Antropometrie
Understanding Nutrition
8.4 Lichaamsgewicht en lichaamssamenstelling
Lichaamsgewicht = vet + mager weefsel.
Het lichaamsgewicht zegt niks over de samenstelling van het lichaam, toch gebruiken veel
mensen het om te bepalen of iemand gezond is of niet. De lichaamssamenstelling is de
verhouding tussen spier, bot, vet en ander weefsel die het totale lichaamsgewicht van een
persoon vormen.
Vaak wordt er door de maatschappij bepaald wanneer iemand een ‘gezond’ gewicht heeft,
vooral voor vrouwen is er een onrealistisch beeld van hoeveel zij moeten wegen. Vaak zijn
die gewichten helemaal niet gezond. Om te bepalen of iemand gezond is moet je dus niet
kijken naar hoe diegene eruit ziet maar naar de gezondheid en levensduur. Idealiter heeft
iemand genoeg vet om te voldoen aan de basisbehoeften, maar niet zoveel dat er
gezondheidsrisico’s optreden.
De Body Mass Index (BMI) is een index voor het gewicht in verhouding tot lichaamslengte.
De BMI geeft een schatting van het gezondheidsrisico van je lichaamsgewicht.
gewicht ∈kg
BMI =
(lengte∈meter )2
Met het BMI kan niet worden bepaald hoeveel van gewicht uit vet bestaat en waar het vet
zit. Atleten hebben vaak een laag vetpercentage. Sommige mensen hebben juist een hogere
vetpercentage nodig, zoals mensen die in een extreem koud klimaat leven of vrouwen die
zwanger proberen te worden.
De locatie van het vet is belangrijk voor de locatie. Visceraal vet ligt rond de organen of de
buik. Het wordt ook wel centrale obesitas of bovenlichaamsvet genoemd. Visceraal vet
draagt bij aan hartziekten, kanker, diabetes en daaraan gerelateerde sterfgevallen. Het komt
het meest voor bij mannen en bij vrouwen na de menopauze. Subcutaan vet ligt rond de
heupen en dijen en komt het meest voor bij vrouwen in hun reproductieve jaren. Het geeft
een lagere kans op hartziekten dan visceraal vet.
De middelomtrek is een goede indicator voor visceraal vet. Als de middelomtrek toeneemt
neemt ook de kans op ziektes toe.
Er zijn nog meer manieren om de lichaamssamenstelling te bepalen. Voorbeelden:
huidplooimeting, bod pod, MRI, etc. Elke methode heeft voor- en nadelen wat betreft
kosten, technische problemen en nauwkeurigheid.
, Voedingscentrum
Afkapwaarden BMI:
- Lager dan 18,5: Ondergewicht
- 18,5 t/m 24,9: Gezond gewicht
- 25 t/m 29,9: Overgewicht
- Meer dan 30: Obesitas
Afpakwaarden middelomtrek mannen:
- Kleiner dan 79 cm: Ondergewicht
- Tussen 79 en 94 cm: Gezond gewicht
- 94 en 102 cm: Overgewicht
- Meer dan 102 cm: Obesitas
Afpakwaarden middelomtrek vrouwen:
- Kleiner dan 68 cm: Ondergewicht
- Tussen 68 en 80 cm: Gezond gewicht
- Tussen 80 en 88 cm: Overgewicht
- Meer dan 88 cm: Obesitas
The American Journal of Clinical Nutrition
Afkapwaarden vetpercentage mannen
20-39 jaar 40-59 jaar 60-79
Ondergewicht Onder de 8% Onder de 11% Onder de 13%
Gezond gewicht 8-21% 11-23% 13-25%
Overgewicht 21-26% 23-29% 25-31%
Obesitas Boven de 26% Boven de 29% Boven de 31%
Afkapwaarden vetpercentage vrouwen
20-39 jaar 40-59 jaar 60-79
Ondergewicht Onder de 21% Onder de 23% Onder de 25%
Gezond gewicht 21-33% 23-35% 25-38%
Overgewicht 33-39% 35-41% 38-43%
Obesitas Boven de 39% Boven de 41% Boven de 43%
Nutritional assessment
Met een huidplooimeter kan de dikte van een huidplooi worden bepaald. Met behulp van de
gemeten huidplooien kan een voorspelling worden gedaan over de totale lichaamsvetmassa.
Understanding Nutrition
8.4 Lichaamsgewicht en lichaamssamenstelling
Lichaamsgewicht = vet + mager weefsel.
Het lichaamsgewicht zegt niks over de samenstelling van het lichaam, toch gebruiken veel
mensen het om te bepalen of iemand gezond is of niet. De lichaamssamenstelling is de
verhouding tussen spier, bot, vet en ander weefsel die het totale lichaamsgewicht van een
persoon vormen.
Vaak wordt er door de maatschappij bepaald wanneer iemand een ‘gezond’ gewicht heeft,
vooral voor vrouwen is er een onrealistisch beeld van hoeveel zij moeten wegen. Vaak zijn
die gewichten helemaal niet gezond. Om te bepalen of iemand gezond is moet je dus niet
kijken naar hoe diegene eruit ziet maar naar de gezondheid en levensduur. Idealiter heeft
iemand genoeg vet om te voldoen aan de basisbehoeften, maar niet zoveel dat er
gezondheidsrisico’s optreden.
De Body Mass Index (BMI) is een index voor het gewicht in verhouding tot lichaamslengte.
De BMI geeft een schatting van het gezondheidsrisico van je lichaamsgewicht.
gewicht ∈kg
BMI =
(lengte∈meter )2
Met het BMI kan niet worden bepaald hoeveel van gewicht uit vet bestaat en waar het vet
zit. Atleten hebben vaak een laag vetpercentage. Sommige mensen hebben juist een hogere
vetpercentage nodig, zoals mensen die in een extreem koud klimaat leven of vrouwen die
zwanger proberen te worden.
De locatie van het vet is belangrijk voor de locatie. Visceraal vet ligt rond de organen of de
buik. Het wordt ook wel centrale obesitas of bovenlichaamsvet genoemd. Visceraal vet
draagt bij aan hartziekten, kanker, diabetes en daaraan gerelateerde sterfgevallen. Het komt
het meest voor bij mannen en bij vrouwen na de menopauze. Subcutaan vet ligt rond de
heupen en dijen en komt het meest voor bij vrouwen in hun reproductieve jaren. Het geeft
een lagere kans op hartziekten dan visceraal vet.
De middelomtrek is een goede indicator voor visceraal vet. Als de middelomtrek toeneemt
neemt ook de kans op ziektes toe.
Er zijn nog meer manieren om de lichaamssamenstelling te bepalen. Voorbeelden:
huidplooimeting, bod pod, MRI, etc. Elke methode heeft voor- en nadelen wat betreft
kosten, technische problemen en nauwkeurigheid.
, Voedingscentrum
Afkapwaarden BMI:
- Lager dan 18,5: Ondergewicht
- 18,5 t/m 24,9: Gezond gewicht
- 25 t/m 29,9: Overgewicht
- Meer dan 30: Obesitas
Afpakwaarden middelomtrek mannen:
- Kleiner dan 79 cm: Ondergewicht
- Tussen 79 en 94 cm: Gezond gewicht
- 94 en 102 cm: Overgewicht
- Meer dan 102 cm: Obesitas
Afpakwaarden middelomtrek vrouwen:
- Kleiner dan 68 cm: Ondergewicht
- Tussen 68 en 80 cm: Gezond gewicht
- Tussen 80 en 88 cm: Overgewicht
- Meer dan 88 cm: Obesitas
The American Journal of Clinical Nutrition
Afkapwaarden vetpercentage mannen
20-39 jaar 40-59 jaar 60-79
Ondergewicht Onder de 8% Onder de 11% Onder de 13%
Gezond gewicht 8-21% 11-23% 13-25%
Overgewicht 21-26% 23-29% 25-31%
Obesitas Boven de 26% Boven de 29% Boven de 31%
Afkapwaarden vetpercentage vrouwen
20-39 jaar 40-59 jaar 60-79
Ondergewicht Onder de 21% Onder de 23% Onder de 25%
Gezond gewicht 21-33% 23-35% 25-38%
Overgewicht 33-39% 35-41% 38-43%
Obesitas Boven de 39% Boven de 41% Boven de 43%
Nutritional assessment
Met een huidplooimeter kan de dikte van een huidplooi worden bepaald. Met behulp van de
gemeten huidplooien kan een voorspelling worden gedaan over de totale lichaamsvetmassa.