Scheikunde samenvatting H6
Cu2+ + 2 e- Cu(s)
p: 29 p: 29
e: 27 e: 29
2H+ + 2 e- H2
p: 1 p: 1
e: 0 e: 1
Al (s) Al3+ + 3 e-
p: 13 p: 13
e: 13 e: 10
redoxreacties -> Battreijen, accu’s, waterstof auto’s -> (brandstofcel)
vaak zijn er metalen betrokken bij deze reactie. Metalen kun je onderverdelen op hoe
snel ze reageren met water/zuurstof.
- Edelmetalen: reageert bijna nergens mee
- Halfedel
- Onedel
- Zeer onedel: reageert snel en sterk met water/zuurstof
Tijdens een redoxreactie worden metalen omgezet in positieve metaalionen. De niet metalen worden
omgezet in negatieve ionen. Dit gebeurd door elektronen overdracht, elektronen gaan nooit verloren!
Vb: magnesium toevoegen aan zoutzuur geeft waterstofgas en een oplossing van magnesiumchloride
Mg(s) + 2H+ (aq) H2 (g) + Mg 2+ (aq)
Mg vondt Mg2+, er zijn e- afgestaan (aan H+). Het is een redoxreactie (halfreacties:
Mg (s) Mg2+ (aq) + 2 e-
2H+ (aq) + 2 e- H2 (g)
e- blijft gelijk voor en na de pijl, maar kan wel van ion wisselen zoals bij het vb.
bij een redoxreactie zijn twee type deeltjes te onderscheiden.
- Oxidator = neemt e- op, voor de pijl
- Reductor = staat e- af, na de pijl
Tabel 48:
- Sterkste oxidator: F2
- Zwakste reductor: Li+
- Sterkste reductor: Li
- Zwakste oxidator: F-
Er verloopt alleen een reactie als de oxidator boven de reductor staat.
Zuurstof -> oxide (met H+ of H2O)=> Oxidator
Water -> oxidator en reductor = zwak
Metalen -> reductor
Metaalionen -> meestal oxidator, soms beide.
Ionen welke meerdere ladingen kunnen hebben kunnen beide zijn.
Vb: ijzer(II)ion Fe2+ + 2 e- Fe (s)
Ijzer(III)ion Fe2+ Fe3+ + e-
Halogenen -> Oxidator
Halogeenionen -> Reductor
Cu2+ + 2 e- Cu(s)
p: 29 p: 29
e: 27 e: 29
2H+ + 2 e- H2
p: 1 p: 1
e: 0 e: 1
Al (s) Al3+ + 3 e-
p: 13 p: 13
e: 13 e: 10
redoxreacties -> Battreijen, accu’s, waterstof auto’s -> (brandstofcel)
vaak zijn er metalen betrokken bij deze reactie. Metalen kun je onderverdelen op hoe
snel ze reageren met water/zuurstof.
- Edelmetalen: reageert bijna nergens mee
- Halfedel
- Onedel
- Zeer onedel: reageert snel en sterk met water/zuurstof
Tijdens een redoxreactie worden metalen omgezet in positieve metaalionen. De niet metalen worden
omgezet in negatieve ionen. Dit gebeurd door elektronen overdracht, elektronen gaan nooit verloren!
Vb: magnesium toevoegen aan zoutzuur geeft waterstofgas en een oplossing van magnesiumchloride
Mg(s) + 2H+ (aq) H2 (g) + Mg 2+ (aq)
Mg vondt Mg2+, er zijn e- afgestaan (aan H+). Het is een redoxreactie (halfreacties:
Mg (s) Mg2+ (aq) + 2 e-
2H+ (aq) + 2 e- H2 (g)
e- blijft gelijk voor en na de pijl, maar kan wel van ion wisselen zoals bij het vb.
bij een redoxreactie zijn twee type deeltjes te onderscheiden.
- Oxidator = neemt e- op, voor de pijl
- Reductor = staat e- af, na de pijl
Tabel 48:
- Sterkste oxidator: F2
- Zwakste reductor: Li+
- Sterkste reductor: Li
- Zwakste oxidator: F-
Er verloopt alleen een reactie als de oxidator boven de reductor staat.
Zuurstof -> oxide (met H+ of H2O)=> Oxidator
Water -> oxidator en reductor = zwak
Metalen -> reductor
Metaalionen -> meestal oxidator, soms beide.
Ionen welke meerdere ladingen kunnen hebben kunnen beide zijn.
Vb: ijzer(II)ion Fe2+ + 2 e- Fe (s)
Ijzer(III)ion Fe2+ Fe3+ + e-
Halogenen -> Oxidator
Halogeenionen -> Reductor