5.2
Samenwerking : Het proces waarin individuen, groepen en /of staten relaties vormen om hun
handelen op elkaar af te stemmen voor een gemeenschappelijk doel.
Conflict : Een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar tegenwerken om de eigen
doelen te bereiken.
Collectief goed : Een collectief goed is een goed waarbij het onmogelijk is om mensen die niet
betalen van gebruik van het goed uit te sluiten en waarbij de consumptie door de een niet ten koste
gaat van de consumptie door de ander.
Private goederen : Private goederen zijn in de economie gedefinieerd als goederen die uitsluitbaar
en rivaliserend zijn. Private goederen zijn tegengesteld aan publieke goederen. Uitsluitbaar betekent:
Sommige consumenten kunnen uitgesloten worden van het gebruik van dit goed (economie).
Rivaliserend betekent: Als het goed gebruikt is kan het niet nogmaals of tegelijkertijd geconsumeerd
worden door anderen.
Collectieve actie : Als mensen samenwerken om een collectief goed te realiseren.
Dilemma van collectieve actie : De keus waar mensen voor staan om wel of niet mee te werken aan
een collectief actie.
Free riders : De actoren die wel profiteren van een collectief goed, maar niet eraan meebetalen.
5.3
Harmoniemodel : Overleggen en er samen uitkomen.
Poldermodel : De Nederlandse versie/naam van het Harmoniemodel.
Conflictmodel : Het behalen van eigen doelen en belangen.
Ideologie : Leer van de ideeën.
Uitgangspunten socialisme/sociaaldemocratie : Gelijkheid en gelijkwaardigheid, en de overheid
moet zich daar aan bijdragen.
Uitgangspunten confessionalisme/christendemocratie : Harmonie en samenwerking zijn belangrijke
waarden.
Uitgangspunten liberalisme : Vrijheid voor het individu is belangrijk, mensen moeten zelf keuzes
kunnen maken en zijn zelf verantwoordelijk.
Rationalisering : Het proces van het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid met de
bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken en van het doelgericht inzetten van middelen
om zo effectief mogelijk resultaten te bereiken.