1
,Inhoud
Hoofdstuk 11.1 Basisboek Bedrijfseconomie .......................................................................................... 3
Hoofdstuk 11.2 Basisboek Bedrijfseconomie .......................................................................................... 5
Hoofdstuk 12.1 Basisboek Bedrijfseconomie .......................................................................................... 7
Hoofdstuk 12.2 en 12.3 Basisboek Bedrijfseconomie ............................................................................. 8
Hoofdstuk 13.1 t/m 13.4 Basisboek Bedrijfseconomie ......................................................................... 10
Hoofdstuk 14.1 Basisboek Bedrijfseconomie ........................................................................................ 13
Hoofdstuk 14.2 Basisboek Bedrijfseconomie ........................................................................................ 15
Hoofdstuk 14.3 Basisboek Bedrijfseconomie ........................................................................................ 16
Aantekeningen PIM week 1................................................................................................................... 17
Aantekeningen PIM week 2................................................................................................................... 18
Aantekeningen PIM week 3................................................................................................................... 19
Aantekeningen PIM week 4................................................................................................................... 20
Aantekeningen PIM week 5................................................................................................................... 21
Aantekeningen PIM week 6................................................................................................................... 22
2
, Hoofdstuk 11.1 Basisboek Bedrijfseconomie
De kosten van verschillende productiemiddelen veranderen niet allemaal op dezelfde wijze. We
kunnen kosten op basis van de relatie met de productieomvang indelen in 2 hoofdgroepen: vaste
kosten en variabele kosten.
Vaste kosten/constante kosten (fixed costs) veranderen niet als de productie toe- of afneemt.
Variabele kosten (variable costs) veranderen als de productie verandert.
Vaste kosten houden verband met het feit dat de kosten worden veroorzaakt door de aanwezige
productiecapaciteit (capaciteitskosten).
Indien de periode die in beschouwing wordt genomen voldoende lang is, zijn de vaste kosten wel
weer beïnvloedbaar, omdat op lange termijn de capaciteit kan worden aangepast. Kosten zijn alleen
echt vast, als we ervan uitgaan dat het productieniveau zich bevindt binnen de op de korte termijn
geldende capaciteitsgrenzen, binnen het relevante productie-interval.
Als kosten recht evenredig variëren met de omvang van de productie (dus even hard stijgen/dalen)
Proportioneel variabele kosten. Per eenheid product blijven de variabele kosten gelijk.
Als de kosten verhoudingsgewijs minder sterk toenemen dan de productie degressief variabele
kosten. Kosten per eenheid product is dalend.
Bijvoorbeeld: kwantumkortingen bij grote bestellingen of bij uitbreiding van de productie
kostenbesparingen voorkomen.
Als de kosten relatief sneller stijgen dan de productie Progressief variabele kosten. Kosten per
eenheid product is stijgend.
Bijvoorbeeld: extra kosten bij overwerk of het inhuren van (duurdere) uitzendkrachten.
Afschrijvingskosten zijn vaste kosten als slijtage van het
duurzame productiemiddel ontstaat door tijdsverloop, maar
afschrijvingskosten kunnen ook variabel zijn: als slijtage bepaald
wordt door het gebruik van het duurzame productiemiddel.
3