Pijn: psychosociale aspecten en interventies
De student is in staat te beschrijven en toe te passen hoe pijn gedefinieerd kan worden.
Pijn: een onplezierige sensorische en emotionele ervaring die veroorzaakt wordt door (dreigende)
weefselbeschadiging
- Psychogeen: affectieve of cognitieve componenten
- Nocisensorisch: nocisensoren worden geprikkeld
- Neuropathisch: letsel in het zenuwstelsel
- Idiopathisch: onduidelijke oorzaak
De student is in staat te beschrijven en toe te passen wat somatisatie is.
Somatisatie: neiging om lichamelijke klachten die worden ervaren toe te schrijven aan lichamelijke
ziekte en er medische hulp voor te zoeken, terwijl er geen somatische pathologie gevonden wordt
die de klachten voldoende verklaart
- Lichamelijk onverklaarde klachten
Verschil probleem en stoornis:
- Probleem: overkoepelende term
- Stoornis: het probleem leidt tot sociaal disfunctioneren (werk, school, etc.)
De student is in staat te beschrijven en toe te passen hoe het Loeser pijnmodel pijn verklaart.
Ei van Loeser:
- A. noxische prikkel zonder nociceptie: verlies pijnzin bij aandoening zenuwen
- B. nociceptie zonder noxische prikkel:
o Overgevoeligheid amputatiestomp t.g.v. littekenvorming in zenuw
o Overgevoeligheid zenuwuiteinden bij verwonding of ontsteking
o Allodynie: overgevoeligheid voor aanraken
, De student is in staat te beschrijven en toe te passen hoe chronische pijn behandeld kan worden
vanuit gedragsmatig perspectief.
Behandeling chronische pijn: zowel sociale als psychologische aspecten moeten betrokken worden
- Pijneducatie: gedrag en vreesvermijdingsmodel
- Stimuleren actieve coping en gezonde leefstijl
- RET-methode (zie "Rationeel emotieve therapie (RET)")
- Gradual exposure/activity (zie "Graded Activity/Gradual Exposure)
- Ontspanningstechnieken
- Acceptance and Commitment Therapy (ACT)
Multiculturele hulpverlening
De student is in staat te beschrijven en toe te passen wat cultuur is.
Cultuur: aangeleerd gedrag dat specifiek bij één groep hoort
- Een evoluerend systeem van waarden, normen en leefregels (identiteitszin)
- Vaak eigen gemaakt en doorgegeven van generatie op generatie
- Onbewust richtinggevend voor gedrag en kijk op de wereld
Acculturatie: de mate waarin een individu de gewoonten uit zijn/haar oorspronkelijke cultuur heeft
opgegeven en gewoonten uit de cultuur waarin hij/zij nu verblijft heeft geadopteerd
Assimilatie: de integratie van een culturele groep in de maatschappij waar het naartoe is
geëmigreerd
Ei-model: waarden --> rituelen --> helden --> symbolen (van binnen naar buiten)
Dit is geen cultuur:
- Etniciteit: behoren tot een specifieke referentiegroep binnen een maatschappij
- Ras: biologische term om een groep te beschrijven op basis van fysieke kenmerken zoals
huidskleur
- Etnocentrisme: veronderstellen dat jouw manier van normen, waarden en gebruiken de
meest corrrecte is
Interculturele communicatie: driestappenmethode (DSM)
1. Eigen normen en waarden leren kennen
2. Normen, waarden en gedragscodes van de ander leren kennen
3. Hoe om te gaan met de geconstateerde verschillen in bepaalde situaties?