ORTHOPEDISCHE TERMINOLOGIE
FLEXIE EN EXTENSIE
ABDUCTIE EN ADDUCTIE
ENDOROTATIE EN EXORATATIE
Pagina | 1
,PRONATIE EN SUPINATIE
INVERSIE EN EVERSIE
STATISCHE DEFORMITEIT
= Bekkenscheefstand en beenverkorting waardoor er scoliose optreedt.
DYNAMISCHE DEFORMITEIT
= Is een standsafwijking door een overmatige of verkeerd uitgeoefende spieractie.
VB: spastische spitsvoet door hypertonie van de kuitspieren
Pagina | 2
,STRUCTURELE DEFORMITEIT
= Is een afwijkende stand veroorzaakt door misvorming
van
de gewrichten en botten.
Kan enkel chirurgisch behandeld worden.
VB: Ontstaan van X-benen door artrose
VARUS EN VALGUS
= zijn stand afwijkingen in het frontale vlak die een hoekstand aangeven met de
convexiteit naar de lichaamsas toe (valgus)
of van de lichaamsas weg (varus)
CALCANEUS EN EQUINUS
CALCANEUS
= hakkenvoetstand
EQUINUS
= spitsvoetstand
Pagina | 3
, CAVUS EN PLANUS
CAVUS
= holvoet door verhoging van het normale lengtegewelf.
Komt voor na het compartimentsyndroom bij een
onderbeenfractuur
PLANUS
= platvoet, komt frequent voor bij kinderen.
FRACTUURCLASSIFICATIE
= Classificeren van fracturen doen we voornamelijk om 4 redenen
1. Heldere communicatie
2. Bepalen van behandeling
3. Bepalen van prognose
4. Onderzoek naar behandeling en uitkomst van (vergelijkbare) fracturen
Bij een anamnese wordt er een classificatie ingevuld. Deze hebben per zonen een
specifiek nummer zodat iedereen weet over welke breuk het gaat.
AO- CLASSIFICATIE
= Deze classificatie wordt wereldwijd gebruikt en benoemd 95% van alle fracturen.
DE SOORTEN FRACTUREN
Pagina | 4