Commerciële calculaties
Integrale en differentiële kostprijs
berekenen.
Hoe bepaald de ondernemer de kostprijs van een product en/ of dienst?
Zowel de variabele als de constante kosten zijn bepalend voor de kostprijs van een product. De
kostprijs waarbij zowel de constante als de variabele kosten zijn meegerekend noemen we integrale
kostprijs. De integrale kostprijs wordt ook vaak de standaardkostprijs genoemd.
Integrale kostprijs formule (standaardkostprijsformule)
In deze opdracht is er aangenomen dat er sprake is van proportioneel variabele kosten. Bij deze
kosten maakt de productieomvang namelijk niks uit, per eenheid blijven deze kosten namelijk gelijk.
Totale constante kosten (c) Totale variabele kosten (v)
Integrale kostprijs = ---------------------------------- + -----------------------------------
Normale productie (n) Verwachte of werkelijke productie (w)
(Constante deel van de kostprijs per stuk) (variabele deel van de kostprijs per stuk)
In de formule:
C V
Integrale (standaard) kostprijs = ----- + ------
N W
,Voor het berekenen van het constante deel van de kostprijs per stuk wordt er gebruik gemaakt van
de normale productie. Dit is de productieomvang die de onderneming bereikt, onder normale
omstandigheden.
Dit betekent dus dat ze met deze hoeveelheid producten, de totale constante kosten terug moeten
verdienen. Voor het berekenen van het variabele deel van de kostprijs per stuk wordt er gerekend
met de verwachte of werkelijke productie. Zowel de verwachte als werkelijke productie kan afwijken
van de normale productie.
Voorbeeld:
Een drukkerij drukt documenten op groot A0 papier af. Over zijn studio zijn de volgende gegevens
bekend:
Totale constante kosten €200 per maand
Totale variabele kosten €1.400
Normale aantal bedrukkingen €60 stuks
Werkelijke aantal bedrukkingen €66 stuks
Uitwerking:
C V €300 €1.400
Kostprijs per bedrukking = ----- + ----- = ----------- ------------- = €5,00 + €21,20 = €26,20
N W 60stuks 66 stuks
, Het Brabantse bureau voor PR en vormgeving ‘tekst en uitleg’ berekent zijn kostprijs voor een
opgemaakte pagina met behulp van de volgende gegevens:
Totale constante kosten €700.000 per jaar
Normaal aantal opgemaakte pagina’s in een jaar: 100.000
Proportioneel variabele kosten per pagina: €3,50
Berekenen:
A. Het constante kostentarief per pagina
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………
B. Het variabele kostentarief per pagina
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………
C. De kostprijs van een opgemaakte pagina
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………
CAR BV is een onderneming die gespecialiseerd is in het koppelen van trekhaken. Voor het komende
jaar is het volgende gegeven:
De normale productie bedraagt 500 trekhaken per jaar
De totale constante kosten bedragen €250.000
De werkelijke productie bedraagt €450 trekhaken
De totale variabele kosten bedragen €225.000
Berekenen:
A. Het constante kostentarief per trekhaak
………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
B. Het variabele kostentarief per trekhaak
………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
C. De kostprijs per trekhaak
………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Integrale en differentiële kostprijs
berekenen.
Hoe bepaald de ondernemer de kostprijs van een product en/ of dienst?
Zowel de variabele als de constante kosten zijn bepalend voor de kostprijs van een product. De
kostprijs waarbij zowel de constante als de variabele kosten zijn meegerekend noemen we integrale
kostprijs. De integrale kostprijs wordt ook vaak de standaardkostprijs genoemd.
Integrale kostprijs formule (standaardkostprijsformule)
In deze opdracht is er aangenomen dat er sprake is van proportioneel variabele kosten. Bij deze
kosten maakt de productieomvang namelijk niks uit, per eenheid blijven deze kosten namelijk gelijk.
Totale constante kosten (c) Totale variabele kosten (v)
Integrale kostprijs = ---------------------------------- + -----------------------------------
Normale productie (n) Verwachte of werkelijke productie (w)
(Constante deel van de kostprijs per stuk) (variabele deel van de kostprijs per stuk)
In de formule:
C V
Integrale (standaard) kostprijs = ----- + ------
N W
,Voor het berekenen van het constante deel van de kostprijs per stuk wordt er gebruik gemaakt van
de normale productie. Dit is de productieomvang die de onderneming bereikt, onder normale
omstandigheden.
Dit betekent dus dat ze met deze hoeveelheid producten, de totale constante kosten terug moeten
verdienen. Voor het berekenen van het variabele deel van de kostprijs per stuk wordt er gerekend
met de verwachte of werkelijke productie. Zowel de verwachte als werkelijke productie kan afwijken
van de normale productie.
Voorbeeld:
Een drukkerij drukt documenten op groot A0 papier af. Over zijn studio zijn de volgende gegevens
bekend:
Totale constante kosten €200 per maand
Totale variabele kosten €1.400
Normale aantal bedrukkingen €60 stuks
Werkelijke aantal bedrukkingen €66 stuks
Uitwerking:
C V €300 €1.400
Kostprijs per bedrukking = ----- + ----- = ----------- ------------- = €5,00 + €21,20 = €26,20
N W 60stuks 66 stuks
, Het Brabantse bureau voor PR en vormgeving ‘tekst en uitleg’ berekent zijn kostprijs voor een
opgemaakte pagina met behulp van de volgende gegevens:
Totale constante kosten €700.000 per jaar
Normaal aantal opgemaakte pagina’s in een jaar: 100.000
Proportioneel variabele kosten per pagina: €3,50
Berekenen:
A. Het constante kostentarief per pagina
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………
B. Het variabele kostentarief per pagina
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………
C. De kostprijs van een opgemaakte pagina
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………
CAR BV is een onderneming die gespecialiseerd is in het koppelen van trekhaken. Voor het komende
jaar is het volgende gegeven:
De normale productie bedraagt 500 trekhaken per jaar
De totale constante kosten bedragen €250.000
De werkelijke productie bedraagt €450 trekhaken
De totale variabele kosten bedragen €225.000
Berekenen:
A. Het constante kostentarief per trekhaak
………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
B. Het variabele kostentarief per trekhaak
………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
C. De kostprijs per trekhaak
………………………………………………………………………………………………………………………………………………