H19 : Elektrisch veld
Elektrische lading
Twee soorten lading: positieve en negatieve
Gelijksoortige ladingen stoten elkaar af
Ongelijksoortige ladingen trekken elkaar aan
Objecten met een elektrische lading = 0; elektrisch neutraal
elektrische lading: lading Q of q (puntlading) Eenheid: Coulomb (C)
1 C = 1 A.s
Overdracht van lading bij wrijving:
bij elk proces dat plaatsvindt binnen een geïsoleerd systeem verandert binnen dit systeem de lading niet
Isolatoren en geleiders
Geleiders: ladingen kunnen vrij bewegen, buitenste elektronen zwak gebonden aan atoom en kunnen vrij bewegen in materie
Isolatoren: ladingen kunnen niet verder verplaatsen, alleen zich richten polarisatie: negatieve elektronen worden
aangetrokken door positief geladen staaf, geïnduceerde negatieve polarisatie lading aan oppervlak nabij staaf
Halfgeleiders: gerichte concentratie van de verschillende componenten
Laden van geleider door inductie
geladen voorwerp in de buurt brengen
geladen voorwerp trekt ladingen naar één kant, andere kant krijgt tegengestelde lading
andere kant verbinden met aarde lading loopt weg
aarding terug verbreken
geladen voorwerp verwijderen
geleider blijft geladen achter
wet van Coulomb
elektrostatische kracht tussen twee puntladingen:
1 q1q2 q1q2
F=
⃗ 2 e⃗ r = k e⃗ r
4 πε 0 r r2
met diëlektrische constante van vacuüm: ε 0 = 8,85 10-12 C2 / (N m2)
k = 1 / (4 π ε 0) = 8,99 109 Nm2/C2
richting F langs verbindslijn puntladingen , zin afhankelijk ladingen q 1 en q2:
zelfde soort ladingen, van elkaar weg
tegengestelde ladingen, naar elkaar toe
superpositie van ladingen:
puntlading onderhevig aan meerdere elektrostatische krachten
F =∑
⃗ Fi
⃗
i
Puntlading - geladen bol:
qQ
F=k
r2
Het elektrische veld
Voor een pos. testlading q0:
F
⃗
E=
⃗ N/C
q0
F = |q| ⃗
⃗ E
Elektrische lading
Twee soorten lading: positieve en negatieve
Gelijksoortige ladingen stoten elkaar af
Ongelijksoortige ladingen trekken elkaar aan
Objecten met een elektrische lading = 0; elektrisch neutraal
elektrische lading: lading Q of q (puntlading) Eenheid: Coulomb (C)
1 C = 1 A.s
Overdracht van lading bij wrijving:
bij elk proces dat plaatsvindt binnen een geïsoleerd systeem verandert binnen dit systeem de lading niet
Isolatoren en geleiders
Geleiders: ladingen kunnen vrij bewegen, buitenste elektronen zwak gebonden aan atoom en kunnen vrij bewegen in materie
Isolatoren: ladingen kunnen niet verder verplaatsen, alleen zich richten polarisatie: negatieve elektronen worden
aangetrokken door positief geladen staaf, geïnduceerde negatieve polarisatie lading aan oppervlak nabij staaf
Halfgeleiders: gerichte concentratie van de verschillende componenten
Laden van geleider door inductie
geladen voorwerp in de buurt brengen
geladen voorwerp trekt ladingen naar één kant, andere kant krijgt tegengestelde lading
andere kant verbinden met aarde lading loopt weg
aarding terug verbreken
geladen voorwerp verwijderen
geleider blijft geladen achter
wet van Coulomb
elektrostatische kracht tussen twee puntladingen:
1 q1q2 q1q2
F=
⃗ 2 e⃗ r = k e⃗ r
4 πε 0 r r2
met diëlektrische constante van vacuüm: ε 0 = 8,85 10-12 C2 / (N m2)
k = 1 / (4 π ε 0) = 8,99 109 Nm2/C2
richting F langs verbindslijn puntladingen , zin afhankelijk ladingen q 1 en q2:
zelfde soort ladingen, van elkaar weg
tegengestelde ladingen, naar elkaar toe
superpositie van ladingen:
puntlading onderhevig aan meerdere elektrostatische krachten
F =∑
⃗ Fi
⃗
i
Puntlading - geladen bol:
F=k
r2
Het elektrische veld
Voor een pos. testlading q0:
F
⃗
E=
⃗ N/C
q0
F = |q| ⃗
⃗ E