Inbreng in bijkantoren:
1. Actief + en passief “verbintenisrekening”
2. Kred. naar verbintenisrekening (kapitaalverhoging)
3. Verbintenisrekening aan kred. (kapitaalvermindering)
Private uitgifte: oprichting door inbreng in geld:
1. Voorbereiding (financieel plan ontwikkelen en statuten opmaken)
2. Storting op geblokkeerde rekening (aandeelhouders storten)
3. NV heeft minimum kapitaal (61 500, min. 25% volstort)
4. Oprichting (authentieke akte) (na opmaak openingsakte →bankrekening deblokkeren)
5. Afwerking (verwerven van ondernemingsnummer KBO)
BV:
1. Kred D aan ontvangen voorschotten C
2. Niet-opgevraagde inbreng: beschikbaar D aan geplaatste inbreng: beschikbaar C
3. Ontvangen voorschotten D aan niet-opgevraagde inbreng: beschikbaar C
NV:
1. Kred D aan ontvangen voorschotten C
2. Niet-opgevraagde inbreng: kapitaal D aan geplaatste inbreng: kapitaal C
3. Ontvangen voorschotten D aan niet-opgevraagde inbreng: kapitaal C
Latere opvraging:
1. Opgevraagde, niet-gestorte inbreng D aan niet-opgevraagde inbreng: kapitaal C
2. Kred D aan opgevraagde, niet-gestorte inbreng C
Vervroegde storting:
1. Kred D aan gestorte, niet-opgevraagde inbreng C
2. Opgevraagde, niet-gestorte inbreng D aan niet-opgevraagde inbreng: kapitaal C
3. Gestorte, niet-opgevraagde inbreng D aan opgevraagde, niet-gestorte inbreng C
Kosten van oprichting:
Onmiddellijk ten laste van resultaat:
1. Kosten van oprichting en verhoging van inbreng (65 rekening) D
2. Terugvorderbare btw D
3. Andere diverse schulden C
Activeren:
1. Kosten van oprichting en verhoging van inbreng (20 rekening) D
2. Terugvorderbare btw D
3. Andere diverse schulden C
, 1. Afschrijvingen op oprichtingskosten D aan geboekte afschrijvingen op kosten van
oprichting en verhoging van de inbreng C
Dubieuze vennoot:
1. Dubieuze vorderingen op vennoten D
2. Niet-opgevraagde inbreng: kapitaal C (deel dat niet opgevraagd is moet ook dubieus
worden)
3. Opgevraagde, niet-gestorte inbreng C (opgevraagde deel dat niet gestort is)
1. Dubieuze vorderingen op vennoten D aan opbrengsten uit vlottend activa C
(verwijlintresten aanrekenen)
1. Diverse vorderingen D aan dubieuze vorderingen op vennoten C (koper gevonden)
1. Kred D aan diverse vorderingen C (storting van de koper, dit is het volledige bedrag min
het niet-opgevraagde gedeelte)
1. Niet-opgevraagde inbreng: kapitaal D aan diverse vorderingen C (regularisatie nieuwe
koper, het niet-opgevraagde gedeelte terug op actief zetten)
1. Dubieuze vorderingen op vennoten D aan andere diverse schulden C (afrekening van
dubieuze vennoot → 23 000 - (18 750 + 300))
Private uitgifte: oprichting of inbrengverhoging door
inbreng in natura:
BV:
1. Niet-opgevraagde inbreng: beschikbaar D aan geplaatste inbreng: beschikbaar
1. Actief D
2. Geboekte afschrijvingen op gebouwen: AW C
3. Kred: schulden op rekening C
4. Niet-opgevraagde inbreng: beschikbaar C
NV:
1. Niet-opgevraagde inbreng: kapitaal D aan geplaatste inbreng: kapitaal C
1. Actief D
2. Geboekte afschrijvingen op gebouwen: AW C
3. Kred: schulden op rekening C
4. Niet-opgevraagde inbreng: kapitaal C
,Nijverheid als inbreng in natura:
1. Inbreng in nijverheid - te presteren D
2. Inbrengers in nijverheid - te presteren C
1. Inbrengers in nijverheid - te presteren D
2. Inbreng in nijverheid - te presteren C
(maandelijkse afboeking, pro rata van geleverde diensten)
Openbare uitgifte: oprichting door inbreng in geld:
1. Inschrijvers D
2. Inschrijvingen op inbreng C
1. Kosten van oprichting en verhoging van inbreng D
2. Terugvorderbare btw D
3. Andere diverse schulden C
1. Afschrijvingen op oprichtingskosten D
2. Geboekte afschrijvingen op kosten van oprichting en verhoging van inbreng C
(of gwn direct in resultaat opnemen dan moet laatste 1-2 niet)
1. Kred D
2. Ontvangen voorschotten C
UITGIFTE GESLAAGD:
1. Niet-opgevraagde inbreng: kapitaal D
2. Geplaatste inbreng: kapitaal C
1. Ontvangen voorschotten D
2. Niet-opgevraagde inbreng: kapitaal C
3. Kosten van oprichting en verhoging van inbreng C
1. Inschrijvingen op inbreng D
2. Inschrijvers C
UITGIFTE NIET VOLLEDIG GESLAAGD:
1. Niet-opgevraagde inbreng: kapitaal D
2. Geplaatste inbreng: kapitaal C
1. Ontvangen voorschotten D
2. Niet-opgevraagde inbreng: kapitaal C
3. Kosten van oprichting en verhoging van inbreng C
, 1. Inschrijvingen op inbreng D
2. Inschrijvers C
UITGIFTE NIET GESLAAGD:
1. Inschrijvingen op inbreng D
2. Inschrijvers C
1. Ontvangen voorschotten D
2. Kred C
1. Vergoedingen aan derden D
2. Kosten van oprichting en verhoging van inbreng
Verhoging van inbreng via private inschrijving:
1. Kred D
2. Ontvangen voorschotten C
1. Niet-opgevraagde inbreng: beschikbaar D
2. Niet-opgevraagde inbreng: onbeschikbaar D
3. Geplaatste inbreng: beschikbaar C
4. Geplaatste inbreng: onbeschikbaar C
(verhoging is opgesplitst in een beschikbaar en onbeschikbaar deel)
1. Ontvangen voorschotten D
2. Niet-opgevraagde inbreng: beschikbaar C
3. Niet-opgevraagde inbreng: onbeschikbaar C
Kapitaalverhoging NV, met uitgiftepremie:
Uitgiftepremie = verschil tussen de uitgifteprijs van nieuwe aandelen en de
kapitaalvertegenwoordigende waarde van de bestaande aandelen
Nieuwe en oude aandelen moeten dezelfde nominale/fractiewaarde hebben (deze waarde drukt
niet per se de reële waarde uit)
Intekenprijs = lager dan nominale/fractiewaarde → voor kapitaalverhoging “geplaaste inbreng”
verminderen om tot nieuwe nominale/fractiewaarde te komen, gelijk aan intekenprijs
Nieuwe aandelen zullen lagere kapitaalvertegenwoordigende waarde hebben