4. Socrates: Filosoferen (kritisch onderzoeken) = goed en zinvol leven
Cassirer: Mens = animal symbolicum: onze gemoedstoestand wordt weergegeven in taal,
tekens en symbolen → cultuur. (bv. filosofie, kunst, taal en wetenschap)
Nietzsche: Mens = ziek dier, omdat die nooit verzadigd is. Übermensch schept zijn eigen
waarden; individualisme.
5. Nussbaum: BNP zegt niet veel over goed leven, factoren als analfabetisme en vrijheid wel.
Capabilities approach: ruimte om keuzes te maken.
↪ Kritiek:
1. Westers ideaal van individuele levensvrijheid
2. Capabilities kan je niet zomaar aan- en uitzetten
3. Instituties spelen ook een rol in het beperken of mogelijk maken van het goede
leven
6. Plato: Democratie is slecht, want mens jaagt eigenbelang na. Burgers verliezen aretè
(deugdzaam leven). Democratie → ochlocratie (schrikbewind van de massa).
Verband tussen hiërarchische orde van de ideale staat en de drie delen van de menselijke ziel:
Ziel Lichamelijk Staat (Kardinale) Deugd
Denken-schouwend Hoofd Filosoofkoningen Bedachtzaamheid
Thymethisch-eergevoelig Borst Strijders Dapperheid
Vegetatief-verlangend Buik Boeren/arbeiders Matigheid
(↑ Aristoteles)
Utopisch: Samenleving is stabiel doordat alles en iedereen op elkaar is afgestemd.
Dystopisch: Hele leven dienstbaar voor collectief. Geen keuzevrijheid.
Kritiek van Popper: Leidt tot totalitaire staat. Één waarheid absoluut, geen kritiek.
7. Aristoteles: Goede staatsvorm + eigen belang = slechte staatsvorm
Monarchie → tirannie
Aristocratie → oligarchie
Politeia → democratie
Rede (λογός): Stelt mensen in staat te handelen (zooion logon echon=dier dat rede heeft)
Deugd (aretè): Stelt mensen in staat goed te handelen
Handelen (energeia): het in-werking-zijn van de ziel krachtens de deugd
Dus: om te handelen gebruik je de rede en om goed te handelen moet je daarbij de deugd
gebruiken
Aristoteles ging uit van wat aristocraten in de polis zagen als ‘het goede leven’, dus heeft men
de polis nodig.
, 8. Deugd = houding met redelijkheid
Volkomen deugd: In harmonie met zichzelf en het welzijn van de medemens
Eudaimonia (streven naar geluk) valt hierdoor dus samen met het goede voor zichzelf en het
goede voor de medemens.
Menselijke ziel heeft twee delen:
1. Dianoëtische deugden (denkende deel: kennis, intelligentie)
2. Ethische deugden (strevende deel: moed, kalmte → gedrag/omgang in situaties)
Het vegetatieve deel kent geen deugden volgens Aristoteles (Zie tabel op p.1)
Je moet de juiste middenweg tussen twee uitersten kiezen.
Volkomen deugd= ethische deugden en praktische wijsheid verenigd en gericht op het welzijn
van de medemens (=rechtvaardigheid). Volkomen deugd is niet weggelegd voor de massa.
9. Goede leven is niet als enkeling bereikbaar, dus pas bereikbaar als gemeenschapswezen.
Het bestuur is een uitdrukking van de deugden door de elite. Onze moderne ideeën over
gelijkheid en vrijheid lijken niet te verenigen met de denkbeelden van Aristoteles.
10. Vijf dimensies van het goede leven.
1. Samenleven met medemensen → edel handelen en rechtvaardigheid
2. Instituties → via instituties kon de deugd de menselijke natuur tot bloei komen
3. Lichaam → vervullen lichamelijke behoeftes
4. Natuur → ongelijkheid is onderdeel van een natuurlijke orde
5. Geestelijk → filosofie centraal; de ziel is onsterfelijk
↪ (GLINS)
11. Deugd: gematigde houding
↪ geen emotie, want emoties zijn geen bewuste keuze; eigenschappen wel
↪ geen vermogen, want vermogens zijn van nature, maar iemand is niet als goed of
slecht mens geboren
Voortreffelijkheid is gericht op het midden. Gevoelens op het juist moment, om de juiste dingen,
tegenover de juiste personen met de juiste bedoeling en op de juiste manier is tegelijk het
midden en het beste.
Een goede handeling uitvoeren maakt je nog geen goed persoon. Want het moet een bewuste
handeling zijn. Herhaling van dit maakt je rechtvaardig en matig.
Goed is men op één manier, slecht op een keur aan manieren.
12. Christendom: Theologale deugden. De ziel is afgestemd op het hiernamaals en God.
1. Geloof: Sporen van het koninkrijk van God zien
2. Hoop: Doorzettingsvermogen
3. Liefde: Hoogste deugd; Inzetten voor het welzijn van andere (barmhartigheid)
Gespannen met kardinale deugden. Kardinale deugden gingen uit van een hiërarchische
wereld, theologale deugden zijn gebaseerd op de gelijkheid van mensen voor God.