100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Oefenvragen tentamen Nutrition 3.2 (cijfer: 7,6)

Beoordeling
-
Verkocht
6
Pagina's
14
Geüpload op
21-01-2020
Geschreven in
2019/2020

(Zelf een 8 gehaald voor het tentamen met deze oefenvragen.) Zelfgemaakte oefenvragen (dus geen oud tentamen) over het tentamen Nutrition 3.2 (bevat Nutrition Hoorcolleges en Werkcolleges en Pathologie Hoorcolleges). Voor meer en uitgebreidere uitleg: zie samenvattingen. De 14 allergenen met hun symptomen en bronnen zitten hier niet bij. Wel duidelijke tabel in de samenvatting van Nutrition Werkcolleges 3.2. Ook de vitamines en mineral met hun functies en bronnen zijn niet benoemd in de oefenvragen. Zie ook daarvoor de samenvatting van Nutrition Werkcolleges 3.2.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak









Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
21 januari 2020
Aantal pagina's
14
Geschreven in
2019/2020
Type
Overig
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Oefenvragen Pathologie 3.2
1. Wat zijn antigenen?
- Lichaamsvreemde stoffen
2. Verschil aspecifiek en specifiek afweersysteem:
- Aspecifiek is aangeboren. Bij cellulair: fagocyten, bij humoraal:
complementfactoren
- Specifiek is verworven. Bij cellulair: lymfocyten, bij humoraal: antistoffen
3. Waar worden de B- en T-cellen gemaakt?
- B-cellen: beenmerg
- T-cellen: thymus
4. Wat zijn de primaire lymfoïde organen en wat de secundaire?
- Primair: thymus en beenmerg
- Secundair: neus- en keelamandelen, lymfeklieren/-vaten, milt en Peyerse platen
in darmen
5. Waarom is het belangrijk om in de darmen goede afweer te hebben?
- In de darmen worden voedingsstoffen opgenomen en er zit poep in
6. Leg uit: B-cellen
- 1. B-cel specifiek antistof aan celmembraan.
2. Activatie door contact met antigeen.
3. Vormt na activatie plasmacellen en memorycellen met specifieke antistof
m.b.v. T-helpercel.
4. Plasmacel produceert specifiek antistof tegen antigeen.
5. Door vorming memorycellen: volgende keer snellere en sterkere reactie op
nieuw contact specifiek antigeen
7. Wat is Antigeen Presenterende Cel (APC)?
- Een fagocyt die een antigeen opeet en een deel daarvan aan de buitenkant kan
presenteren. Waarna de cytotoxische T-cel de geïnfecteerde cel kapot maakt.
8. Noem de functies van de 4 belangrijkste immunoglobulines.
- IgA: zorgt voor hechting aan slijmvlies (zit o.a. in moedermelk, speeksel en
darmen)
- IgG: is de belangrijkste Ig, bindt aan allergenen en kan in weefsels treden
- IgM: in bloed effectief in doden micro-organismen
- IgE: zit gebonden aan mestcellen (belangrijk bij allergieën)
9. Wat zijn andere woorden voor immunoglobulines?
- Antistoffen of antilichamen
10. Wat zijn de effecten van antistoffen?
- Doden micro-organisme, opsonisatie micro-organismen, binding aan mestcellen
voor release ontstekingsmediatoren, voorkomt hechting aan slijmvlies
11. Wat betekent degranulatie?
- Uitstoot van ontstekingsmediatoren (deze zorgen ervoor dat het afweerproces
heel hard gaat)
12. Waar zorgen ontstekingsmediatoren voor?
- Vasodilatatie, chemotaxis (aantrekking andere ontstekingscellen), verhoogde
permeabiliteit capillairen (ontstekingscellen uit het bloed kunnen direct de
weefsels in) en contractie glad spierweefsel
13. Waar zitten de meeste Peyerse platen?
- In terminale ileum (laatste deel dunne darm)

, 14. Wat gebeurt er bij de aspecifieke afweer: cellulair?
- Bijv.: er zit een splinter in de huid. De splinter dringt door en er komen
pathogenen bij vrij. Fagocyten ‘eten’ die pathogenen en andere lichaamsvreemde
stoffen (splinter) op.
15. Hoe kan er allergenencontact plaatsvinden?
- Via maagdarmkanaal, luchtwegen en huidcontact
16. Wat is het verschil tussen immunologische en niet-immunologische
voedselovergevoeligheid?
- Immunologisch: allergie, immuunsysteem is erbij betrokken
- Niet-immunologisch: niet-allergisch, immuunsysteem is er niet bij betrokken
17. Geef een voorbeeld van een immunologische en een niet-immunologische
voedselovergevoeligheid.
- Immunologisch: koemelkallergie
o Immuunsysteem is getraind op het specifieke eiwit dat in melk zit
- Niet-immunologisch: lactose-intolerantie
o Je mist lactase om lactose af te breken
18. Immunologische voedselovergevoeligheid kan je onderverdelen in IgE gemedieerd
en non-IgE gemedieerd. Leg uit.
- IgE gemedieerd:
o Meest voorkomende voedselallergie
o Reactie binnen enkele minuten na inname
o Symptomen door gesensibiliseerde mestcellen en basofielen
o Symptomen door overmatig uitstoot van ontstekingsmediatoren
- Non-IgE gemedieerd:
o T-cel gemedieerd
o Symptomen na 6-96 uur (4 dagen)
19. Wat zijn de symptomen van een voedselallergie?
- Algemeen: anafylactische shock
Gasto-intestinaal (maagdarmstelsel): misselijkheid, braken, diarree
Respiratoir (ademhaling): rhinitis, niezen, astma, laryngaal oedeem (stikken)
Dermatologisch: urticaria, angio-oedeem, eczeem, jeuk
20. Wat kan je doen tegen een voedselallergie?
- Antihistaminica, adrenaline-injectie Epipen, dieetaanpassing via diëtist
21. Hoe kan je een allergie voorkomen?
- Borstvoeding 6-12 mnd, uitstellen introductie vast voedsel tot na 5 e maand, niet
roken tijdens zwangerschap
22. Wat betekent virulentie?
- Mate van pathogeniciteit. Heel erg virulente bacteriën word je ziek van.
23. Leg uit: het verschil tussen milieu interieur en milieu exterieur.
- Milieu interieur: extracellulaire vloeistoffen
- Milieu exterieur: mond, slokdarm, longen, neuspeuteren, buitenkant van ogen,
vagina, plasbuis
- In milieu exterieur kunnen beestjes zitten, die blijven ook exterieur. In het milieu
interieur is het een infectie als daar beestjes in komen.
24. Leg uit: verschil exotoxinen en endotoxinen.
- Exotoxine: bacterie die zelf een stof produceert
- Endotoxine: bacterie waar een gif een vastzit
$4.86
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
paulapietryga2 Hogeschool van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
20
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
16
Documenten
11
Laatst verkocht
3 jaar geleden

2.7

3 beoordelingen

5
0
4
0
3
2
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen