PATHOLOGISCHE ONTLEEDKUNDE
1. GROEI EN DIFFERENTIATIE
Groei = de toename in omvang ten gevolge v/d aanmaak van specifieke
weefselcomponenten. Een weefsel kan groeien door een toename in aantallen cellen door
celdelingen. Daarnaast kan een weefsel vergroten door een toename in de omvang van
individuele cellen. Beenweefsel en kraakbeen vergroten door toename van intercellulaire
bestanddelen.
CELCYCLUS
Celcyclus
o G0:
Tijdelijke rustfase,
Definitieve rustfase: terminaal gedifferentieerde
cellen
o Interfase:
G1: aanmaak van eiwitten, celorganellen
S: synthese van nieuw DNA, duplicatie centrosoom
G2: controle v/h nieuwe DNA
o Mitose: eigenlijke celdeling
Celcyclus regulatie:
o Groeifactoren werken in op de cel
in de G0-fase. Door zich aan
receptoren te binden w
intracellulaire, 2de
boodschappermoleculen
geactiveerd die nr de celkern gaan
om daar tertiaire “transcriptie-
factoren” te activeren, die binden
op het DNA en aanzetten tot DNA-
synthese en celdeling.
o Activators: cycline
o Inhibitors: cycline dependant
kinase inhibitie (CDKI)
o Checkpoints
, 1. Metafase checkpoint
2. G1 checkpoint
3. G2 checkpoint
,GROEI EN VERNIEUWING VAN CELLEN
Regeneratie = laat toe dat cellen of weefsels, die vernietigd werden door beschadiging of
ziekte, vervangen w door functioneel identieke cellen
Afhankelijk van regeneratieve vermogen:
o Labiele cellen:
Korte levensduur – snelle turnover
Vb: bloedvormende cellen, epitheelcellen
Zeer gevoelig aan beschadiging
o Stabiele cellen:
Celdeling mogelijk om beschadigde, verloren gegane cellen te vervangen
Vb: levercellen, endocriene cellen, bindweefselcellen
o Permanente cellen:
Geen celdeling en regeneratie mogelijk vanuit de gedifferentieerde cellen
Vb: zenuwcellen, hart- en skeletspiercellen
NORMALE EN ABNORM ALE GROEI VAN CELLEN EN WEEFSELS
Groei van cellen en weefsels
o ↑ Aantal cellen via celdeling
o ↑ Omvang van individuele cellen
o ↑ ECM
HYPERPLASIE
= ↑ omvang van weefsel of orgaan a.g.v. een toename in aantallen cellen
= ↑ afmetingen + functionele capaciteit
↑ trofische signalen/hormonale signalen
↑ fysiologische vereisten
o Vb: op grote hoogte -> hypoxie -> nier
gaat meer EPO produceren
Persisterende celbeschadiging
, HYPERTROFIE
= ↑ omvang van weefsel of orgaan a.g.v. een toename in celgrootte zonder celdeling
= ↑ afmetingen + functionele capaciteit
↑ trofische signalen
Borstvergroting tijdens
zwangerschap en borstvoeding
↑ belasting/functionele eisen
Filterorgaantjes v/d nieren w groter, om verlies van functie tegen te gaan
Spiervergroting bij atleten
Overvoeding
ATROFIE
= gevolg v/e
o ↓ aantal cellen of
o ↓ volume v/d cellen of
o ↓ hoeveelheid ECM
Oorzaken
o Verminderde bloedtoevoer
o Verminderd gebruik (spieren)
o Wegvallen van bezenuwing
o Tekort aan hormonen (trofische signalen) pathologisch
o Lokale druk
o Occlusie lozingsgang
o Chronische beschadiging
o Verouderingsproces fysiologisch
Vb spieratrofie
Vb hersenatrofie
Vb atrofie van endometrium
1. GROEI EN DIFFERENTIATIE
Groei = de toename in omvang ten gevolge v/d aanmaak van specifieke
weefselcomponenten. Een weefsel kan groeien door een toename in aantallen cellen door
celdelingen. Daarnaast kan een weefsel vergroten door een toename in de omvang van
individuele cellen. Beenweefsel en kraakbeen vergroten door toename van intercellulaire
bestanddelen.
CELCYCLUS
Celcyclus
o G0:
Tijdelijke rustfase,
Definitieve rustfase: terminaal gedifferentieerde
cellen
o Interfase:
G1: aanmaak van eiwitten, celorganellen
S: synthese van nieuw DNA, duplicatie centrosoom
G2: controle v/h nieuwe DNA
o Mitose: eigenlijke celdeling
Celcyclus regulatie:
o Groeifactoren werken in op de cel
in de G0-fase. Door zich aan
receptoren te binden w
intracellulaire, 2de
boodschappermoleculen
geactiveerd die nr de celkern gaan
om daar tertiaire “transcriptie-
factoren” te activeren, die binden
op het DNA en aanzetten tot DNA-
synthese en celdeling.
o Activators: cycline
o Inhibitors: cycline dependant
kinase inhibitie (CDKI)
o Checkpoints
, 1. Metafase checkpoint
2. G1 checkpoint
3. G2 checkpoint
,GROEI EN VERNIEUWING VAN CELLEN
Regeneratie = laat toe dat cellen of weefsels, die vernietigd werden door beschadiging of
ziekte, vervangen w door functioneel identieke cellen
Afhankelijk van regeneratieve vermogen:
o Labiele cellen:
Korte levensduur – snelle turnover
Vb: bloedvormende cellen, epitheelcellen
Zeer gevoelig aan beschadiging
o Stabiele cellen:
Celdeling mogelijk om beschadigde, verloren gegane cellen te vervangen
Vb: levercellen, endocriene cellen, bindweefselcellen
o Permanente cellen:
Geen celdeling en regeneratie mogelijk vanuit de gedifferentieerde cellen
Vb: zenuwcellen, hart- en skeletspiercellen
NORMALE EN ABNORM ALE GROEI VAN CELLEN EN WEEFSELS
Groei van cellen en weefsels
o ↑ Aantal cellen via celdeling
o ↑ Omvang van individuele cellen
o ↑ ECM
HYPERPLASIE
= ↑ omvang van weefsel of orgaan a.g.v. een toename in aantallen cellen
= ↑ afmetingen + functionele capaciteit
↑ trofische signalen/hormonale signalen
↑ fysiologische vereisten
o Vb: op grote hoogte -> hypoxie -> nier
gaat meer EPO produceren
Persisterende celbeschadiging
, HYPERTROFIE
= ↑ omvang van weefsel of orgaan a.g.v. een toename in celgrootte zonder celdeling
= ↑ afmetingen + functionele capaciteit
↑ trofische signalen
Borstvergroting tijdens
zwangerschap en borstvoeding
↑ belasting/functionele eisen
Filterorgaantjes v/d nieren w groter, om verlies van functie tegen te gaan
Spiervergroting bij atleten
Overvoeding
ATROFIE
= gevolg v/e
o ↓ aantal cellen of
o ↓ volume v/d cellen of
o ↓ hoeveelheid ECM
Oorzaken
o Verminderde bloedtoevoer
o Verminderd gebruik (spieren)
o Wegvallen van bezenuwing
o Tekort aan hormonen (trofische signalen) pathologisch
o Lokale druk
o Occlusie lozingsgang
o Chronische beschadiging
o Verouderingsproces fysiologisch
Vb spieratrofie
Vb hersenatrofie
Vb atrofie van endometrium