Inhoud
Visies op de stad – Samenvatting .................................................................................................................................... 1
Hoofdstuk 1: De stad is vele steden ................................................................................................................................ 2
Hoofdstuk 2: denken over de stad .................................................................................................................................. 4
Hoofdstuk 3 De Economie van de stad ........................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 4 De politiek van de stad ............................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 6: de politiek van de stad ............................................................................................................................. 11
Hoofdstuk 7 De stad als ontmoetingsplaats. ................................................................................................................. 15
Hoofdstuk 9 diversiteit van de stad ............................................................................................................................... 16
Hoofdstuk 10 Mobiliteit en de stad .............................................................................................................................. 17
Hoofdstuk 11: duurzaamheid en de stad ...................................................................................................................... 18
,Hoofdstuk 1: De stad is vele steden
H1.2 Wat maakt een stad tot een stad?
Definitie van het begrip stad: stadsrechten zijn niet bepalend.
Definitie Wirth (1938): relatief grote, dichtbevolkte, permanente nederzetting van sociaal gezien heterogene
individuelen.
Wat is het meest kenmerkend voor een stad?
Bevolking
• Relatief grote omvang
• Hoge bevolkings-, en bebouwingsdichtheid
• Heterogeniteit
• Wederzijdse afhankelijkheid, vergaande specialisatie
• Veelzijdigheid aan voorzieningen
• Sfeer en omgang (volgens Wirth): in een stad anoniemer dan in een dorp, contacten zijn vluchtiger,
verschillen tussen mensen zijn groter.
Wanneer begon vorming van steden in Europa?
Vanaf 1200 NC ontstonden ommuurde steden, meestal aan knooppunten van weg- en waterwegen, als
centrum van:
• Handel
• Bestuur
• Religie
In Nederland lagen bijna alle steden aan het water.
De trekschuit was het meest gebruikte vervoermiddel.
• In periode 1200 vervoer via natuurlijke waterwegen en over onverharde wegen.
• In periode 1600-1850 via trekvaarten, niet snel wel betrouwbaar.
• Na 1850 opkomst spoorwegen.
Stadsrechten
Steden ontworstelden zich aan de macht van edellieden en landheren (feodaal stelsel). Zij konden
‘stadsrechten’ kopen. In ruil voor geld mochten ze dan voortaan:
• Zelf recht spreken
• Zelf besturen, eigen wetten en regels opstellen
• Eigen politie (schout) instellen
• Zelf belasting heffen aan de inwoners
• Stadsmuren bouwen (eigen verdedigingssysteem instellen)
• Vrij handelen in goederen, markten houden
• Goederen opslaan in pakhuizen (‘stapelrecht’)
• De verkoop van stadsrechten liep grofweg van 1200 tot 1600. Toen waren vrijwel alle rechten
uitverkocht en kwamen er geen nieuwe steden meer bij die stadsrechten verwierven.
Soorten steden
• Middeleeuwse handelsstad
• Industrie stad- havenstad
- Manchester: industriestad
- Chicago industriestad- havenstad
• Dienstenstad (Apeldoorn/ Den Haag), veel steden zijn nu een dienstenstad
• Satellietstad
• Kleine steden om een grote stad heen om de bevolkingsgroei te regelen, plan uit 1920 voor
meer dan 20 satellietsteden rond London.
• Metropool (hoge dichtheid <-> lage dichtheid), Hongkong, LA
, Metropool in hoge dichtheid Hong Kong
Een sociologische kijk op een stad:
• Thats what cities are about. Blue people getting togheter.
• Communicating, reinforcing each other.
• Challiging, (and changing the red ones).
Stad vergelijken met een ei.
De circulatie tussen de stad en het platteland is enorm gestegen. Dit komt vooral door een toenamen van
het autobezit. Door de verplaatsing drift is de schaal van ons dagelijks leven uitgedijd. Dat geldt niet alleen
voor dorpelingen, maar ook voor stedelingen. Ons dagelijks leven beperkt zich niet meer tot onze woonplaats,
maar strekt zich uit over een regio, ook wel het daily urban systeem genoemd. Middeleeuwen -> 17e tot 19e
eeuw -> moderne stad (conurbatie)
Stad- land continuüm
• Onderscheid centrum - periferie verliest aan betekenis (de stad heeft geen harde grens meer)
• In de ruimte tussen de steden ontstaat een tussenstad.
Voorbeelden van een tussenstad in Oost-Nederland:
• Twentestad (Enschede en Hengelo zijn aan elkaar vastgegroeid, zo ook Hengelo en Borne)
• Stadsregio Arnhem-Nijmegen: het gebied tussen Arnhem en Nijmegen.