Filosofie samenvatting H5: kennistheorie z
1. Wat is wetenschappelijk?
Doel van de wetenschap: natuur beheersbaar maken door theorie waarop je
voorspellingen kunt baseren. De relatie tussen filosofie/wetenschap blijft
gecompliceerd. Niet alle vragen wetenschappelijk te beantwoorden, wel
vooruitgang geboekt sinds de oude Grieken.
- Opzoek naar een principe dat ontstaan/bestaan van de wereld kon
verklaren. (oerstof)
- Opkomst van de westerse filosofie samen met het onderscheid van
wetenschap/ pseudo-wetenschap. Thales ging van mythe over naar
theorie.
VB: vraag filosofisch te beantwoord en NIET wetenschappelijk.
- Wat is de betekenis van het leven? Wat is rechtvaardigheid?
VB: vraag die vroeger niet wetenschappelijk was en nu WEL
- Wat is de oorzaak van ziektes? Hoe is het universum ontstaan?
Doel wetenschapsfilosofie: verhelderen van wetenschap hoe het is/zou
moeten zijn
- Descriptief (beschrijvend)> bvb observeren van wetenschappers en
vertellen hoe experimenten zijn uitgevoerd.
- Normatief (voorschrijvend) > bvb voorschrijven van methoden, om zo de
betrouwbaarheid van het wetenschappelijk onderzoek te behouden.
In 17e eeuw ontwikkeling moderne natuurwetenschappen> bepalend op
invloed/status van de westerse wetenschap. Wereldbeeld: God, Aristoteles:
middelpunt schepping is de aarde > je beland in de ketterij als je andere ideeën
had. In 1687 kwam er door Newton zijn werken erkenning dat de aarde niet het
middelpunt is. Newton speelde belangrijke rol in de wetenschappelijke revolutie.
Francis Bacon
- Beheersbaarheid van de natuur werd het ideaal.
- “Kennis is macht”
- Hij schetste een Utopie, waar welvaart/gezondheid/geluk voor iedereen
voor het oprapen liggen dankzij de wetenschap/techniek.
- In 20e eeuw ontstond de wetenschapsfilosofie: voorspellingen utopie
kwamen uit en de schaduwzijden van wetenschap/techniek kwamen aan
het licht.
Aristoteles
- Kennis ontstaat door het menselijke vermogen tot abstractie.
1) Algemene kenmerken kunnen uit waarnemingen worden afgeleid >
inductie
1
, 2) Met behulp van logica moeten waarnemingen op juiste manier
geïnterpreteerd worden> deductie
- Grondlegger van de Westerse wetenschap> heeft een teleologisch
wereldbeeld: doelgerichte kracht in natuur.
Wetenschappelijke kennis/ common-sense (alledaagse kennis)
Empirisch-analytische methode is de standaardmethode van de
natuurwetenschappen
- Empirisch door kennis via waarneming, en Analytisch door logica.
Wilhelm Dilthey
Maakt onderscheid tussen natuurwetenschappen en
mens/geesteswetenschappen.
“De natuur verklaren we, de geest begrijpen we.”
- Natuurwetenschappen: verklaren (erklären) van wetmatigheden in de
natuur. > onderscheid in object (wordt onderzocht) en subject
(onderzoeker)
- Geesteswetenschappen: begrijpen (verstehen) van redenen en
bedoelingen. > subject + object vallen voor deel samen. Onderzoeker niet
alleen waarnemer, ook deelnemer aan onderzoek.
Uitgangspunten empirisch-analytische methode: onweer: je ziet eerst
bliksem, daarna hoor je.
1) Uniformiteit van de natuur (natuur werkt altijd op dezelfde manier)
2) Herhaalbaarheid van experimenten.
3) Atomisme: feiten onafhankelijk van elkaar beschreven worden.
Stappen van de empirisch-analytische methode:
1) Waarneming
2) Opstellen hypothese (om verschijnselen te verklaren)
3) Toetsen hypothese (experimenten)
4) Resultaten afleiden
5) Conclusie trekken/wetmatigheid opstellen
- Er wordt gebruik gemaakt van zowel inductie (specifiek -> algemeen) als
deductie (algemeen -> specifiek).
- Inductie: uit herhaaldelijke waarnemingen algemenen conclusies trekken.
“Water kookt bij 100 graden Celsius”.
- Deductie: uit een algemene uitspraak wordt via logische redenering een
individuele conclusie getrokken. “Koper is een metaal” Conclusie: de buis
zet uit bij verhitting.
2
1. Wat is wetenschappelijk?
Doel van de wetenschap: natuur beheersbaar maken door theorie waarop je
voorspellingen kunt baseren. De relatie tussen filosofie/wetenschap blijft
gecompliceerd. Niet alle vragen wetenschappelijk te beantwoorden, wel
vooruitgang geboekt sinds de oude Grieken.
- Opzoek naar een principe dat ontstaan/bestaan van de wereld kon
verklaren. (oerstof)
- Opkomst van de westerse filosofie samen met het onderscheid van
wetenschap/ pseudo-wetenschap. Thales ging van mythe over naar
theorie.
VB: vraag filosofisch te beantwoord en NIET wetenschappelijk.
- Wat is de betekenis van het leven? Wat is rechtvaardigheid?
VB: vraag die vroeger niet wetenschappelijk was en nu WEL
- Wat is de oorzaak van ziektes? Hoe is het universum ontstaan?
Doel wetenschapsfilosofie: verhelderen van wetenschap hoe het is/zou
moeten zijn
- Descriptief (beschrijvend)> bvb observeren van wetenschappers en
vertellen hoe experimenten zijn uitgevoerd.
- Normatief (voorschrijvend) > bvb voorschrijven van methoden, om zo de
betrouwbaarheid van het wetenschappelijk onderzoek te behouden.
In 17e eeuw ontwikkeling moderne natuurwetenschappen> bepalend op
invloed/status van de westerse wetenschap. Wereldbeeld: God, Aristoteles:
middelpunt schepping is de aarde > je beland in de ketterij als je andere ideeën
had. In 1687 kwam er door Newton zijn werken erkenning dat de aarde niet het
middelpunt is. Newton speelde belangrijke rol in de wetenschappelijke revolutie.
Francis Bacon
- Beheersbaarheid van de natuur werd het ideaal.
- “Kennis is macht”
- Hij schetste een Utopie, waar welvaart/gezondheid/geluk voor iedereen
voor het oprapen liggen dankzij de wetenschap/techniek.
- In 20e eeuw ontstond de wetenschapsfilosofie: voorspellingen utopie
kwamen uit en de schaduwzijden van wetenschap/techniek kwamen aan
het licht.
Aristoteles
- Kennis ontstaat door het menselijke vermogen tot abstractie.
1) Algemene kenmerken kunnen uit waarnemingen worden afgeleid >
inductie
1
, 2) Met behulp van logica moeten waarnemingen op juiste manier
geïnterpreteerd worden> deductie
- Grondlegger van de Westerse wetenschap> heeft een teleologisch
wereldbeeld: doelgerichte kracht in natuur.
Wetenschappelijke kennis/ common-sense (alledaagse kennis)
Empirisch-analytische methode is de standaardmethode van de
natuurwetenschappen
- Empirisch door kennis via waarneming, en Analytisch door logica.
Wilhelm Dilthey
Maakt onderscheid tussen natuurwetenschappen en
mens/geesteswetenschappen.
“De natuur verklaren we, de geest begrijpen we.”
- Natuurwetenschappen: verklaren (erklären) van wetmatigheden in de
natuur. > onderscheid in object (wordt onderzocht) en subject
(onderzoeker)
- Geesteswetenschappen: begrijpen (verstehen) van redenen en
bedoelingen. > subject + object vallen voor deel samen. Onderzoeker niet
alleen waarnemer, ook deelnemer aan onderzoek.
Uitgangspunten empirisch-analytische methode: onweer: je ziet eerst
bliksem, daarna hoor je.
1) Uniformiteit van de natuur (natuur werkt altijd op dezelfde manier)
2) Herhaalbaarheid van experimenten.
3) Atomisme: feiten onafhankelijk van elkaar beschreven worden.
Stappen van de empirisch-analytische methode:
1) Waarneming
2) Opstellen hypothese (om verschijnselen te verklaren)
3) Toetsen hypothese (experimenten)
4) Resultaten afleiden
5) Conclusie trekken/wetmatigheid opstellen
- Er wordt gebruik gemaakt van zowel inductie (specifiek -> algemeen) als
deductie (algemeen -> specifiek).
- Inductie: uit herhaaldelijke waarnemingen algemenen conclusies trekken.
“Water kookt bij 100 graden Celsius”.
- Deductie: uit een algemene uitspraak wordt via logische redenering een
individuele conclusie getrokken. “Koper is een metaal” Conclusie: de buis
zet uit bij verhitting.
2