Samenlevingen: Inleiding in de sociologie
Kennisclip 1 – 2.8: Arme en rijke landen
Armoede is moeilijk te meten door verschillende valuta. Je moet niet kijken naar waarde van geld, maar naar
hoeveel je kan kopen van het geld
Bijvoorbeeld;
1 euro = 8 yuan
In Nederland kan je bijvoorbeeld 6 dingen voor die ene euro kopen, in China kan je met 8 yuan maar 2 dingen
kopen.
Koopkrachtpariteit is koopkracht in andere landen evenveel?
- Kan ik met maandsalaris evenveel, meer of minder kopen in China?
In Nederland is koopkracht 8x zo hoog dan in India
Hogere levensverwachting in Nederland dan in India
Koopkrachtpariteit;
Eigenschap van land heeft het een geslaagde modernisering?
- Land komt meer geld binnen dan eruit gaat rijkdom
- Meer betalen voor wat er binnen komt dan geld wat ze krijgen voor export armoede
geen modernisering geweest, ze hebben slechts een paar of helemaal geen eigen productie
Relatie tussen landen land die eerder was met modernisering, kon andere landen overheersen
- Toeleveranciers geworden van rijke (westerse) landen, dingen die nodig zijn voor productie in rijke
landen halen zij uit deze landen
Japan heeft zichzelf ontwikkelt (technologische grootmacht)
Rusland heeft dit ook zelf gedaan (industriële revolutie)
- Politieke binding geweld om landen onderdrukken
- Cognitieve binding weten meer (in westen) omdat we eerder zijn begonnen met dingen ontdekken
en kennis voor henzelf houden
- Affectieve binding superioriteitsgevoel, wij voelen ons beter en stellen andere landen achter door
niet te helpen
, Andre Gunder Frank; als je eenmaal voorligt, blijf je voorliggen omdat anderen in je dienst blijven
Wallerstein; kijkt naar wereld als systeem, kenmerken van relaties tussen landen. Systeem van kerngebied,
semi-perifere landen en periferielanden
- Toen er in Europa kapitalisme ontstond, ontstond er ook uitbuiting van niet-westerse landen
- Arme en rijke landen zijn zo ontstaan en worden in stand gehouden