Aantekeningen 1.1
Week 2
HMH & Beroepsprofiel
Beroepsprofiel Huid- en oedeemtherapeut
1. (Huidtherapeutisch handelen (midden))
2. Communiceren
3. Samenwerken
4. Organiseren
5. Kennis delen en wetenschap beoefenen
6. Maatschappelijk handelen
7. Professioneel handelen
Competentie -> hoofd, hart en handen
Beroepsprofiel -> uitgangspunt voor het curriculum
Opleidingsprofiel -> beroepsprofiel + extra competenties
HMH -> Huidtherapeutisch Methodisch Handelen
1 -> screening
2 t/m 5 -> diagnostisch
6 t/m 8 -> therapeutisch
Tussen anamnese en huidtherapeutisch onderzoek hoort installatie van de
patiënt.
Stap 3 -> kan voorlopige conclusie/hypothesen worden getrokken
Stap 4 -> voorlopige diagnose, is het een indicatie voor een huidtherapeut ?
Stap 5 -> behandelplan opstellen, informeer patiënt (bevat beoogde doelen van
huidtherapeutische zorg, de behandeling en hulpmiddelen, de strategie)
Stap 7 -> periodiek geëvalueerd, beoordelen van het behandelproces
Stap 8 -> eventuele nazorg of controle op een later tijdstip
PROVOKE & Efflorescenties
PROVOKE vindt plaats tijdens de inspectie (stap 3 HMH)
PROVOKE is een systeem om de belangrijke aspecten van een dermatose te
omschrijven
Efflorescenties zijn opbloeisels
Efflorescenties en PROVOKE zijn noodzakelijk bij:
• Differentiaal diagnostiek (twijfel tussen verschillende huidaandoeningen)
• Stellen huidtherapeutische diagnose
• Besluitvorming terugverwijzen naar arts
• Besluitvorming behandelplan
Atrofie -> verdunning van de huid
• Abnormale verdunning van de huid
Bulla -> blaar
• Holte gevuld met helder vocht, in of onder de epidermis
• Groter dan 1cm >1cm
• Subcorneaal -> net onder de hoornlaag
• Intra-epidermaal -> dieper in opperhuid
• Subepidermaal -> nog dieper in de opperhuid (net onder opperhuid)
, Cyste -> holte
• Afgesloten holte in de huid met een eigen epitheelwand, gevuld met vocht,
cellen, celproducten
Vesikel -> blaasje
• met helder vocht gevulde holte
• Kleiner dan 1 cm < 1cm
• Geen eigen celwand
Pustel
• met pus gevulde holte
• Kleiner dan 1 cm < 1cm
Comedo -> mee-eter
• Een afgesloten talgklieruitgang met ophoping van talgkliermateriaal en
keratine
1. Open comedo -> contact met buitenlucht -> zwarte kleur
2. Gesloten comedo -> witte kleur
Cicatrix -> litteken
• Bindweefsel dat normaal weefsel vervangt na trauma of ziekte
Crusta -> korst
• Korst bestaande uit ingedroogd wondvocht, bloed, afgestorven weefsel, vuil
Erytheem -> roodheid
• Tijdelijke wegdrukbare roodheid van de huid t.g.v. vaatverwijding ->
zonverbranding
Bloedingen in de huid
1. Petechien (purpura): puntvormige, paarse, niet wegdrukbare verkleuring door
een huidbloeding < 2mm
2. Ecchymose: oppervlakkige vlekvormige bloeduitstortingen in de huid > 2 mm
3. Hematoom: dieper in de huid gelegen bloeduitstorting, kan als zwelling voelen
(termen zijn niet strikt te scheiden)
Erosie -> ontvelling
• Oppervlakkig defect van de huid, beperkt tot de epidermis
• bijvoorbeeld schaafwond
Dyschromie -> verkleuring
• Sproetjes (efileden)
• Kleurveranderingen niet t.g.v. doorbloeding en niet wegdrukbaar
• Hyperpigmentatie
Excoriatie -> krabeffect
• defect van epidermis en dermis t.g.v. krabben
Fissuur & Ragade & Kloof
• Oppervlakkige tot diepe inscheuring van de huid
Week 2
HMH & Beroepsprofiel
Beroepsprofiel Huid- en oedeemtherapeut
1. (Huidtherapeutisch handelen (midden))
2. Communiceren
3. Samenwerken
4. Organiseren
5. Kennis delen en wetenschap beoefenen
6. Maatschappelijk handelen
7. Professioneel handelen
Competentie -> hoofd, hart en handen
Beroepsprofiel -> uitgangspunt voor het curriculum
Opleidingsprofiel -> beroepsprofiel + extra competenties
HMH -> Huidtherapeutisch Methodisch Handelen
1 -> screening
2 t/m 5 -> diagnostisch
6 t/m 8 -> therapeutisch
Tussen anamnese en huidtherapeutisch onderzoek hoort installatie van de
patiënt.
Stap 3 -> kan voorlopige conclusie/hypothesen worden getrokken
Stap 4 -> voorlopige diagnose, is het een indicatie voor een huidtherapeut ?
Stap 5 -> behandelplan opstellen, informeer patiënt (bevat beoogde doelen van
huidtherapeutische zorg, de behandeling en hulpmiddelen, de strategie)
Stap 7 -> periodiek geëvalueerd, beoordelen van het behandelproces
Stap 8 -> eventuele nazorg of controle op een later tijdstip
PROVOKE & Efflorescenties
PROVOKE vindt plaats tijdens de inspectie (stap 3 HMH)
PROVOKE is een systeem om de belangrijke aspecten van een dermatose te
omschrijven
Efflorescenties zijn opbloeisels
Efflorescenties en PROVOKE zijn noodzakelijk bij:
• Differentiaal diagnostiek (twijfel tussen verschillende huidaandoeningen)
• Stellen huidtherapeutische diagnose
• Besluitvorming terugverwijzen naar arts
• Besluitvorming behandelplan
Atrofie -> verdunning van de huid
• Abnormale verdunning van de huid
Bulla -> blaar
• Holte gevuld met helder vocht, in of onder de epidermis
• Groter dan 1cm >1cm
• Subcorneaal -> net onder de hoornlaag
• Intra-epidermaal -> dieper in opperhuid
• Subepidermaal -> nog dieper in de opperhuid (net onder opperhuid)
, Cyste -> holte
• Afgesloten holte in de huid met een eigen epitheelwand, gevuld met vocht,
cellen, celproducten
Vesikel -> blaasje
• met helder vocht gevulde holte
• Kleiner dan 1 cm < 1cm
• Geen eigen celwand
Pustel
• met pus gevulde holte
• Kleiner dan 1 cm < 1cm
Comedo -> mee-eter
• Een afgesloten talgklieruitgang met ophoping van talgkliermateriaal en
keratine
1. Open comedo -> contact met buitenlucht -> zwarte kleur
2. Gesloten comedo -> witte kleur
Cicatrix -> litteken
• Bindweefsel dat normaal weefsel vervangt na trauma of ziekte
Crusta -> korst
• Korst bestaande uit ingedroogd wondvocht, bloed, afgestorven weefsel, vuil
Erytheem -> roodheid
• Tijdelijke wegdrukbare roodheid van de huid t.g.v. vaatverwijding ->
zonverbranding
Bloedingen in de huid
1. Petechien (purpura): puntvormige, paarse, niet wegdrukbare verkleuring door
een huidbloeding < 2mm
2. Ecchymose: oppervlakkige vlekvormige bloeduitstortingen in de huid > 2 mm
3. Hematoom: dieper in de huid gelegen bloeduitstorting, kan als zwelling voelen
(termen zijn niet strikt te scheiden)
Erosie -> ontvelling
• Oppervlakkig defect van de huid, beperkt tot de epidermis
• bijvoorbeeld schaafwond
Dyschromie -> verkleuring
• Sproetjes (efileden)
• Kleurveranderingen niet t.g.v. doorbloeding en niet wegdrukbaar
• Hyperpigmentatie
Excoriatie -> krabeffect
• defect van epidermis en dermis t.g.v. krabben
Fissuur & Ragade & Kloof
• Oppervlakkige tot diepe inscheuring van de huid