Internationaal privaatrecht, bevoegdheidsvraag en erkenning&tenuitvoerlegging
Verweerder heeft woonplaats in EU-lidstaat:
Opgave 1:
Twee partijen:
Eagle Inc. gevestigd in de Verenigde Staten en hoofdkantoor in Delaware.
Buizerd BV gevestigd in Nederland en hoofdkantoor Amsterdam
Zij hebben met elkaar een koopovereenkomst afgesloten op 12 augustus 2015.
Vervolgens komt Buizerd BV haar verplichtingen niet na. Eagle Inc. stapt vervolgens naar
de rechter.
Vordering is ingesteld op 17 maart 2016.
Eiser is dus Eagle Inc (VS) En gedaagde is Buizerd BV (NL)
a) Nalopen van het stappenplan:
1. Welke IPR vraag? Bevoegdheidsvraag.
2. Welke regeling is van toepassing? Brussel I bis omdat de verweerder woonplaats heeft in
een EU-lidstaat.
o Toetsing aan het toepassingsgebied:
A. Materieel toepassingsgebied (art. 1 EEX-Vo II): burgerlijke en
handelszaken (verordeningsautonoom begrip), maar let op er zijn ook
uitzonderingen geformuleerd in art. 1 lid 1 en art. 1 lid 2 Brussel I bis. In
dit geval hebben we te maken met een koopovereenkomst en deze valt op
grond van art. 1 EEX-Vo II binnen het materiele toepassingsgebied van
deze verordening. Hieraan is dus voldaan.
B. Formeel toepassingsgebied (art. 4 t/m 6 EEX-Vo II): alleen van toepassing
op internationale zaken. Dit kun je afleiden uit deze artikelen, aangezien
er telkens sprake is van internationale aangelegenheden.
Hoofdregel = art. 4 Brussel I bis: deze verordening is van
toepassing als de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat.
Er zijn ook uitzonderingen hierop:
- Forumkeuze niet art. 4 noemen, maar meteen naar artikel
25 Brussel I bis stappen. (artikel 6 jo.)
- Exclusieve bevoegdheid niet art. 4 noemen, maar meteen
naar artikel 24 Brussel I bis stappen. (artikel 6 jo.)
Verder van belang:
Art. 63 EEX-Vo II regelt het begrip woonplaats.
De woonplaats van de verweerder is in dit geval Amsterdam,
Nederland.
Aan het formeel toepassingsgebied is in dit geval dus voldaan.
C. Temporeel toepassingsgebied: alle vorderingen ingesteld na 10 januari
2015 (art. 66 lid 1). Toets moment is het moment waarop de vordering
wordt ingesteld. In dit geval is de vordering ingesteld op 17 maart 2016.
Hieraan is dus ook voldaan.
Brussel I bis Verordening is dus van toepassing. De rechter moet op grond van deze regeling dus
vaststellen of zij bevoegd is.
Dit kan de rechter bepalen op grond van de hoofdregel van art. 4 EEX-Vo II: woonplaats van de
gedaagde is doorslaggevend. Toegepast op deze casus is de gedaagde Buizerd BV. Deze is
gevestigd in Amsterdam, oftewel Nederland. Hierdoor is de Nederlandse rechter bevoegd in deze
casus.
1
, b) De situatie is nu veranderd. Daarom moeten de stappen opnieuw worden nagelopen:
1. Het is nog steeds de vraag naar bevoegdheid.
2. Welke regeling is van toepassing? Kijken of Brussel I bis van toepassing is:
a) Er veranderd niks aan het materieel toepassingsgebied.
b) Ook verandert er niks aan het temporeel toepassingsgebied.
c) Er verandert wel iets in het formeel toepassingsgebied: de gedaagde heeft geen
woonplaats in een EU-lidstaat. Dit betekent dat Brussel I bis niet langer meer van
toepassing is. Er moet teruggegrepen worden naar nationaal recht, artikel 1-14
Rv.
c) Stappenplan nalopen:
1. Het is nog steeds de vraag naar bevoegdheid.
2. Welke regeling is van toepassing? Kijken of Brussel I bis van toepassing is:
a) Er veranderd niks aan het materieel toepassingsgebied.
b) Ook verandert er niks aan het temporeel toepassingsgebied.
c) Er verandert wel iets in het formeel toepassingsgebied. Kijk hiervoor naar art. 63
Brussel I bis . Hier staat dat een hoofdbestuur in de EU voldoende is om bij een
bedrijf aan te merken dat zij haar woonplaats in een EU-lidstaat heeft.
Dit zorgt ervoor dat in deze casus Brussel I bis wel formeel van toepassing is: de
gedaagde heeft nu wel woonplaats in een EU-lidstaat, namelijk Duitsland omdat
daar het hoofdbestuur van verweerder wordt gevoerd.
Brussel I bis Verordening is dus van toepassing. De rechter moet op grond van deze regeling dus
vaststellen of zij bevoegd is.
Dit kan de rechter bepalen op grond van de hoofdregel van art. 4 jo. 63 EEX-Vo II: woonplaats
van de gedaagde is doorslaggevend, en hoofdbestuur is hierbij voldoende. De verweerder is
Eagle en deze heeft haar woonplaats in Keulen, Duitsland.
Conclusie: De Duitse rechter is aldus bevoegd op grond van art. 4 jo. 63 EEX-Vo II.
Beide landen zijn geen EU-lidstaat, forumkeuze voor EU-rechter:
Opgave 2:
a) Stappenplan:
1. Welke IPR vraag? Bevoegdheidsvraag.
2. Welke regeling is van toepassing? EEX-Vo II, oftewel Brussel I bis.
o Toetsing aan het toepassingsgebied:
A. Materieel toepassingsgebied (art. 1 EEX-Vo II): burgerlijke en
handelszaken. In dit geval hebben we te maken met een
koopovereenkomst en deze valt op grond van art. 1 EEX-Vo II binnen het
materiele toepassingsgebied van deze verordening. Hieraan is dus
voldaan.
B. Formeel toepassingsgebied (art. 4 t/m 6 EEX-Vo II): alleen van toepassing
op internationale zaken. Dit kun je afleiden uit deze artikelen, aangezien
er telkens sprake is van internationale aangelegenheden.
Hoofdregel = art. 4 EEX-Vo II: deze verordening is van toepassing
als de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat. Hier hebben
we nu niks aan, want beide landen zijn geen EU-lidstaat.
Er zijn ook uitzonderingen hierop:
- Forumkeuze dan niet art. 4 noemen, maar meteen naar
artikel 25. (artikel 6 jo.)
2
Verweerder heeft woonplaats in EU-lidstaat:
Opgave 1:
Twee partijen:
Eagle Inc. gevestigd in de Verenigde Staten en hoofdkantoor in Delaware.
Buizerd BV gevestigd in Nederland en hoofdkantoor Amsterdam
Zij hebben met elkaar een koopovereenkomst afgesloten op 12 augustus 2015.
Vervolgens komt Buizerd BV haar verplichtingen niet na. Eagle Inc. stapt vervolgens naar
de rechter.
Vordering is ingesteld op 17 maart 2016.
Eiser is dus Eagle Inc (VS) En gedaagde is Buizerd BV (NL)
a) Nalopen van het stappenplan:
1. Welke IPR vraag? Bevoegdheidsvraag.
2. Welke regeling is van toepassing? Brussel I bis omdat de verweerder woonplaats heeft in
een EU-lidstaat.
o Toetsing aan het toepassingsgebied:
A. Materieel toepassingsgebied (art. 1 EEX-Vo II): burgerlijke en
handelszaken (verordeningsautonoom begrip), maar let op er zijn ook
uitzonderingen geformuleerd in art. 1 lid 1 en art. 1 lid 2 Brussel I bis. In
dit geval hebben we te maken met een koopovereenkomst en deze valt op
grond van art. 1 EEX-Vo II binnen het materiele toepassingsgebied van
deze verordening. Hieraan is dus voldaan.
B. Formeel toepassingsgebied (art. 4 t/m 6 EEX-Vo II): alleen van toepassing
op internationale zaken. Dit kun je afleiden uit deze artikelen, aangezien
er telkens sprake is van internationale aangelegenheden.
Hoofdregel = art. 4 Brussel I bis: deze verordening is van
toepassing als de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat.
Er zijn ook uitzonderingen hierop:
- Forumkeuze niet art. 4 noemen, maar meteen naar artikel
25 Brussel I bis stappen. (artikel 6 jo.)
- Exclusieve bevoegdheid niet art. 4 noemen, maar meteen
naar artikel 24 Brussel I bis stappen. (artikel 6 jo.)
Verder van belang:
Art. 63 EEX-Vo II regelt het begrip woonplaats.
De woonplaats van de verweerder is in dit geval Amsterdam,
Nederland.
Aan het formeel toepassingsgebied is in dit geval dus voldaan.
C. Temporeel toepassingsgebied: alle vorderingen ingesteld na 10 januari
2015 (art. 66 lid 1). Toets moment is het moment waarop de vordering
wordt ingesteld. In dit geval is de vordering ingesteld op 17 maart 2016.
Hieraan is dus ook voldaan.
Brussel I bis Verordening is dus van toepassing. De rechter moet op grond van deze regeling dus
vaststellen of zij bevoegd is.
Dit kan de rechter bepalen op grond van de hoofdregel van art. 4 EEX-Vo II: woonplaats van de
gedaagde is doorslaggevend. Toegepast op deze casus is de gedaagde Buizerd BV. Deze is
gevestigd in Amsterdam, oftewel Nederland. Hierdoor is de Nederlandse rechter bevoegd in deze
casus.
1
, b) De situatie is nu veranderd. Daarom moeten de stappen opnieuw worden nagelopen:
1. Het is nog steeds de vraag naar bevoegdheid.
2. Welke regeling is van toepassing? Kijken of Brussel I bis van toepassing is:
a) Er veranderd niks aan het materieel toepassingsgebied.
b) Ook verandert er niks aan het temporeel toepassingsgebied.
c) Er verandert wel iets in het formeel toepassingsgebied: de gedaagde heeft geen
woonplaats in een EU-lidstaat. Dit betekent dat Brussel I bis niet langer meer van
toepassing is. Er moet teruggegrepen worden naar nationaal recht, artikel 1-14
Rv.
c) Stappenplan nalopen:
1. Het is nog steeds de vraag naar bevoegdheid.
2. Welke regeling is van toepassing? Kijken of Brussel I bis van toepassing is:
a) Er veranderd niks aan het materieel toepassingsgebied.
b) Ook verandert er niks aan het temporeel toepassingsgebied.
c) Er verandert wel iets in het formeel toepassingsgebied. Kijk hiervoor naar art. 63
Brussel I bis . Hier staat dat een hoofdbestuur in de EU voldoende is om bij een
bedrijf aan te merken dat zij haar woonplaats in een EU-lidstaat heeft.
Dit zorgt ervoor dat in deze casus Brussel I bis wel formeel van toepassing is: de
gedaagde heeft nu wel woonplaats in een EU-lidstaat, namelijk Duitsland omdat
daar het hoofdbestuur van verweerder wordt gevoerd.
Brussel I bis Verordening is dus van toepassing. De rechter moet op grond van deze regeling dus
vaststellen of zij bevoegd is.
Dit kan de rechter bepalen op grond van de hoofdregel van art. 4 jo. 63 EEX-Vo II: woonplaats
van de gedaagde is doorslaggevend, en hoofdbestuur is hierbij voldoende. De verweerder is
Eagle en deze heeft haar woonplaats in Keulen, Duitsland.
Conclusie: De Duitse rechter is aldus bevoegd op grond van art. 4 jo. 63 EEX-Vo II.
Beide landen zijn geen EU-lidstaat, forumkeuze voor EU-rechter:
Opgave 2:
a) Stappenplan:
1. Welke IPR vraag? Bevoegdheidsvraag.
2. Welke regeling is van toepassing? EEX-Vo II, oftewel Brussel I bis.
o Toetsing aan het toepassingsgebied:
A. Materieel toepassingsgebied (art. 1 EEX-Vo II): burgerlijke en
handelszaken. In dit geval hebben we te maken met een
koopovereenkomst en deze valt op grond van art. 1 EEX-Vo II binnen het
materiele toepassingsgebied van deze verordening. Hieraan is dus
voldaan.
B. Formeel toepassingsgebied (art. 4 t/m 6 EEX-Vo II): alleen van toepassing
op internationale zaken. Dit kun je afleiden uit deze artikelen, aangezien
er telkens sprake is van internationale aangelegenheden.
Hoofdregel = art. 4 EEX-Vo II: deze verordening is van toepassing
als de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat. Hier hebben
we nu niks aan, want beide landen zijn geen EU-lidstaat.
Er zijn ook uitzonderingen hierop:
- Forumkeuze dan niet art. 4 noemen, maar meteen naar
artikel 25. (artikel 6 jo.)
2