijke
onderhoudsverplichtingen van gehuwden. De Hoge Raad stelde echter
vast dat de huwelijkse status geen objectieve grond vormde voor hogere
beloning, aangezien ook ongehuwde werknemers
onderhoudsverplichtingen kunnen hebben. Hoewel artikel 7 van het
Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten
(IVESCR) geen directe werking heeft, achtte de Hoge Raad het streven
naar gelijke beloning wel relevant. Het Hof vernietigde de eerdere
uitspraak en kende de eis toe.
Rechtsvraag: Is er een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor het
loonverschil op basis van huwelijkse status?
Conclusie: De Hoge Raad oordeelde dat een verschil in beloning op basis
van huwelijkse status ongerechtvaardigd was; gelijke arbeid vereist gelijke
beloning, ongeacht de huwelijkse status van de werknemer.

HvJEG 15 juli 1964, ECLI:EU:C:1964:66 (Costa/ENEL)
Feiten: Het Costa/ENEL-arrest bevestigde de voorrang van Europees recht
op nationale wetgeving van de lidstaten. Costa had de nationale rechter
verzocht om een prejudiciële beslissing over bepaalde artikelen van het
EEG-verdrag. Dit arrest bepaalde dat Europese regels niet kunnen worden
genegeerd door nationale wetgeving, en versterkte daarmee de
onafhankelijkheid van de Europese rechtsorde, waarbij het Hof van Justitie
bevestigde dat Europese regelgeving voorrang heeft op tegenstrijdige
nationale wetten.
Rechtsvraag: Hebben de bepalingen uit het EEG-verdrag voorrang boven
nationale wetgeving?
Conclusie: Het Hof van Justitie oordeelde dat Europees recht een

, autonome rechtsorde vormt die voorrang heeft boven nationale
wetgeving. Lidstaten moeten strijdige nationale wetgeving buiten
toepassing laten.

HR 30 mei 1986 (Spoorwegstakingen)
Feiten: NS-werknemers voerden tussen oktober en december 1983
collectieve acties tegen overheidsmaatregelen, waaronder bevriezing van
lonen en afschaffing van prijscompensatie. De NS stelde de vakbonden
aansprakelijk en vroeg de rechtbank om de acties te beëindigen. Zowel de
rechtbank als het hof oordeelden dat de acties rechtmatig waren, en de
Hoge Raad bevestigde deze beslissing in cassatie. De Hoge Raad
concludeerde dat de acties, hoewel gericht tegen de overheid, vallen
onder artikel 6, vierde lid, van het Europees Sociaal Handvest (ESH), dat
collectieve acties beschermt.
Rechtsvraag: Waren de collectieve acties van de NS-werknemers
rechtmatig, en heeft artikel 6 lid 4 van het ESH directe werking?
Conclusie: De Hoge Raad oordeelde dat de acties rechtmatig waren en dat
artikel 6 lid 4 ESH directe werking heeft en bescherming biedt voor
collectieve acties, hoewel de beoordeling daarvan per geval moet worden
vastgesteld.

CBHO 14 november 2016, CBHO 2016/069 (Schending
legaliteitsbeginsel OER)
Feiten: Een student kreeg 0,5 punt aftrek wegens het niet voldoen aan de
aanwezigheidsplicht bij twee bijeenkomsten, terwijl de Onderwijs- en
Examenregeling (OER) en de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek (WHW) alleen de mogelijkheid boden om
tentamens schriftelijk of mondeling af te nemen. De OER voorzag echter
niet in aanwezigheid als voorwaarde voor het tentamenresultaat.
Rechtsvraag: Bieden de WHW en de OER een basis om
aanwezigheidseisen aan tentamens te stellen?
Conclusie: De rechter concludeerde dat aanwezigheid niet onder de
definitie van tentamen valt en dat de examinator door
aanwezigheidspunten te eisen de OER heeft overschreden. Hierdoor
werden de betreffende OER-bepalingen onverbindend verklaard.

ABRvS 26 oktober 2005, ECLI:NL:RVS:2005 (De Nederlandsche
Bank)
Feiten: De Afdeling Bestuursrechtspraak oordeelde dat De Nederlandsche
Bank (DNB) in deze zaak als bestuursorgaan handelde. Hoewel DNB een
privaatrechtelijke naamloze vennootschap is en geen ‘a-orgaan’, voert zij
overheidstaken uit, zoals de omwisseling van guldens naar euro’s,
waarvoor publiekrechtelijke bevoegdheden aan haar zijn toegekend.
Hierdoor valt DNB binnen de definitie van een ‘b-orgaan’ onder de
Algemene wet bestuursrecht (Awb), en kunnen besluiten van DNB hierover
worden bestreden.
Rechtsvraag: Is De Nederlandsche Bank een bestuursorgaan in de zin van
de Awb bij de omwisseling van gulden naar euro?
Conclusie: De Afdeling concludeerde dat DNB als bestuursorgaan valt

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 3, 2024
File latest updated on
November 10, 2024
Number of pages
7
Written in
2024/2025
Type
Judgments

Subjects

$6.65
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
EURLM01 Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
56
Member since
1 year
Number of followers
5
Documents
43
Last sold
3 weeks ago

3.4

9 reviews

5
2
4
3
3
2
2
1
1
1

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions