“Leerlingen moeten datgene leren dat al essentiële kennis in een bepaald vak of leergebied wordt
aangemerkt. Met andere woorden: Zij moeten die kennis verwerven en integreren”
In dit hoofdstuk:
Kennis bestaat uit inhoudelijke kennis en vaardigheden.
Beide vormen van kennis worden op geheel verschillende wijze aangeleerd.
2.1 Inleiding
In Nederland belangrijke relevante kennis is vastgesteld in:
Kerndoelen basisonderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs.
↳ Geleid tot leergebieden (op sommige scholen) > Geleid tot projectmatig onderwijs
(in sommige gevallen) > Doorlopende leerlijnen zijn onder druk komen te staan.
Examenprogramma’s vmbo en havo/vwo
Vakken/leergebieden kennen onderscheid tussen:
Kennis (denken) > Begrijpen en onthouden
Vaardigheden (doen) > Kunnen
Leren in 5 dimensies: Zowel vakinhoud als vaardigheden.
Declaratieve kennis = inhoudelijke kennis
2.2 Wat is inhoudelijke kennis?
Verschillende niveaus van inhoudelijke kennis:
1. Feiten
2. Chronologieën
3. Oorzaak-gevolgverbanden
4. Gebeurtenissen
5. Principes
6. Generalisaties
7. Begrippen
Grafische vormgever
> Leerlingen begrijpen en onthouden beter als ze datgene wat ze leren ook visueel kunnen
weergeven. (schematiseren)
Feiten
Feit: Een beschrijving van een persoon, plaats, ding of specifiek moment in de tijd.
Schematiseren met:
Woordveld
Woordspin
Chronologieën
Chronologie: Een opeenvolging van gebeurtenissen tussen twee momenten in de tijd.
, Schematiseren met:
Tijdbalk
Tijdvakken
Oorzaak-gevolgverbanden
Oorzaak-gevolgverband: Ordent gebeurtenissen in een causaal netwerk.
(Ontwikkeling/stappen > nieuwe situatie)
Schematiseren met:
Stappenschema (gebeurtenissen komen samen, aangegeven met pijlen)
Gebeurtenissen (episodes)
Gebeurtenis:
Vindt plaats in een bepaalde tijd en plaats.
Heeft bepaalde participanten.
Duurt een bepaalde tijd.
Volgt op en wordt gevolgd door andere gebeurtenissen.
Is door iets veroorzaakt en heeft ook zelf weer een gevolg.
Schematiseren met:
Episodeschema
Generalisaties
Generalisaties: Beschrijven algemene regels die toepasbaar zijn op specifieke situaties.
Schematiseren met:
Algemeen-bijzonder schema (Principe en voorbeelden)
Begrippen
Begrip: De meest abstracte vorm van kennis (in tegenstelling tot een feit).
Schematiseren met:
Begrippennet