H19- bewerkingen
Waarom inzicht bewerkingen als kleuterleerkracht:
Kinderen wiskunde laten ervaren in dagdagelijkse dingen. In de basisschool steeds van realistische
situaties.
Wiskunde bevat rekentaal (minder, meer, bijdoen, afnemen…), diegene die die taal niet begrijpen
hebben het moeilijker met wiskunde.
Soorten bewerkingen:
Splitsen van hoeveelheden Leren de structuur van getallen te doorgronden die hen helpt in het
construeren van getallen. Kleuterklas: Splitsen tot en met 10.
Dus 11 is niet 1 en 1 maar 10 en 1!!
In de kleuterklas: splitsen met handen.
Optellen Optellen: plus, samen nemen, bijdoen, vermeerderen
Optelling: Termen = som
Zonder brug: 4+2, 6+1
Brug = over het tiental heen optellen, 10,20…
Met brug is makkelijker.
Aftrekken Aftrekken: min, weg nemen, weg doen, verminderen
Aftrektal – aftrekker = verschil
Zonder brug: 17-6 = 11
Met brug: 1. Aftrekker opgesplitst tot het tiental: 12 – 2 – 3 = 7 <- voorkeur
2. Aftrekker afgetrokken en overblijvende eenheden opgeteld 10 – 5 = 5+ 2 = 7
Vermenigvuldigen Vermenigvuldiger x vermenigvuldigtal = product
vermenigvuldiger toont aan hoeveel keer het groepje.
Vermenigvuldigtal toont hoeveel elementen in een groepje.
Waarom inzicht bewerkingen als kleuterleerkracht:
Kinderen wiskunde laten ervaren in dagdagelijkse dingen. In de basisschool steeds van realistische
situaties.
Wiskunde bevat rekentaal (minder, meer, bijdoen, afnemen…), diegene die die taal niet begrijpen
hebben het moeilijker met wiskunde.
Soorten bewerkingen:
Splitsen van hoeveelheden Leren de structuur van getallen te doorgronden die hen helpt in het
construeren van getallen. Kleuterklas: Splitsen tot en met 10.
Dus 11 is niet 1 en 1 maar 10 en 1!!
In de kleuterklas: splitsen met handen.
Optellen Optellen: plus, samen nemen, bijdoen, vermeerderen
Optelling: Termen = som
Zonder brug: 4+2, 6+1
Brug = over het tiental heen optellen, 10,20…
Met brug is makkelijker.
Aftrekken Aftrekken: min, weg nemen, weg doen, verminderen
Aftrektal – aftrekker = verschil
Zonder brug: 17-6 = 11
Met brug: 1. Aftrekker opgesplitst tot het tiental: 12 – 2 – 3 = 7 <- voorkeur
2. Aftrekker afgetrokken en overblijvende eenheden opgeteld 10 – 5 = 5+ 2 = 7
Vermenigvuldigen Vermenigvuldiger x vermenigvuldigtal = product
vermenigvuldiger toont aan hoeveel keer het groepje.
Vermenigvuldigtal toont hoeveel elementen in een groepje.