1. De bloedvaten
DOEL
• Aanvoer van noodzakelijke stoffen -> voor het overleven en werken van ALLE cellen
• Afvoer van afvalstoffen
• Bloeddrukcontrole
• Temperatuurcontrole
• Regulatie van organen (door transport van hormonen)
WERKING
• Hart pompt (systole en diastole)
• De bloedvaten zijn de leidingen (gesloten systeem, aanvoer en afvoer)
• Windketen effect
o Tijdens systole -> gaan de bloedvaten optrekken (zo opslag van energie)
o Tijdens diastole -> bloedvaten ontspannen (bloed wordt zo verder gepompt)
-> dit effect is minder groot bij kleine bloedvaten
-> windketen effect komt enkel voor bij gezonde bloedvaten
FLOWPARTONEN
= bloedsomloop -> 3 soorten bloedstomen
• Trifasische flow
o In grote gezonde bloedvaten
o 3 fases
- Systole: bloed vernelt
- Diastole: verder stuwen bloed
- Ontspanning van de bloedvaten
• Cerebrale arterieen
o Thv de hersenen
o Continue aanvoering bloed bij normale bloeddruk
o Hersentrauma: is er bloeddruk ondersteuning nodig
o Bloeding: trepanatie
- Stukje van de schedel wordt weggenomen om zo de druk in de hersenen te
verlagen
• Coronaire arterien
o Bloedstroom van de hartspier tijdens diastole
o Belang van diastole
- Tijdens systole trekken bloedvaten en haarvaatjes zo hard samen dat er geen
bloedstoom is in het hart, daarom is diastole van belang, anders gaat er geen
bloed rond.
- Bij inspanning -> diastole verminderd -> minder bloed naar het hart -> kans
op hartinfarct
, VASOCONTRICTIE EN VASODILATATIE
• Worden geregeld door het autonome zenuwstelsel (orthosympatisch en parasympatisch)
o Orthosympatisch = activerend = vasocontrictie
o Parasympatisch = ontspannend = vasodilatatie
• Regelt de bloeddruk
• Regelt de temperatuurregeling
o Warm weer -> vasodilatatie extremiteiten -> afkoelen
o Koud weer -> vasoconstrictie -> warmteverlies beperken
VEUNEUZE FLOW
• = aderlijke flow
• Tegen de zwaartekracht -> naar het hart
• Eenrichtingskleppen -> laat enkel bloed door dat naar boven gaat
• Spierpomp
• Aanzuigingen van het hart (pomp)
2. Histologie van de bloedvaten
• Bestaat uit 3 lagen
o Tunica intima
- Binnenste laag
- Endotheel aan binnenkant van tunica intima
▪ Endotheel = binnenste laag van ALLE bloedcellen, het zijn cellen die
we enkel in bloedvaten terugvinden
▪ FUNCTIE:
Barriere tussen bloed en cellen
Helpt het tegenhouden van bloedklontering
- Laagje los bindweefsel die endotheelcellen vast houden
- Laagje elastine
o Tunica media
- Middelste laag
- Ciculaire spiercellen
▪ Vasodilatatie en vasocontrictie
- Circulair collageen (bindweefsel)
- Laagje elastine
o Tunica externa
- Buitenste laag
- Lang longitudinaal bindweefsel (voor stevigheid)
- De zuurstof kan niet tot hier, er zijn dus kleine bloedvaatjes die tunica
externa van bloed voorzien = vasa vasorum
• Epitheel = cellen die een barriere vormen met de buitenwereld (vb endotheel in cellen)
• Elastine = zorgt voor elasticiteit van een bloedvat
• Grote slagaders: vooral dikke laag elastine (bloeddruk op te vangen)
• Kleinere slagaders: vooral circulaire spieren
• Venen: veel minder elastine, omdat venen een laagdruk systeem zijn.