Prille begin:
Nl standaardtaal in 17de eeuw Nieuw-Nederlands 1500-Nu
Oud Nederlands ca 500-1500 Lex salica: wettekst
Middel-Nederlands ca 1500 Probatio-Pennae: West-Vlaamse monnik
Middeleeuwse literatuur:
1. Epiek:
a. Ridderepiek:
Karelromans: Toeschrijven van heldendaad aan bep. Figuren. Daden eigenlijk door iemand anders verricht. BV Karel en de
Elegast. Voorhoofs Mondeling overgedragen
Arthurromans: Britse of Keltische. BV Ferguut (ontwikkelingsroman). Eerste Arthurroman uit de letterkunde. Hoofse Roman
geschreven literatuur.
Structuurschema
Proloog
Situering
Elementen van boven/buiten
Queeste
Klassieke romans: Eneasroman = eerste hoofse roman
Hendrik van Veldeke: eerste bij naam bekende auteur die schreef in zijn moedertaal.
Vergilius Aenais: aansluiting bij de hoofse cultuur en literatuur. 1 ste hoofse roman in de Nederlandse letterkunde
Oosterse romans: Floris en de Blancefloor:
Geen origineel verhaal, geschreven en gelezen onder de invloed van kruistochten.
b. Religieuze epiek: uitgesproken religieuze inhoud. Doel: aansporen christelijk leven leiden.
Marialegende
Heiligenlevens
c. Dierenepiek: Epes VS Fabel:
BV Van den Vos Reynaerde
Acrostichon: BI WILLEM
Vertaal van Nederlands naar Latijn
Averechts-parallelisme
3 delige structuur: aanklacht, dagvaarding, aan het hof
Dubbel niveau: Parodie, Satire
2. Lyriek:
a. Soort:
Volkslied
Kunstlied
b. Vorm en inhoud
Ballade (klaaglied)
Lang
Herhalingen
Strofe
Rijm
Epische lyrische
Eenvoudige taal
Sprongsgewijze verteltrant
Ronddeel (ode)
Kort
2 rijmklanken
Bepaalde verzen die terugkeren
Refrein: hinde-religieuze ode
c. Wereldlijke lyriek
BV lied van heer Halewijn
BV Twee coningskinderen
BV Egidiuslied
d. Geestelijke lyriek
!Hadewych dichteres van de hemelse minne (kunstlyriek)
3. Dramatiek:
a. Handeling staat centraal:
Oorsprong van middeleeuws toneel
Kerkplein
Beroepsgezelschappen: Abele spelen, cluten
Rederijkerstoneel
4. Didactiek: Jacob van Maerland:
a. Wetenschappelijk: de naturen bloeme. Eerste natuurencyclopedie
b. Kennis toegankelijk in volkstaal, waarheidsgetrouw, kritische naar bronnen
, Rederijkers, Reformatie, Renaissance (1450-1600)
Rederijkers
1. Organisatie:
Gezelschap (mannen) burgers
Gilden: ambachtslieden. Hasselt: de rode roos (hitte verwelt)
Feesten, optochten, refreinfeesten, toneelwedstrijden
Teveel spelen met vorm. Belangrijke sociale functie
2. Poëtica:
Functie: verwijzen werkelijkheid, overtuigen
Belangrijke gebeurtenissen uitdiepen en aantonen
Ingewikkeld: gaat verloren voor gewone volk.
3. Vormen:
Acrostichon: Naamdicht BV Anna Bijns
Retrograde/ kreeftdicht: Achterstevoren lezen. Van links naar rechts en andersom. BV Anthonis de Roovere
Aldicht: alle woorden rijmen. Bv Matthijs de Castelein
Schaakbordgedicht: BV Mathijs de Castelijn
Ketendicht: ketend verzen aan elkaar. BV Matthijs de Castelein
Rondeel: Rijmschema max. 2 rijmklanken a+b. BV Anthonis de Roovere
Refrein:
4 of meer strofen
8-24 verzen
Stokregel (kern gedicht)
Princestrofe
Vorm: Lyrische:
Int vroede: ernstige (wereldlijke of geestelijke)
Int amoureuze: liefde (ernstig en verheven)
Int sotte: (komische en erotische)
BV Anna Bijns – Ongebonden beest, weeldig man zonder wijf – int sotte
BV Anthonis de Roovere: Sotte Amoureusheyt: Strak rijmschema, Enjabement
Ballade: Bv Anthonis de Roovere
Kenmerken:
Willekeurig aantal strofe
7-9 strofe per versregel
Rijmschema
Gn stokregels, gn princestrofe
Sentenieuze regel (spreuk / wijsheid)
4. Belangrijke namen: Anthonis de Roovere, Mathijns de Castelein, Anna Bijns
5. Dramatiek: Soorten
Mysteriespelen BV de bliscappen van Maria
!!Mirakelspelen BV Marieke van Niemeghen
!!Moraliteiten BV Elckerlijc = allegorie
Kluchtige tafelspelen en esbattementen
Hervorming en opstand
1. Reformatie: Opstand tegen de kerk. Philip van Marnix
2. Contrareformatie: Reactie kath. Kerk tegen hervorming. Anna Bijns
3. Literatuur:
a. Pamfletten: kath. + hervormingsgezinde Bv Gentse onze vader
b. Martelaarsliederen: kath. + hervormingsgezinde
c. Geuzenliederen Opstand tegen ALVA (reformatie) BV Wilhelmus
d. Bewerking van de Psalmen: Reformatie dichter bij de mensen brengen
e. Bijbelvertalingen Reformatie dichter bij de mensen brengen
Humanisme en renaissance
Antropocentrisme (mens staat centraal) BV lijken opensnijden door wetenschapper
Humanitas: mensheidsideaal uit de klassieke oudheid (beschaaft, zelf nadenken)
Carpe diem
Teruggrijpen op 3 manieren: Tanslatio, imitatie, Aamulatie (verbeteren-overtreffen)
Nieuwe dichtersvorm: sonnet:
o Retorische vragen, parodoxen
2 x kwatrijn = octaaf: volta inhoudelijke wending
2 x terzine: sextet aanspreking liefde, ziekte, omschrijving
Elke vers rustpunt (komma, vraagteken)
2 ledige vorm (tegenstelling)
o Eerste renaissanceschrijver Jan van der noot