GGZ: Klinisch rederen 3.1
casestudy
,1. Inleiding
Casus
2. Gevalsbeschrijving
Voorgeschiedenis
Medische diagnose
Beschrijving diagnose
Invloed op het functioneren
Huidig beleid
Betrokken disciplines
3. Gezondheidsprobleem
Methode
Verdieping
De opbrengst van de literatuurstudie
4. Bespreking
5. Conclusie
6. Bronvermelding
, 1. Inleiding
Casus
Cliënt X (20) wordt door de afdeling tuberculosebestrijding ambulant medicamenteus behandeld voor
zijn diagnose: infiltratieve longtuberculose en tuberculomen in de hersenen. Naast deze diagnose heeft X
een posttraumatische stressstoornis, ontstaan door heftige gebeurtenissen in Eritrea en tijdens zijn vlucht.
X zegt het niet aan te kunnen hierover te praten en wil hiervoor momenteel geen behandeling.
Eén keer per week komt X zijn weekdoos medicatie halen, hij zet de medicatie uit onder toezicht van een
verpleegkundige en neemt deze gedurende de week zelfstandig thuis in. De contactmomenten verlopen
met behulp van een tolkentelefoon.
Sinds de start van zijn medicamenteuze behandeling in september 2018 heeft X in toenemende mate last
van epileptische insulten. X denkt dat dit door het gebruik van de medicatie komt en vertelt zijn motivatie
te verliezen om de behandeling voort te zetten. Als X zou stoppen met de medicatie betekent dit dat de
tuberculose onvoldoende is behandeld en is de kans op recidief aanwezig. Ook kan X hierdoor een
ongevoeligheid ontwikkelen voor de antibiotica die hij nu krijgt.
X laat een ambivalente houding zien, zegt wel behandeld te willen worden maar komt vaak te laat en wil
de contactmomenten zo kort mogelijk houden doordat hij vaak afziet van een gesprek met de
tolkentelefoon. De medicatie neemt X niet consequent en inadequaat in doordat zijn dag- en nachtritme
verstoord is waarbij er sprake lijkt van kennistekort over de medicatie. X kan erg ongeduldig zijn als hij
niet direct geholpen wordt en is al eens zonder medicatie weggegaan waardoor hij onvoldoende
medicatie heeft voor de daarop volgende week. Onlangs heeft X bij de neuroloog te horen gekregen dat
de behandeling met 3 maanden wordt verlengd omdat de tuberculomen in de hersenen niet kleiner zijn
geworden.
Doordat de medicatie onregelmatig wordt ingenomen en zijn ambivalente houding vraag ik me of de
wekelijkse begeleiding die wij X op dit moment bieden effectief is om de behandeling te laten slagen. Is
het misschien zinvol om de begeleidingsmomenten te intensiveren? Of zijn er andere interventies die
kunnen worden ingezet? Mijn onderzoeksvraag luidt als volgt:
“Wat is de meest effectieve interventie gericht op de therapietrouw bij patiënten met tuberculose?”
casestudy
,1. Inleiding
Casus
2. Gevalsbeschrijving
Voorgeschiedenis
Medische diagnose
Beschrijving diagnose
Invloed op het functioneren
Huidig beleid
Betrokken disciplines
3. Gezondheidsprobleem
Methode
Verdieping
De opbrengst van de literatuurstudie
4. Bespreking
5. Conclusie
6. Bronvermelding
, 1. Inleiding
Casus
Cliënt X (20) wordt door de afdeling tuberculosebestrijding ambulant medicamenteus behandeld voor
zijn diagnose: infiltratieve longtuberculose en tuberculomen in de hersenen. Naast deze diagnose heeft X
een posttraumatische stressstoornis, ontstaan door heftige gebeurtenissen in Eritrea en tijdens zijn vlucht.
X zegt het niet aan te kunnen hierover te praten en wil hiervoor momenteel geen behandeling.
Eén keer per week komt X zijn weekdoos medicatie halen, hij zet de medicatie uit onder toezicht van een
verpleegkundige en neemt deze gedurende de week zelfstandig thuis in. De contactmomenten verlopen
met behulp van een tolkentelefoon.
Sinds de start van zijn medicamenteuze behandeling in september 2018 heeft X in toenemende mate last
van epileptische insulten. X denkt dat dit door het gebruik van de medicatie komt en vertelt zijn motivatie
te verliezen om de behandeling voort te zetten. Als X zou stoppen met de medicatie betekent dit dat de
tuberculose onvoldoende is behandeld en is de kans op recidief aanwezig. Ook kan X hierdoor een
ongevoeligheid ontwikkelen voor de antibiotica die hij nu krijgt.
X laat een ambivalente houding zien, zegt wel behandeld te willen worden maar komt vaak te laat en wil
de contactmomenten zo kort mogelijk houden doordat hij vaak afziet van een gesprek met de
tolkentelefoon. De medicatie neemt X niet consequent en inadequaat in doordat zijn dag- en nachtritme
verstoord is waarbij er sprake lijkt van kennistekort over de medicatie. X kan erg ongeduldig zijn als hij
niet direct geholpen wordt en is al eens zonder medicatie weggegaan waardoor hij onvoldoende
medicatie heeft voor de daarop volgende week. Onlangs heeft X bij de neuroloog te horen gekregen dat
de behandeling met 3 maanden wordt verlengd omdat de tuberculomen in de hersenen niet kleiner zijn
geworden.
Doordat de medicatie onregelmatig wordt ingenomen en zijn ambivalente houding vraag ik me of de
wekelijkse begeleiding die wij X op dit moment bieden effectief is om de behandeling te laten slagen. Is
het misschien zinvol om de begeleidingsmomenten te intensiveren? Of zijn er andere interventies die
kunnen worden ingezet? Mijn onderzoeksvraag luidt als volgt:
“Wat is de meest effectieve interventie gericht op de therapietrouw bij patiënten met tuberculose?”