Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting probleem 6 Inleiding Strafrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
11
Uploaded on
11-10-2024
Written in
2022/2023

Werkgroepuitwerkingen probleem 6 Inleiding Strafrecht

Institution
Course

Content preview

Probleem 6 ISR
Leerdoelen

1. Wat is een dagvaarding?
Om een terechtzitting te houden moet OvJ verdachte dagvaarden.
Dagvaarding: een schriftelijke mededeling aan de verdachte dat hij terecht moet staan voor
de strafrechter.
De functies van dagvaarding:
1. Aanduiden van de persoon van de verdachte;
2. Oproepen van de verdachte om te verschijnen voor de rechter op de aangegeven
plaats en op het aangegeven tijdstip;
3. Beschuldigen van de verdachte;
4. Informeren van de verdachte omtrent een aantal strafprocessuele rechten die hem
toekomen.
Hart van dagvaarding wordt gevormd door de tenlastelegging.
Tenlastelegging: omschrijft de beschuldiging die door de OvJ tegen de verdachte wordt
ingebracht.
Hoe ingewikkelder de zaak, hoe moeilijker het formuleren van een beschuldiging.
OvJ beslist n.a.v. voorbereidend onderzoek en anticipeert op mogelijke veroordeling.
Enkelvoudige tenlastelegging: een tenlastelegging waarop maar één feit is vermeld.
- Als rechter hier niet mee eens is zou vrijspraak volgen.
Primair-subsidiaire tenlastelegging: primair (bv poging tot doodslag) iets tenlasteleggen en
wanneer rechter van mening is dat dit niet zo is andere veroordeling (subsidiair) opperen
(mishandeling). Maar alleen mishandeling als doodslag niet bewezen kan worden. Rechter
kan zo kiezen uit verschillende strafbare feiten. Subsidiaire feit is zo vangnet tegen
vrijspraak. Hoeft niet bij twee te blijven.
Art. 350 Sv: rechter mag niet zelfstandig besluiten om een ander feit bewezen te verklaren
dan er ten laste is gelegd. Daarom kan OvJ meerdere feiten ten laste leggen.
Cumulatieve/meervoudige tenlastelegging: tenlastelegging waarop meerdere feiten tot
uitdrukking zijn gekomen. Kunnen meerdere overvallen zijn of meerdere strafbare feiten van
zelfde moment.
Alternatieve tenlastelegging: geeft de rechter de vrije keuze om een van de twee feiten
bewezen te verklaren zonder het andere ten laste gelegde feit in onderzoek te nemen. Beide
feiten hebben zelfde status. Wordt gedaan bij feiten die elkaar uitsluiten; moet het een of
het ander zijn.
Combinaties van primair-subsidiaire, cumulatieve en alternatieve tenlastelegging zijn ook
mogelijk.
De wet stelt bepaalde eisen aan de manier waarop tenlasteleggingen worden opgesteld.
Bevat: pleegdatum, pleegplaats, strafbare gedraging en delictsomschijvingen.

De eisen van artikel 261 Sv
De OvJ legt in de tenlastelegging tevoren vast waar het op de zitting om zal gaan. Aan deze
tenlastelegging worden een aantal minimumeisen gesteld:
Art. 261 Sv:
1. De dagvaarding behelst een opgave van het feit(1) dat ten laste wordt gelegd, met
vermelding omstreeks welke tijd(2) en waar ter plaatse(3) het begaan zou zijn;
verder vermeldt zij de wettelijke voorschriften(4) waarbij het feit strafbaar is gesteld.

, 2. Zij behelst tevens de vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn
begaan (5).
Feit: moet voor rechter duidelijk worden welke delictsomschrijving de officier voor ogen
had. Het moet een feitelijke omschrijving zijn van wat volgens de OvJ is voorgevallen. Eindigt
met feitelijke en juridische termen die er samen voor moeten zorgen dat alle bestanddelen
van het delict zijn opgenomen. Tenlastelegging moet specifiek, duidelijk en niet tegenstrijdig
zijn.
Tijd: omstreeks welke tijd de verdachte de gedraging heeft begaan; bepaalde datum of
tijdsperiode. Wordt vaak ‘op of omstreeks’ voor gebruikt. Vrijspraak door verkeerde datum
komt zelden meer voor.
Plaats: waar feit is begaan, ook deze hoeft niet juist te zijn, als het maar is vermeld. Als geen
plaats wordt vermeld is dagvaarding nietig. Foutieve aanduiding speelt wel rol bij
beantwoorden van vraag of het feit zoals tenlastegelegd bewezen kan worden.
Wettelijke voorschriften: melding van de wettelijke vindplaats van het ten laste gelegde feit.
Houdt in dat tussen haakjes het artikelnummer staat van delictsomschrijving.
Omstandigheden: nadere concretisering van de feiten. Het niet vermelden van
omstandigheden leidt niet tot nietigheid.
Partiële nietigheid: voor wat betreft de feiten die wel volgens de regels zijn opgenomen, is
de dagvaarding gewoon geldig. Maar, voor feit waar plaats mist wel.
Gelding dagvaarding hangt af van art. 261 Sv en niet van de bewijsbaarheid van het ten laste
gelegde feit. Dat gegevens onjuist zijn maakt hiervoor dus niet uit.

2. Hoe verloopt het onderzoek ter terechtzitting?
Het verloop van de terechtzitting:
- Opening van de zitting (art. 270 Sv): voorzitter begint onderzoek door het uitroepen
van de zaak tegen de verdachte (geef opdracht aan bode).
Art. 266 Sv: intrekken van dagvaarding door OvJ vanaf nu niet meer mogelijk.
Zitting kan alleen eindigen met een rechterlijk vonnis.
- Identiteit, oplettendheid, cautie (art. 273 Sv): voorzitter vraagt om identiteit van
verdachte en feitelijke verblijfplaats. Dan wordt verdachte erop gewezen oplettend
te zijn en dat hij niet verplicht is om antwoord te geven op vragen.
- Voordacht van de zaak (art. 284 Sv): OvJ draagt zaak voor; voorlezen tenlastelegging.
Hij doet dit staande (OM daarom ‘staande magistratuur’).
- Ondervraging door de rechter (art. 286 Sv): eerst worden feiten m.b.t.
tenlastegelegde doorgenomen. Dan bespreking persoonlijke omstandigheden van de
verdachte. Dan ondervraging voorzitter waardoor verdachte visie op zaak kan geven.
Hierna worden OvJ en raadsman in gelegenheid gesteld vragen te stellen aan
verdachte.
- Requisitoir (art. 311 Sv): OvJ geeft visie op zaak en spreekt strafeis uit. Officier
verwerkt hierin redenen waarom feit bewezen is en waarom deze strafeis. OvJ kan
hier al ingaan tegen nog aan te voeren gronden van advocaat. Strafeis kan door
voorgaande van zaak veranderen.
- Pleidooi (art. 311 lid 2 Sv): raadsman kan alles naar voren brengen wat in belang van
de verdediging is. Goed pleidooi is gemodelleerd naar art. 348 en 350 Sv. Ook
pleidooi kan primair-subsidiaire opbouw hebben (bijvoorbeeld OvJ is niet-
ontvankelijk, maar als rechter dat niet vindt dan…).
- Repliek (art. 311 lid 3 Sv): OvJ mag reageren op pleidooi. Is niet verplicht.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 11, 2024
Number of pages
11
Written in
2022/2023
Type
SUMMARY

Subjects

$9.00
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
anneliekespanninga

Get to know the seller

Seller avatar
anneliekespanninga Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
11
Member since
5 year
Number of followers
1
Documents
65
Last sold
5 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions