THEORIE
Wat is MKB in kwalitatieve zin (Velu)? En kwantitatief?
MKB in kwalitatieve termen = ‘De kleinschalige onderneming is die onderneming die staat of valt
met de visie en de vitaliteit van één man of vrouw en dus sterk bepaal wordt door diens ervaringen
en persoonlijke ontwikkeling.’ Eenzijdigheid en de geïsoleerde positie
MKB in kwantitatieve termen = ‘Tot het midden- en kleinbedrijf worden gerekend alle particuliere
(niet-agrarische) ondernemingen, met minder dan honderd werkzame personen per onderneming.’
Hierbij is vaak < 10 werknemers een kleinbedrijf en 10 < 100 een middenbedrijf.
Een bedrijf is micro, klein of middelgroot wanneer aan minimaal twee van de drie voorwaarden is
voldaan:
Micro Klein Middelgroot
Activa < €350.000 < €6.000.000 < €20.000.000
Omzet < €700.000 < €12.000.000 < €40.000.000
Aantal werknemers < 10 < 50 <250
Het nadeel van kwantitatieve definities is dat op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met
de specifieke managementsituatie van een klein bedrijf.
Wat kunnen startredenen zijn om een onderneming te starten in het MKB?
Een ondernemer kan starten op basis van psychologische aspecten:
Ondernemers willen zich bewijzen (need for achievement).
Ondernemers zijn ervan overtuigd dat zij de situatie beter in de hand kunnen houden (locus
of control).
Ondernemers zijn minder terughoudend in het nemen van risico’s (risk taking propensity). Ze
zijn bereid om risico’s te nemen.
Ondernemers hebben een groot doorzettingsvermogen.
Ondernemers weten nieuwe ideeën te ontwikkelen.
Ondernemers kunnen goed met mensen omgaan.
Ondernemers beschikken over sterke leidinggevende kwaliteiten.
Ondernemers hebben een dominant karakter en kunnen zelf moeilijk een leidinggevende
persoon boven zich verdragen.
Een ondernemer kan starten op basis van sociologische aspecten:
De omstandigheden maken de ondernemer. Situaties en gebeurtenissen leiden de
toekomstige ondernemer min of meer naar de start van zijn bedrijf.
Een breuk in de levensloop dat zich ooit in het leven van de ondernemer heeft voorgedaan.
Een voorbeeld hiervan is het ontslag uit een loondienstbetrekking en de onmogelijkheid om
snel een nieuwe baan te vinden.
Ondernemers hebben het ondernemen aan den lijve ervaren (voorbeeld in de nabije
omgeving). Vaak komen zij uit een familie waar het ondernemen gemeengoed is.
, Ondernemers moeten een goed idee hebben over een aan te bieden product of dienst, de
benodigde financiële middelen binnen handbereik hebben en bijvoorbeeld over geschikt
personeel en een goede locatie beschikken (bezitten van adequate middelen).
Ondernemers voelen een sterke drang naar zelfstandigheid. Zij willen onafhankelijk zijn.
Ondernemers weten de wens om een bedrijf op te starten in daden om te zetten (neiging tot
zelfstandigheid).
Twaalf psychologische aspecten:
1. Planningsvalkuil heeft te maken met het voorkomen van planningsfouten.
2. Volhardingseffect dit is een gedragspatroon waarbij een ondernemer een beslissing
neemt en steeds confronteert wordt met de negatieve resultaten van de belslissing.
3. Veranderdrempel dit wordt beschreven als een voorkeur om heen actie te ondernemen
om de huidige situatie te veranderen.
4. Zelfoverschatting het hebben van overmoed is een gevaarlijke eigenschap voor een
ondernemer. Hij of zij kan dan niet meer objectief of nauwkeurig oordelen over zijn of haar
eigen beslissingen of acties.
5. Beschikbaarheidseffect dit houdt in dat een onderneming de uitkomsten van een
bepaalde gebeurtenis kan inschatten door de betreffende gebeurtenis te vergelijken met
voorgaande gebeurtenissen.
6. Gevoeleffect de drank om overhaaste beslissingen te nemen die vaak beïnvloed zijn door
angst, plezier, verassing en overige emoties.
7. Spijteffect het hebben van spijt van het niet nemen van een bepaalde beslissing of het
niet doen van een bepaalde investering.
8. Bevestigingseffect dit is een drang naar aandacht en waarde die een soort bevestiging
geven naar de ondernemer toe over haar beslissingen.
9. Groepseffect groepsdruk is niet wenselijk in de onderneming en zeker niet als eigenschap
van de onderneming. Dit houdt in dat hij of zij makkelijk meegaat met de mening van
anderen zonder een eigen mening of beslissing te nemen.
10. Dobbelsteeneffect het gaat om de neiging of drank om van mensen hun vermogen om
gebeurtenissen te beheersen af te nemen. Het eigenlijke controle hebben over anderen.
11. Representatie-effect dit heeft te maken met het beoordelen van een gebeurtenis of
beslissin.
12. Referentie-effect dit is het maken van beslissingen gebaseerd op een bepaalde bron en
alleen op die specifieke bron.
Wat is in dit kader het verschil tussen een push starter en pull starter?
Een push starter vlucht als het ware het ondernemerschap in, bijvoorbeeld door een breuk in de
levensloop. Hierbij komt latent ondernemerschap (wel ondernemer willen of kunnen worden, maar
er nooit aan hebben gedacht, omdat een loondienstbetrekking meer voor de hand lag) naar boven.
Een pull starter heeft een voorbeeld in de nabije omgeving. Zij hebben het ondernemen aan den lijve
ervaren.
, Is mevrouw Boutique een push of pull starter?
*Het is onduidelijk op basis waarvan mevrouw Boutique de onderneming is gestart. Vraag aan de
hand waarvan zij haar onderneming is gestart en geef vervolgens antwoord op de vraag*
Dochter Esther is een pull starter, omdat haar ouders al een onderneming hebben, waardoor zij het
ondernemen aan den lijve heeft ervaren.
En is zij een koopman of vakman?
Een koopman let sterk op de markt en wil constant inspelen op de vraag van nieuwe cliënten. De
koopman houdt zich minder bezig met of het product technisch te produceren is en of dat voor een
reële kostprijs kan geschieden. De koopman beschikt over een sterke externe oriëntatie, waarbij de
interne gang van zaken wel eens onderbelicht kan raken.
Een vakman let vooral op het product en interne proces. Hij maakt soms een kwalitatief hoogstaand
product, maar dan is dat te duur voor wat cliënten wensen. De vakman beschikt over een sterke
interne oriëntatie, waardoor hij de informatie vanuit de omgeving dreigt te negeren.
*Ik denk een koopman, gezien zij wel inspelen op de markt, maar dit weet ik niet zeker*
En waarom is het belangrijk om dit te weten van je klant?
Niemand kan over beide vaardigheden in gelijke mate beschikken. Daarom zijn ondernemers óf
(vooral) vakman óf (vooral) koopman en dit leidt tot een eenzijdige oriëntatie.
Waarom is het van belang om te weten of een ondernemer onbewust of bewust onbekwaam is?
Onbekwaamheden zijn als ondernemers overtuigd zijn van hun eigen kunnen waardoor ze soms
onbewust zijn van zaken waar ze minder goed in zijn. Zij willen niet erkennen dar zij een bepaalde
vaardigheid niet bezitten. Er loert een gevaar wanneer een ondernemer niet wil of kan erkennen dat
hij iets niet kan: hij is dan onbewust onbekwaam en voert mogelijk onbewust zaken verkeerd uit.
Bewust onbekwaam is geen gevaar: een ondernemer volgt dan een cursus of haalt een adviseur
binnen.
De verantwoordelijkheden van een ondernemer gaan verder dan bij andere mensen en daarom is
het risico groter bij onbekwaamheid. Hierom is het van belang om te weten of een ondernemer
onbewust of bewust onbekwaam is, omdat je dan weet of er rekening wordt gehouden met de
onbekwaamheid.
In het MKB is vaak een stafmanco, wat betekent dit?
Stafmanco betekent het ontbreken van een eigen ondersteunende staf. De onderneming beschikt
vanwege haar beperkte omvang niet over tal van interne specialisten die door de ondernemer in
vertrouwen geraadpleegd kunnen worden. Dit leidt tot twee belangrijke risico’s van het ondernemen
in een klein bedrijf:
1. De eenzijdige oriëntatie, en
2. De geïsoleerde positie van de ondernemer.
Wat zijn staf functies?
Een lijnfunctie is een functie in het productieproces. Bij een staffunctie gaat het om ondersteuning
van dat proces.
En hoe is dit in het MKB?
In het MKB ontbreekt vaak de ondersteunende staf. Er wordt dan gesproken van stafmanco.