Biologische psychologie: les 3: microstructuur van het ZS
Cellen van het ZS
Basisstructuur v een cel
- Membraan:
o Opgebouwd uit dubbele lipidenlaag (vetten zijn
soepel – samendrukbaarheid – barst niet onmiddellijk
+ lichaam bestaat uit water, duwt vetten weg –
stoffen kunnen dus niet zomaar binnen)
o Erin verankerd: tal v membraaneiwitten:
Sensoren (vb aanwezigheid v hormonen)
(selectieve) toegangspoortjes
Actieve transporters, naar binnen en naar
buiten cel
- Cytoplasma:
o Waterige, gelatineuze massa
o Bevat celorganellen
- Cytoskelet:
o Opgebouwd uit proteïnestrengen
o Geeft cel structuur/stevigheid en vorm
o Ook functies in oa transport (belangrijk voor
neuronen)
o Dynamisch
o Dikste: microtubuli
- Kern/nucleus:
o Productie ribosomen in nucleolus
o DNA in chromosomen
o Transcriptie: aanmaak mRNA obv actief gen
o mRNA verlaat kern via poriën (soort spiekbriefje om
ribosomen te helpen om eiwit te produceren)
,- Ribosomen:
o Translatie: mRNA omgezet in proteïnen
Structuren, enzymen
o ‘Vrije’ ribosomen in cytoplasma; voor gebruik in
cytoplasma
o Gebonden aan endoplasmatisch reticulum: voor
extern gebruik of membraaneiwitten
o nissI-substantie: korreltjes die veel ribosomen
bevatten; komen vooral voor in neuronen, wijzen op
grote synthetische activiteit
nissl kleuring: je ziet vooral delen met veel celkernen
extra gekleurd zijn
- Endoplasmatisch reticulum:
o Opgebouwd uit parallelle membraanlagen
o Ruw: ribosomen aangehecht
o Glad: zonder ribosomen
Productie lipiden
Sorteren v moleculen
o Golgi-apparaat: specifiek type glad ER
Oa verpakking producten in membraanblaasjes
= vesikels
- Mitochondria:
o Cruciale rol energiehuishouding
o Betrokken bij omzetten voedingsstoffen in
adenosinetrifosfaat (ATP) = rechtstreeks bruikbare
brandstof voor cel
o Eigen DNA; reproduceren zichzelf, kunnen niet
aangemaakt worden door cel
Bevatten in regel enkel moederlijk
mitochondriaal DNA (uit eicel)
Mitochondriale Eva: +/- 150 000 jaar geleden
o Belangrijkste theorie: afstammeling v bacterie die
bleef leven na ingestie door grotere cel
(endosymbiose theorie)
, Neuronen
- Breinbevat diverse celtypes:
o +/- 85 miljard neuronen
o 80% in cerebellum
o Typisch neuron: 1000-10 000 synapsen
(verbindingen)
o Ongeveer even veel steuncellen; belangrijkste zijn
de (neuro)glia:
Astrocyten
Oligodendrocyten
Microglia
- Perifeer ZS:
o Schwann-cellen
- Basisstructuur neuron:
o Soma of cellichaam
o Voelertjes of dendrieten
o Zender of axon
Ontspruit t.h.v. de zogenaamde axonheuvel
o Eindknopen
o Grote variabiliteit, oa in mate v vertakking
- Dendrieten:
o Van dendron (boom)
o Meer of minder vertakt
o Ontvangen communicatie v andere neuronen
Cellen van het ZS
Basisstructuur v een cel
- Membraan:
o Opgebouwd uit dubbele lipidenlaag (vetten zijn
soepel – samendrukbaarheid – barst niet onmiddellijk
+ lichaam bestaat uit water, duwt vetten weg –
stoffen kunnen dus niet zomaar binnen)
o Erin verankerd: tal v membraaneiwitten:
Sensoren (vb aanwezigheid v hormonen)
(selectieve) toegangspoortjes
Actieve transporters, naar binnen en naar
buiten cel
- Cytoplasma:
o Waterige, gelatineuze massa
o Bevat celorganellen
- Cytoskelet:
o Opgebouwd uit proteïnestrengen
o Geeft cel structuur/stevigheid en vorm
o Ook functies in oa transport (belangrijk voor
neuronen)
o Dynamisch
o Dikste: microtubuli
- Kern/nucleus:
o Productie ribosomen in nucleolus
o DNA in chromosomen
o Transcriptie: aanmaak mRNA obv actief gen
o mRNA verlaat kern via poriën (soort spiekbriefje om
ribosomen te helpen om eiwit te produceren)
,- Ribosomen:
o Translatie: mRNA omgezet in proteïnen
Structuren, enzymen
o ‘Vrije’ ribosomen in cytoplasma; voor gebruik in
cytoplasma
o Gebonden aan endoplasmatisch reticulum: voor
extern gebruik of membraaneiwitten
o nissI-substantie: korreltjes die veel ribosomen
bevatten; komen vooral voor in neuronen, wijzen op
grote synthetische activiteit
nissl kleuring: je ziet vooral delen met veel celkernen
extra gekleurd zijn
- Endoplasmatisch reticulum:
o Opgebouwd uit parallelle membraanlagen
o Ruw: ribosomen aangehecht
o Glad: zonder ribosomen
Productie lipiden
Sorteren v moleculen
o Golgi-apparaat: specifiek type glad ER
Oa verpakking producten in membraanblaasjes
= vesikels
- Mitochondria:
o Cruciale rol energiehuishouding
o Betrokken bij omzetten voedingsstoffen in
adenosinetrifosfaat (ATP) = rechtstreeks bruikbare
brandstof voor cel
o Eigen DNA; reproduceren zichzelf, kunnen niet
aangemaakt worden door cel
Bevatten in regel enkel moederlijk
mitochondriaal DNA (uit eicel)
Mitochondriale Eva: +/- 150 000 jaar geleden
o Belangrijkste theorie: afstammeling v bacterie die
bleef leven na ingestie door grotere cel
(endosymbiose theorie)
, Neuronen
- Breinbevat diverse celtypes:
o +/- 85 miljard neuronen
o 80% in cerebellum
o Typisch neuron: 1000-10 000 synapsen
(verbindingen)
o Ongeveer even veel steuncellen; belangrijkste zijn
de (neuro)glia:
Astrocyten
Oligodendrocyten
Microglia
- Perifeer ZS:
o Schwann-cellen
- Basisstructuur neuron:
o Soma of cellichaam
o Voelertjes of dendrieten
o Zender of axon
Ontspruit t.h.v. de zogenaamde axonheuvel
o Eindknopen
o Grote variabiliteit, oa in mate v vertakking
- Dendrieten:
o Van dendron (boom)
o Meer of minder vertakt
o Ontvangen communicatie v andere neuronen