KENNISLIJN
WEEK 1 – PSYCHOLOGISCHE PERSPECTIEVEN
Doelen van de week:
- Wat is psychologie en pedagogiek
- Waarom zijn dit wetenschappen
- Je begrijpt waarom je hier als sociaal werker verstand van moet hebben
- Je weet welke 7 perspectieven/stromingen er zijn in de psychologie
Hoofdstuk 1 uit ‘praktische psychologie voor sociaal werk’
AANTEKENINGEN
Spiegelneuronen - Als jij iets ziet gebeuren, wordt jouw hersencentrum actief waardoor jij
ook die pijn kan voelen en dus empathie kan voelen. Je spiegelt dat gevoel.
Psychologie = de wetenschap van gedrag en geestelijke processen (denken, voelen)
- Letterlijk: de studie van de geest (psyche = geest, logos = kennis)
Pedagogiek = de wetenschap van het opvoeden
- Letterlijk: kinderleiding
Wilhelm Wundt:
- Sticht psychologisch laboratorium in Leipzig
- Eerste onderzoek van waarnemen (prikkelgrens, prikkelonderscheiding,
geheugen)
William James:
- Sticht eerste psychologische instituut (studie) aan de universiteit in VS
- Onderzoek naar emoties en o.a. religieuze ervaringen
Psychologie en pedagogiek zijn empirische wetenschappen
(ervaringswetenschappen)
- Een empirische wetenschap bewijst dingen door observatie of experiment
- Een empirische wetenschap:
- beschrijft het studieobject
- verklaart de verschijnselen (theorieën)
- voorspelt op grond van die theorieën dingen die getoetst kunnen worden: als X
dan Y
Psychologische wetten
- Zijn waarschijnlijkheden, geen zekerheden zoals in fysica
- Mensen zijn geen automaten: een individu kan bijna altijd afwijken van wat je
verwacht
Waarom moet je hier verstand van hebben als sociaal werker?
, - Psychologie en pedagogiek helpen je bij het contact maken en met het probleem
van een client beter te begrijpen
- Attributietheorie – daardoor stel je goede vragen en luister je beter als een
professional
De 7 perspectieven
- Biologisch perspectief
- Behaviorisme
- Psychoanalytisch perspectief
- Gestaltperspectief
- Systeemperspectief
- Humanistisch perspectief
- Cognitieve perspectief
- Neurofysiologisch (biologisch) perspectief
1 - Psycho-dynamisch perspectief (psycho-analyse)
- Sigmund Freud
- Gedrag wordt bepaald door het onderbewuste
- In het onbewuste zitten aangeboren driften en verdrongen ervaringen
De eerste 5 jaren zijn bepalend voor jou persoonlijkheid.
De persoonlijkheid is opgebouwd uit
- Het onderbewuste (Id)
- Het bewuste (Ego)
- Het geweten (Superego)
2 - Behavioristisch perspectief
- Watson – de psychologie moet wetenschappelijker worden (zoals
natuurwetenschap)
- Alleen gedrag dat waarneembaar/meetbaar is en waarmee je experimenten kunt
doen is relevant
- Doel van psychologie is het toepassen van psychologische kennis om gedrag te
beïnvloeden
- Gedrag van mensen wordt vooral bepaald door leerprocessen (conditionering)
3 - Humanistisch perspectief
- Behavioristen deden veel onderzoek met dieren – het typisch menselijke
verdween uit beeld: bewustzijn, vrije wil, liefde
- Focus werd het uniek menselijke
- En hoe mensen zich kunnen ontplooien en groeien tot gezonde mensen
- Abraham Maslow – theorie van fundamentele behoeften (voorwaarden voor
ontplooiing)
- Carl Rogers – cliëntgerichte, non-directieve therapie (niet sturen maar
voorwaarden scheppen voor groei door actief te luisteren naar de cliënt)
4 - Cognitief perspectief
- Gedrag wordt sterk bepaald door begrip, kennis, opvattingen, overtuigingen,
geheugen, vermogen problemen op te lossen – kortom, door cognitie
- Informatie wat via zintuigen binnenkomt en hoe we ze verwerken
- Wat er in je hoofd gebeurt (wat je dus niet kan waarnemen)
- Belangrijke praktische toepassing: cognitieve therapie – het beïnvloeden van
denkbeelden zodat het gedrag ook veranderd
5 - Gestaltsperspectief
- Een gestalt = een geheel (wat we willen zien)
- We nemen geen aparte onderdelen maar gehelen waar
- Ons gedrag wordt beïnvloed door de neiging Gestalten te zien en ze zelf te
scheppen. We willen ons leven als een geheel voelen.
- Hoe minder informatie ons brein krijgt, hoe meer we het beeld gaan aanvullen.
6 - Systeemperspectief
WEEK 1 – PSYCHOLOGISCHE PERSPECTIEVEN
Doelen van de week:
- Wat is psychologie en pedagogiek
- Waarom zijn dit wetenschappen
- Je begrijpt waarom je hier als sociaal werker verstand van moet hebben
- Je weet welke 7 perspectieven/stromingen er zijn in de psychologie
Hoofdstuk 1 uit ‘praktische psychologie voor sociaal werk’
AANTEKENINGEN
Spiegelneuronen - Als jij iets ziet gebeuren, wordt jouw hersencentrum actief waardoor jij
ook die pijn kan voelen en dus empathie kan voelen. Je spiegelt dat gevoel.
Psychologie = de wetenschap van gedrag en geestelijke processen (denken, voelen)
- Letterlijk: de studie van de geest (psyche = geest, logos = kennis)
Pedagogiek = de wetenschap van het opvoeden
- Letterlijk: kinderleiding
Wilhelm Wundt:
- Sticht psychologisch laboratorium in Leipzig
- Eerste onderzoek van waarnemen (prikkelgrens, prikkelonderscheiding,
geheugen)
William James:
- Sticht eerste psychologische instituut (studie) aan de universiteit in VS
- Onderzoek naar emoties en o.a. religieuze ervaringen
Psychologie en pedagogiek zijn empirische wetenschappen
(ervaringswetenschappen)
- Een empirische wetenschap bewijst dingen door observatie of experiment
- Een empirische wetenschap:
- beschrijft het studieobject
- verklaart de verschijnselen (theorieën)
- voorspelt op grond van die theorieën dingen die getoetst kunnen worden: als X
dan Y
Psychologische wetten
- Zijn waarschijnlijkheden, geen zekerheden zoals in fysica
- Mensen zijn geen automaten: een individu kan bijna altijd afwijken van wat je
verwacht
Waarom moet je hier verstand van hebben als sociaal werker?
, - Psychologie en pedagogiek helpen je bij het contact maken en met het probleem
van een client beter te begrijpen
- Attributietheorie – daardoor stel je goede vragen en luister je beter als een
professional
De 7 perspectieven
- Biologisch perspectief
- Behaviorisme
- Psychoanalytisch perspectief
- Gestaltperspectief
- Systeemperspectief
- Humanistisch perspectief
- Cognitieve perspectief
- Neurofysiologisch (biologisch) perspectief
1 - Psycho-dynamisch perspectief (psycho-analyse)
- Sigmund Freud
- Gedrag wordt bepaald door het onderbewuste
- In het onbewuste zitten aangeboren driften en verdrongen ervaringen
De eerste 5 jaren zijn bepalend voor jou persoonlijkheid.
De persoonlijkheid is opgebouwd uit
- Het onderbewuste (Id)
- Het bewuste (Ego)
- Het geweten (Superego)
2 - Behavioristisch perspectief
- Watson – de psychologie moet wetenschappelijker worden (zoals
natuurwetenschap)
- Alleen gedrag dat waarneembaar/meetbaar is en waarmee je experimenten kunt
doen is relevant
- Doel van psychologie is het toepassen van psychologische kennis om gedrag te
beïnvloeden
- Gedrag van mensen wordt vooral bepaald door leerprocessen (conditionering)
3 - Humanistisch perspectief
- Behavioristen deden veel onderzoek met dieren – het typisch menselijke
verdween uit beeld: bewustzijn, vrije wil, liefde
- Focus werd het uniek menselijke
- En hoe mensen zich kunnen ontplooien en groeien tot gezonde mensen
- Abraham Maslow – theorie van fundamentele behoeften (voorwaarden voor
ontplooiing)
- Carl Rogers – cliëntgerichte, non-directieve therapie (niet sturen maar
voorwaarden scheppen voor groei door actief te luisteren naar de cliënt)
4 - Cognitief perspectief
- Gedrag wordt sterk bepaald door begrip, kennis, opvattingen, overtuigingen,
geheugen, vermogen problemen op te lossen – kortom, door cognitie
- Informatie wat via zintuigen binnenkomt en hoe we ze verwerken
- Wat er in je hoofd gebeurt (wat je dus niet kan waarnemen)
- Belangrijke praktische toepassing: cognitieve therapie – het beïnvloeden van
denkbeelden zodat het gedrag ook veranderd
5 - Gestaltsperspectief
- Een gestalt = een geheel (wat we willen zien)
- We nemen geen aparte onderdelen maar gehelen waar
- Ons gedrag wordt beïnvloed door de neiging Gestalten te zien en ze zelf te
scheppen. We willen ons leven als een geheel voelen.
- Hoe minder informatie ons brein krijgt, hoe meer we het beeld gaan aanvullen.
6 - Systeemperspectief