100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Fysiologie HF1 P1 samenvatting colleges en stof

Rating
-
Sold
3
Pages
23
Uploaded on
16-01-2020
Written in
2019/2020

De colleges van Barbara Haverkamp voor het vak Fysiologie zijn hierin uitgewerkt. Per college een duidelijke samenvatting van de belangrijkste punten.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Unknown
Uploaded on
January 16, 2020
Number of pages
23
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Medische en orale aandoeningen – Fysiologie

Hoorcollege 1 Inleiding en zenuwstelsel 19-09-2019
Algemene functies van het zenuwstelsel
Organisatie = cellen ten opzichte van de hersenen, hoe ze met elkaar samen werken.
Regulatie = niet alle informatie moet bijvoorbeeld niet tegelijk binnendringen.
Coördinatie = de coördinatie van impulsen moet goed verlopen.

Sensorische input = zorgt ervoor dat er informatie binnenkomt
Verwerking = hoe wordt de prikkel verwerkt
Motorische output = willekeurige bewegingen, spijsvertering

Anatomische indeling zenuwstelsel
1. Centrale zenuwstelsel (binnen benig omhulsel)
a. Hersenen  Hier zit liquor omheen, dat is vocht. Het zit in de
b. Ruggenmerg hersenen maar ook in het ruggenmerg. Het beschermt.
2. Perifere zenuwstelsel (buiten benig omhulsel)
a. Alles wat hierbuiten zit. Ook de hersenzenuwen.

Functionele indeling zenuwstelsel
1. Vegetatief zenuwstelsel/Autonome zenuwstelsel (autonoom)
a. Sympaticus = actief. Brengt het lichaam in ‘staat van paraatheid’ onder invloed van
adrenaline & noradrenaline
b. Parasympaticus = in rust. Brengt het lichaam in rust, vertering. Staat onder invloed
van acetylcholine. Herstel rust, opsla energie en dus spijsverteri
c. Niet onder invloed van onze wil
d. Het is de wisselwerking binnen het individu.
2. Animale zenuwstelsel (willekeurig)
a. Wisselwerking tussen het individu en de omgeving.
b. Betrokken het waarnemen van de buitenwereld en bij houding en beweging
c. Onder invloed van onze wil




Modellen van het zenuwstelsel zijn er om de werkelijkheid te benaderen. Er bestaan verschillende
modellen:
 Reflexmodel
Stimulus-respons model; je kijkt hierbij naar welke reactie een bepaalde stimulus op gang brengt. We
weten alleen niet hoe het gebeurt en waardoor de actie plaatsvindt.
Stimulus  black box  respons
Black box = vaak het centrale zenuwstelsel waar we niet precies begrijpen hoe en wat er gebeurt. Het
kan hetgeen tussen de stimulus en de respons niet verklaren. Met name bij een willekeurig systeem.
 Kabels- en banen model

, Vaste banen van en naar de hersenen. Ernst van een aandoening bepalen.
Als er een baan of een kabel kapotgaat (zenuw), heeft het geen functie meer. Bijvoorbeeld kan je je
vinger niet meer bewegen of voelen wanner de bijbehorende zenuwen door gesneden zijn. Een
menselijk lichaam bevat plasticiteit, dat houdt in dat een mens de mogelijkheid heeft om bepaalde
dingen te omzeilen. Bijvoorbeeld blind  2 vingertoppen gaan als 1 aanvoelen zodat je veel
nauwkeuriger braille kan lezen. Arm geamputeerd  meer ruimte in de hersenen voor andere
ledenmaten te ontwikkelen.
 Hiërarchisch model
- Fylogenese = Gaat erom hoe een mens zich ontwikkelt. Welke functies komen erbij, wat ontwikkelt
zich en wat vervalt misschien. De ontwikkeling van een soort.
- Ontogenese = hoe je je ontwikkelt per individu. Wat ontwikkelt zich als eerst en wat als laatst. Van
ei/zaadcel tot aan volwassenen.
Je hebt hierbij verschillende niveaus:
- Archi = aangeboren reflexen (reptielenbrein)
- Paleo = automatische bewegingen, zoals lopen.
(brein)
- Neo = je kan hierdoor willekeurige bewegingen
maken. Het meest nieuwe is het meeste aanwezig
en het meest recente. (bovenste)

Word je heel angstig, boos of iets anders, dan
neemt je reptielenbrein wat meer de overhand. Dat
is meer je reflex. Je neo brein wordt dan onderdrukt.
Inhibitie = onderdrukking

Lopen is een
voorbeeld van
paleo. Hier zitten
ook je emoties.




Zenuwcel
De informatie komt binnen bij de dendrieten. Dat
wordt daar verwerkt en dan gaat het via de axonen
naar de volgende cel.
Witte stof = voornamelijk axonen
Grijze stof = voornamelijk de cellen

Je hebt verschillende zenuwcellen. Namelijk neuronen en neuroglia

Neuron
 Sensibele neuronen = vangen signalen op van binnen en buiten het lichaam en dragen die
over aan andere neuronen in de hersenen of in het ruggenmerg.
 Schakel neuronen = dit zijn de meeste neuronen in het zenuwstelsel. Ze verzrogen de
afstemming tussen allerlei lichaamsfucties. Ze zorgen voor de verbinding tussen sensorische
en motorische neuronen.
 Motorische neuronen = geven vanuit het zenuwstelsel prikkels door aan spiercellen, direct of
via andere neuronen. Dat kunnen andere motorische neuronen zijn of schakelneuronen.
$6.13
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
mzkstud

Get to know the seller

Seller avatar
mzkstud Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
6 year
Number of followers
7
Documents
4
Last sold
3 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions