Recht & vaardig 1
Hoorcolleges strafrecht periode A
Week 1: inleiding van het strafrecht
Het Nederlandse recht:
- Privaatrecht: vermogens- familie- en erfrecht
- Publiekrecht: internationaal- straf- en staats recht
Strafrecht:
- Materieel: wat is strafbaar en welke personen zijn hiervoor strafbaar?
- Formeel: wat zijn de bevoegdheden en de regels voor verschillende
organen?
4 doelen Nederlandse straffen:
- Vergelding
- Terug moet betalen; oog om oog
- Preventie
- 2.1 speciale; als je het voor de 2e keer niet zou doen
- 2.2 general
- Voorkomen eigenrichting
- Voorkomen dat je bijvoorbeeld je inbreker zelf in elkaar slaat
- Resocialisatie
- De verdachte terugbrengen in een maatschappij waarin hij weer kan
functioneren.
Het rechterlijke beslissingsmodel (uitgangspunt voor alle partijen):
1. Is de dagvaarding geldig?
2. Is de rechter bevoegd?
3. Is de OvJ ontvankelijk?
4. Is er reden tot schorsing der vervolging?
5. Kan de tenlastelegging bewezen worden?
6. Levert het bewezen verklaarde een strafbaar feit op?
7. Is de dader strafbaar?
8. Welke straf of maatregel moet er worden opgelegd?
Misdrijf of overtreding?
- Misdrijf: rechtsdelicten
- Overtredingen: wetsdelicten
Wetboek van strafrecht:
- Boek 1: algemene bepalingen (artikel 1-91)
- Boek 2: misdrijven (artikel 92-421)
- Boek 3: overtredingen (artikel 424-479)
Legaliteitsbeginsel:
- Geen straf zonder de wet
4 onderdelen:
- Lex scripta: het moet in de wet geschreven zijn.
- Lex certa: alles wat in de wet staat moet duidelijk zijn.
- Verbod op terugwerkende kracht: je mag geen oude koeien uit de sloot
halen.
, -Verbod op analogie: je gebruikt de wet voor gedragingen waarvoor de wet
niet is gemaakt.
Week 2: materieel strafrecht en verwijtbaarheid
Waaruit bestaat een strafbaar feit:
1. De menselijke + gedraging (actieve spierbeweging)
2. Wettelijke delictsomschrijving (bijv. Artikel 310 wetboek van strafrecht)
3. Wederrechtelijkheid (geen rechtvaardiging voor de daad)
4. Verwijtbaarheid (geen rechtvaardiging voor de dader)
Verwijtbaarheidsvorm: alle vormen van opzet en schuld bijvoorbeeld:
- Dood/zll door schuld
- Dood/zll door opzet
- Dood/zll door opzet en voor bedachte raden
Schuld:
- Geen schuld of opzet
- Onbewuste schuld
- Bewuste schuld
Opzet:
- Voorwaardelijk opzet
- Opzet
- Opzet als oogmerk
Oogmerk: opzet met een bepaalde bedoeling
Culpa (schuld): een aanmerkelijke (groot) verwijtbare onvoorzichtigheid:
- Onbewuste culpa: zich niet realiseert dat hij/zij onvoorzichtig is/ te veel
risico neemt en had dit wel moeten realiseren
- Bewuste culpa: zich wel realiseert dat hij/zij onvoorzichtig is/ te veel risico
neemt, maar verwacht dat het niet gaat gebeuren.
- Roekeloosheid: zwaardere variant van culpa, vaak in combinatie met
alcohol drugs, te hard rijden etc.
Dolus (opzet):
- Oogmerk: opzettelijk met bedoeling.
- Opzet: willens en wetens/ expres/ bewust iets doen.
- Voorwaardelijke opzet: het willens en wetens/ expres/ het bewust
aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg kan
intreden.
Verschil en overeenkomst tussen voorwaardelijk opzet en bewuste culpa?
- Bewuste culpa: weten dat iets kan gebeuren, maar er lichtzinnig over
denken.
Hoorcolleges strafrecht periode A
Week 1: inleiding van het strafrecht
Het Nederlandse recht:
- Privaatrecht: vermogens- familie- en erfrecht
- Publiekrecht: internationaal- straf- en staats recht
Strafrecht:
- Materieel: wat is strafbaar en welke personen zijn hiervoor strafbaar?
- Formeel: wat zijn de bevoegdheden en de regels voor verschillende
organen?
4 doelen Nederlandse straffen:
- Vergelding
- Terug moet betalen; oog om oog
- Preventie
- 2.1 speciale; als je het voor de 2e keer niet zou doen
- 2.2 general
- Voorkomen eigenrichting
- Voorkomen dat je bijvoorbeeld je inbreker zelf in elkaar slaat
- Resocialisatie
- De verdachte terugbrengen in een maatschappij waarin hij weer kan
functioneren.
Het rechterlijke beslissingsmodel (uitgangspunt voor alle partijen):
1. Is de dagvaarding geldig?
2. Is de rechter bevoegd?
3. Is de OvJ ontvankelijk?
4. Is er reden tot schorsing der vervolging?
5. Kan de tenlastelegging bewezen worden?
6. Levert het bewezen verklaarde een strafbaar feit op?
7. Is de dader strafbaar?
8. Welke straf of maatregel moet er worden opgelegd?
Misdrijf of overtreding?
- Misdrijf: rechtsdelicten
- Overtredingen: wetsdelicten
Wetboek van strafrecht:
- Boek 1: algemene bepalingen (artikel 1-91)
- Boek 2: misdrijven (artikel 92-421)
- Boek 3: overtredingen (artikel 424-479)
Legaliteitsbeginsel:
- Geen straf zonder de wet
4 onderdelen:
- Lex scripta: het moet in de wet geschreven zijn.
- Lex certa: alles wat in de wet staat moet duidelijk zijn.
- Verbod op terugwerkende kracht: je mag geen oude koeien uit de sloot
halen.
, -Verbod op analogie: je gebruikt de wet voor gedragingen waarvoor de wet
niet is gemaakt.
Week 2: materieel strafrecht en verwijtbaarheid
Waaruit bestaat een strafbaar feit:
1. De menselijke + gedraging (actieve spierbeweging)
2. Wettelijke delictsomschrijving (bijv. Artikel 310 wetboek van strafrecht)
3. Wederrechtelijkheid (geen rechtvaardiging voor de daad)
4. Verwijtbaarheid (geen rechtvaardiging voor de dader)
Verwijtbaarheidsvorm: alle vormen van opzet en schuld bijvoorbeeld:
- Dood/zll door schuld
- Dood/zll door opzet
- Dood/zll door opzet en voor bedachte raden
Schuld:
- Geen schuld of opzet
- Onbewuste schuld
- Bewuste schuld
Opzet:
- Voorwaardelijk opzet
- Opzet
- Opzet als oogmerk
Oogmerk: opzet met een bepaalde bedoeling
Culpa (schuld): een aanmerkelijke (groot) verwijtbare onvoorzichtigheid:
- Onbewuste culpa: zich niet realiseert dat hij/zij onvoorzichtig is/ te veel
risico neemt en had dit wel moeten realiseren
- Bewuste culpa: zich wel realiseert dat hij/zij onvoorzichtig is/ te veel risico
neemt, maar verwacht dat het niet gaat gebeuren.
- Roekeloosheid: zwaardere variant van culpa, vaak in combinatie met
alcohol drugs, te hard rijden etc.
Dolus (opzet):
- Oogmerk: opzettelijk met bedoeling.
- Opzet: willens en wetens/ expres/ bewust iets doen.
- Voorwaardelijke opzet: het willens en wetens/ expres/ het bewust
aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg kan
intreden.
Verschil en overeenkomst tussen voorwaardelijk opzet en bewuste culpa?
- Bewuste culpa: weten dat iets kan gebeuren, maar er lichtzinnig over
denken.