CRIMINOLOGIE
KDG 19-20
XANTHE VAN DER HEYDEN
,Deel 1: Inleiding
1. Criminologische wetenschappen
• Criminologie = wetenschap die criminaliteit vanuit verschillende invalshoeken benadert.
à kennis uit verschillende disciplines
= zelfstandige wetenschap, met eigen professionele verenigingen en wetenschappelijke
tijdschriften
• Criminoloog à aandacht gericht op criminaliteit als verschijnsel à breed veld
• Stanley Cohen + Ronnie Lippens definiëren het domein van criminologie met volg. vragen:
Waarom worden wetten gemaakt? Waarom worden ze overtreden? ...
2. Intersectioneel denken
• Iedereen behoort tot ‘etnische’ groep + gekoppeld aan maatschappelijke betekenisgevers of
indelingen (gender, etniciteit, klasse, leeftijd, ...)
• Verwevenheid van categorieën vraagt complexere analyses en oplossingen
• Intersectionaliteit = benadering die samenloop van discriminatiegronden en dynamiek die
daaruit vloeit à zichtbaar maakt
à Perspectief dat oplossingen formuleren helpt + rekening houdt met verschillende
aspecten + andere manier van kijken
= KRUISPUNTDENKEN = vaak onzichtbare aspecten (gender, etniciteit, ..) hebben gelijktijdig en
in wisselwerking een invloed op ieders positie in de samenleving
2.1 Grondleggers
• Eind jaren 80 en begin 1990: feministische Afro-Amerikaanse juriste Kimberlé Crenshaw
(rechtszaak zwarte vrouwen tegen General motors)
• Patricia Hill Collins à identiteitsvorming en black feminism
• 14 (machts)assen invloed op maatschappelijke positie en identiteitsvorming (Helma Lutz)
• Sociale ordeningsprincipes, dimensies of assen van maatsch. betekenisgeving = gender,
etniciteit, klasse, .. à sturen gedrag en denken
2.2 Link met criminologie
• Strafrechtsysteem à niet immuun voor ongelijkheid en discriminatie à vaak blind voor
posities van mensen aan andere kant van machtsassen (privileges)
1
,Deel 2; Criminaliteit
Criminaliteit = plegen van strafbare feiten, gedrag dat als strafrechtelijke inbreuk wordt
bestempeld
Deviant gedrag = gedrag dat door samenleving als schadelijk wordt ervaren (nt strafbaar)
Crimineel gedrag = gedrag door samenleving als schadelijk ervaren én strafbaar (strafrecht)
Jeugdcriminaliteit = voor 18j strafbare feiten à jeugddelinquentierecht
à onderzoek hanteert niet strak leeftijdsgrens
MENSELIJK GEDRAG
Maatschappelijk aanvaardbaar Maatschappelijk niet aanvaardbaar
gedrag gedrag
(=normoverschrijdend gedrag)
Strafrechtelijk Niet strafrechtelijk
vervolgbaar vervolgbaar
(=delinquent gedrag)
1. Wat is criminalisering?
Proces waarin bepaald wordt of een bepaald gedrag maatschappelijk onaanvaardbaar is én
strafrechtelijk vervolgbaar moet zijn
Criminaliseringsproces: wat noemen we crimineel gedrag? Afhankelijk van:
1. Gevolgen van het gedrag voor SO en samenlaving
2. (Morele) opvattingen van machtshebbers
3. Publieke opinie
4. Tijd en plaats waarin gedrag plaatsvindt
2
, 1.1 Wie bepaalt de norm?
• Geschiedenis: hogere klasse = eigen waarden en normensysteem
• Tussen ¹ klassen, seksen andere normen
Criminaliteit = niet enkel door strafwetgeving à sociale constructie à crimineel = bestempeld
door menselijke afspraken à tijd – en ruimte bepaald
Sociaal geconstrueerd door interactie tss 4 factoren:
1. Dader
2. SO
3. De staat (als strafwetgever)
4. Publeke opinie
1.2 Is criminalisering normatief?
JA!
• Normerende functie: Emile Durkheim à verontwaardiging over criminelen = normen
herbenoemen
• Michel Foucalt: onmenselijke situaties in gevangenis à criminelen dwingen tot beestachtig
gedrag
• Hedendaagse kritiek: consensus à sociale ongelijkheden + culturele conflicten
• Nelson mandela: door apartheidsregime gecriminaliseerd
1.3 Verloopt het criminaliseringsproces overal hetzelfde?
NEE!
• Verschilt van staat tot staat, van tijd tot tijd
• Waardestelsel leeft en evolueert onder bevolking
• Globalisering à ± universeel = Universele verklaring van de rechten van de mens
1.4 Principes criminaliseringsproces
Wederkerigheidsprincipe
• Alle gedragingen moeten zo min mogelijk schade berokkenen aan anderen
• Gedrag te veel schade veroorzaakt aan anderen = regering à straffen
• Binnen democratische samenleving à streven naar max. nut (lange termijn) voor iedereen
= utilitarisme
• !! Voorwaarde = lange termijn
• Niet alle strafwetten zijn gebaseerd op dit principe
(Neo)liberale levensvisie
• Individuele vrijheid
Politieke (electorale) belangen à rol in gevoerde beleid
3
KDG 19-20
XANTHE VAN DER HEYDEN
,Deel 1: Inleiding
1. Criminologische wetenschappen
• Criminologie = wetenschap die criminaliteit vanuit verschillende invalshoeken benadert.
à kennis uit verschillende disciplines
= zelfstandige wetenschap, met eigen professionele verenigingen en wetenschappelijke
tijdschriften
• Criminoloog à aandacht gericht op criminaliteit als verschijnsel à breed veld
• Stanley Cohen + Ronnie Lippens definiëren het domein van criminologie met volg. vragen:
Waarom worden wetten gemaakt? Waarom worden ze overtreden? ...
2. Intersectioneel denken
• Iedereen behoort tot ‘etnische’ groep + gekoppeld aan maatschappelijke betekenisgevers of
indelingen (gender, etniciteit, klasse, leeftijd, ...)
• Verwevenheid van categorieën vraagt complexere analyses en oplossingen
• Intersectionaliteit = benadering die samenloop van discriminatiegronden en dynamiek die
daaruit vloeit à zichtbaar maakt
à Perspectief dat oplossingen formuleren helpt + rekening houdt met verschillende
aspecten + andere manier van kijken
= KRUISPUNTDENKEN = vaak onzichtbare aspecten (gender, etniciteit, ..) hebben gelijktijdig en
in wisselwerking een invloed op ieders positie in de samenleving
2.1 Grondleggers
• Eind jaren 80 en begin 1990: feministische Afro-Amerikaanse juriste Kimberlé Crenshaw
(rechtszaak zwarte vrouwen tegen General motors)
• Patricia Hill Collins à identiteitsvorming en black feminism
• 14 (machts)assen invloed op maatschappelijke positie en identiteitsvorming (Helma Lutz)
• Sociale ordeningsprincipes, dimensies of assen van maatsch. betekenisgeving = gender,
etniciteit, klasse, .. à sturen gedrag en denken
2.2 Link met criminologie
• Strafrechtsysteem à niet immuun voor ongelijkheid en discriminatie à vaak blind voor
posities van mensen aan andere kant van machtsassen (privileges)
1
,Deel 2; Criminaliteit
Criminaliteit = plegen van strafbare feiten, gedrag dat als strafrechtelijke inbreuk wordt
bestempeld
Deviant gedrag = gedrag dat door samenleving als schadelijk wordt ervaren (nt strafbaar)
Crimineel gedrag = gedrag door samenleving als schadelijk ervaren én strafbaar (strafrecht)
Jeugdcriminaliteit = voor 18j strafbare feiten à jeugddelinquentierecht
à onderzoek hanteert niet strak leeftijdsgrens
MENSELIJK GEDRAG
Maatschappelijk aanvaardbaar Maatschappelijk niet aanvaardbaar
gedrag gedrag
(=normoverschrijdend gedrag)
Strafrechtelijk Niet strafrechtelijk
vervolgbaar vervolgbaar
(=delinquent gedrag)
1. Wat is criminalisering?
Proces waarin bepaald wordt of een bepaald gedrag maatschappelijk onaanvaardbaar is én
strafrechtelijk vervolgbaar moet zijn
Criminaliseringsproces: wat noemen we crimineel gedrag? Afhankelijk van:
1. Gevolgen van het gedrag voor SO en samenlaving
2. (Morele) opvattingen van machtshebbers
3. Publieke opinie
4. Tijd en plaats waarin gedrag plaatsvindt
2
, 1.1 Wie bepaalt de norm?
• Geschiedenis: hogere klasse = eigen waarden en normensysteem
• Tussen ¹ klassen, seksen andere normen
Criminaliteit = niet enkel door strafwetgeving à sociale constructie à crimineel = bestempeld
door menselijke afspraken à tijd – en ruimte bepaald
Sociaal geconstrueerd door interactie tss 4 factoren:
1. Dader
2. SO
3. De staat (als strafwetgever)
4. Publeke opinie
1.2 Is criminalisering normatief?
JA!
• Normerende functie: Emile Durkheim à verontwaardiging over criminelen = normen
herbenoemen
• Michel Foucalt: onmenselijke situaties in gevangenis à criminelen dwingen tot beestachtig
gedrag
• Hedendaagse kritiek: consensus à sociale ongelijkheden + culturele conflicten
• Nelson mandela: door apartheidsregime gecriminaliseerd
1.3 Verloopt het criminaliseringsproces overal hetzelfde?
NEE!
• Verschilt van staat tot staat, van tijd tot tijd
• Waardestelsel leeft en evolueert onder bevolking
• Globalisering à ± universeel = Universele verklaring van de rechten van de mens
1.4 Principes criminaliseringsproces
Wederkerigheidsprincipe
• Alle gedragingen moeten zo min mogelijk schade berokkenen aan anderen
• Gedrag te veel schade veroorzaakt aan anderen = regering à straffen
• Binnen democratische samenleving à streven naar max. nut (lange termijn) voor iedereen
= utilitarisme
• !! Voorwaarde = lange termijn
• Niet alle strafwetten zijn gebaseerd op dit principe
(Neo)liberale levensvisie
• Individuele vrijheid
Politieke (electorale) belangen à rol in gevoerde beleid
3