Wat is embryologie?
---> bestuderen van:
- gametogenese
- ontwikkeling v bevruchte eicel tot geboorte
- teratogenese ---> ziekte + afwijkingen doorgeven aan baby via placenta moeder ---> niet
noodzakelijk erfelijk
---> bv. thalidomide
Timing in ontwikkeling v mens =
- zwangerschapsduur = gestational age = 40 weken ---> v 1e dag v laatste menstruatie als vrouw
regelmatig menstrueert
- ontwikkelingsleeftijd = fertilization age = 38 weken ---> datum v bevruchting = postconceptional
age
- 0-2wk = bevruchting tot bilaminaire kiemschijf = pre-organogenese
- embryonale periode =
− 3-4wk = bilaminaire kiemschijf tot primitieve
lichaamsvormen
− 3-8wk = organogenese
- foetale periode =
9-38wk = voornamelijk groei
Primitieve lichaamsvormen bij vertebraten =
---> verschil tussen ≠ embryo’s = onmogelijk zichtbaar ---> allemaal heel gelijkend in eerste stadia
Inwerken teratogene factoren =
verschillen naargelang het ogenblik wnr ze inwerken ---> 3 periodes onderscheiden in ontwikkeling =
- eerste 2 weken na bevruchting ---> embryo sterft + zwangerschap niet vaststellen = meer dan
helft v eicellen plant zich niet in
---> organogenese = 15-60 dagen na bevruchting ---> stoornissen v groei + diffrentiatie ontstaan +
geen latere correctie aanbrengen = zeer grote afwijkingen v uitzicht + functie zijn definitief (= zelf
bij kortstondige inwerking)
---> schadelijke stoffen na vorming organen = minder opvallende afwijkingen v vorm ---> wel functie
---> ontwikkeling bevruchte eicel tot geboorte = indelen in:
- embryonale periode = duurt 8 weken ---> begin v alle organen
- foetale periode = hoofdzakelijk groei plaatsvinden + sommige organen veranderen nog
grootste risico op geboorteafwijkingen = in 5e week (= in embryonale fase) ---> 1e prenataal bezoek = 81
weken
,Teratogenen =
schadelijke omgevingsfactoren ---> voorbeelden =
- pharmaca
- alcohol + nicotine ---> gevolg = baby met gespleten lip
- drugs
- virussen ---> na invoering universele rubellavaccinatie is congenitale rubella = zeer zeldzaam
- RX stralen
- hormonen
- arseen + kwik + cyanide
- tekort aan foliumzuur = aanleg v zenuwstelsel verstoren ---> gevolg = myelomenigocèle =
neurale buisdefecten ---> organen bloot liggen
Spermatogenese en oögenese
= differentiatie v primordale geslachtscellen (PGC) tot spermatozoa + rijpe oöcyten
1. man =
- PGC’s = slapend tot pubertijd ---> differentiatie tot spermatogonia =
mitose beginnen
- spermatogonia produceren primaire spermatocyten = ondergaan meiose
+ spermatogenese
- primaire spermatocyt = delen + vormen v 2 secundaire spermatocyten =
vormen elk 2 spermatozoën
---> elke primaire spermatocyt levert 4 functionele gameten op
2. vrouw =
- PCG’s differentiëren tot oögonia = ondergaan mitose +
beginnen vervolgens meiose tijdens foetale
leven als primaire oöcyten
- primaire oöcyten blijven in profase 1 tot stimulatie tot
hervatten meiose tijdens menstruatiecyclus
- elk primair oöcyt = heeft mogelijkheid tot vormen v:
− secundair oöcyt
− poollichaampje
---> elke primaire oöcyt kan 1 functionele gameet voortbrengen
2
,Gametogenese
= primordiale geslachtscellen ontstaan 4 weken na bevruchting als groep cellen in extra-embryonale
mesoderm op achterste deel v dooierzak
---> tijdens migratie v dooierzakwand nr urogenitale plooi = delen v geslachtscellen 8-9 maal
---> sacrococcygeale teratomen =
- meest voorkomende tumoren bij passgeborenen
- tumoren groeien uit PGC’s
- 4 keer vaker voorkomen bij vrouwelijke pasgeborenen dan bij mannelijke
Belangrijkste verschillen ts oögenese + spermatogenese =
Spermatogenese Oögenese
Veel efficiënter Niet zo efficiënt
Meiose 1 = in pubertijd Meiose 1 = in foetale periode
Blijvende mitose bij man Gelimiteerde stock
Oögenese =
- definitieve voorraad oöcyten
- verloopt zeer geleidelijk + in fases = met rust periode
- primaire oöcyten = in rust tot ovariële cyclus
- meiose 1 afwerken tijdens ovariële cylcus
- meiose 2 afwerken indien bevruchting = op moment v bevruchting
- per ovariële cyclus = 10 à 15 follikels activeren ---> uiteindelijk slechts 1 rijpe follikel --->
follikelatresie
- rijpe eicel = groot + immobiel
---> ontwikkeling v ovarium v primordiala follikels tot Graafse follikel + ovulatie + luteale fase =
3
, overzicht mitotische gebeurtenissen + follikelontwikkeling in eierstok =
- voor geboorte =
− mitose in oögonium (stamcel) ---> w primaire oöcyt
− primaire oöcyt ---> primordiale follikel
- tijdens kindertijd (met inactieve eierstokken) =
− primaire oöcyt = in profase 1 blijven + is aanwezig bij geboorte
- elke maand vanaf pubertijd =
− primaire oöcyt = in profase 1
− stimulatie v LH piek = 1 primaire oöcyt voltooid meiosis 1 ---> vormen secundair oöcyt + 1e
poollichaampje
− secundaire oöcyt = arresteren in metafase 2 + vrijgeven tijdens ovulatie
- bij bevruchting =
− fertilisatie dr spermacel = meiosis 2 voltooien ---> vorming 2e poollichaampje
− vrijgekomen secundaire oöcyt verandert in corpus luteum ---> degradeert uiteindelijk
---> ongeveer 5 – 12 primaire follikels hervatten elke maand de ontwikkeling
---> 1 follikel w dominant tov rest ---> degenereren dr folliculaire atresie
---> folliculogenese selectief stimularen in slechts enkele follikels per maand =
- hypothese 1 = follikels verder ontwikkelen = progressief gevoeliger worden voor stimulerende
effecten v FSH ---> follikels die op basis v toeval verder gevorderd zijn = scherper reageren op FSH
+ w voortgetrokken
- hypothese 2 = selectieproces ---> reguleren dr complex systeem v feedback tussen hypofyse- en
ovariumhormonen + groeifactoren
---> naar mate ouder worden vrouw = risico op non-disjunctie w groter
Spermatogenese =
- relatief snel + zonder tussenperiodes
- spermatogonia = blijven delen dr mitose
---> gaan niet als groep in geheel dr meiose
- spermatozoïde = kleine immobiele cel
---> cyclus spermatogenese = duurt +- 64 dagen =
- spermatogoniale mitose = 16 dagen
- 1e meiotische deling = 8 dagen
- 2e meiotische deling = 16 dagen
- spermiogenese = 24 dagen
---> Spermatogenese is het overkoepelende proces van spermavorming, dat start vanuit de
ongedifferentieerd spermatogoniale stamcellen en leidt tot de productie van spermatiden.
---> Spermiogenese is een specifieke fase binnen spermatogenese die de laatste transformatie
4
van spermatiden naar volledig gevormde spermacellen omvat.