100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting week 2 Principles of Human Physiology - HAP10306

Rating
-
Sold
-
Pages
33
Uploaded on
29-12-2019
Written in
2017/2018

Samenvatting van week 2 van het vak Principles of Human Physiology - HAP10306

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 29, 2019
Number of pages
33
Written in
2017/2018
Type
Summary

Subjects

Content preview

HAP10306 – Humane fysiologie

Week 2
College 5 – Endocrinologie
Hormonen:
- Hormao = in beweging zetten

Vier criteria voor een hormoon (endocriene cellen):
1. Afgegeven door cellen
2. Aan het bloed
3. Vervoer naar doel
4. Werkzaam in lage concentraties

Paracrien: cel-cel contact.
Neurotransmitters: via zenuwbanen effect op volgende cel.
Hormonen: endocrien; via de bloedbaan.

Communicatie endocrien systeem:
- Endocriene klier geeft hormoon af aan bloed (secretie)
- Transport naar distale locatie via bloedbaan
- Binding aan receptor op doelorgaan à respons
- Lage concentraties voldoende voor werkzaamheid

1. Indeling hormonen:
- Eiwithormonen: eiwit of polypeptide (aminozuren), bijvoorbeeld insuline
- Steroïden: gemaakt uit cholesterol, bijvoorbeeld testosteron
- Amines: gemaakt uit aminozuren, bijvoorbeeld adrenaline of schildklierhormoon

Synthese van eiwithormonen:
mRNA à prohormone à transport vesicle à Golgi à secretory vesicle à release signal à secreted
in blood by exocytose à target.

Synthese steroid hormonen:
- Cholesterol maakt verschillende soorten van dit type hormoon

Synthese aminerge hormonen:
- Tyrosine maakt twee soorten hormonen
o Catecholamines
§ Dopamine
§ Norepinephrine
§ Epinephrine
o Schildklierhormonen
§ Thyroxine (T4)
§ Triiodothyronine (T3)

2. Indeling hormonen:
- Polair: wateroplosbaar à kunnen niet zomaar het celmembraan passeren
o Eiwithormonen, catecholamines
o Ladingsverschil in molecuul
- Apolair: water onoplosbaar, lipofiel à kunnen het celmembraan passeren
o Steroiden, schildklierhormonen

Secretie en transport:
- Lipofiele componenten kunnen vrij over het celmembraan diffunderen, en worden in het bloed
grotendeels aan transporteiwitten gebonden
- Als een hormoon gebonden is aan een transporteiwit kan het niet aan een receptor binden,
maar is wel beschermd tegen afbraak

,Receptor specificiteit:
- Membraangebonden receptoren à vooral polaire hormonen
- Intracellulaire receptoren (cytoplasma/nucleus) à vooral apolaire hormonen want die kunnen
celmembraan passeren

Receptoren en regulatie van hormonen op target cel:
- Aantallen receptoren
o Receptor-down regulatie: receptor aantal omlaag
o Receptor-up regulatie: receptor aantal omhoog
- Affiniteit receptoren
o Hogere affiniteit; wanneer lage concentratie een groter effect geeft dan bij een lage
concentratie

Hormoon afbraak:
- In bloed; door lever en nieren
- Enzymatische afbraak van eiwithormonen gebonden aan receptor
o Na werking van het hormoon is er afbraak wat naar lysosoom gaat
- Endocytose van receptor-hormoon complex

Kinetiek hormoon afbraak:
- Halfwaarde tijd: tijd die nodig is om een concentratie hormoon in het plasma te halveren
o Hoe korter de tijd, hoe sneller de afbraak
o Polaire hormonen worden sneller afgebroken dan apolaire hormonen
- Binding van steroid hormonen aan plasma eiwitten beschermt tegen afbraak

Hormoon actie (sterkte van het hormoon), afhankelijk van:
- Hoeveelheid (vrij) hormoon in de bloedbaan
o Secretie door endocriene klier
o Hoeveelheid vrij versus gebonden
o Snelheid van metabolisering (afbraak)
- Hormoon actie/gevoeligheid
o Hoeveelheid receptoren
o Affiniteit receptoren
o Post-receptor signaaltransductie: wat gebeurt er na de binding van het hormoon in de
target cel (activering genexpressie of second messenger systemen)

Hormoonreceptor interactie:
Polair:
- Binding van extracellulaire receptor
- Activatie (bijv. fosforylering) van intracellulaire second messenger systemen

Apolair:
- Diffusie in cel
- Binding met intracellulaire receptor
- Stimulatie van genexpressie en eiwitsynthese

,Hormoon interacties:
- Additief: effecten van twee hormonen tellen op (1+1=2)
- Synergistisch: effecten van twee hormonen versterken elkaar (1+1=3)
o Bijvoorbeeld glucagon + adrenaline + cortisol à glucose aanmaken

- Antagonisme: tegenovergestelde effecten van twee hormonen (functioneel antagonisme!)
o Glucagon en insuline
- Permissief: een hormoon maakt de werking van een ander hormoon mogelijk

Communicatiesystemen: hormonale en neurale systemen worden vaak gecombineerd à
neuroendocriene respons (zenuwen + hormonen).

Regulatie van secretie:
- Hormoonafgifte vaak een combinatie van meerdere regulatie pathways

Twee delen in hersenen die invloed hebben op endocriene systeem:
1. Hypothalamus
2. Pijnappelklier (epifyse)

Pijnappelklier.
Melatonine:
- Afgifte hoog in de nacht, laag overdag
- Signaleert daglengte
- Afgifte onder invloed van biologische klok

Hypothalamus-hypofyse systeem:
- Hypofyse is cruciaal voor homeostase
- Hypofyse hangt onderaan hypothalamus verbonden door infundibulum
- Bestaat uit twee delen: neurohypofyse (posterior) en adenohypofyse (anterior)

Neurohypofyse (posterior): uitlopers van neuronen vanuit hypothalamus.
- Hypothalamus maakt oxytocine en vasopressine (ADH) en geeft dit af aan hypofyse dat het
afgeeft aan de bloedbaan
- Vasopressine = antidiuretisch hormoon (ADH)
o Doelorgaan: distale niertubulus
o Effect: verhoogde waterretentie uit de urine (reguleert dus waterbalans in het lichaam)
- Oxytocine
o Doelorgaan: uterus, melkklieren
o Effect: contracties van gladde spieren: bevalling en melkafgifte
Adenohypofyse (anterior): specifieke endocriene cellen.
- Staat onder invloed van hypothalamus
- Neurohormonen uit hypothalamus worden afgegeven aan het bloedcircuit van de hypofyse,
de hypofyse met endocriene cellen geeft vervolgens hormonen af aan het bloed

, Endocriene organen:
Bijnieren:
- Schors: produceert steroid hormonen: mineralcorticoiden, glucocorticoiden, androgenen à
cortisol
- Merg: produceert catcholaminen à adrenaline
o Beiden zijn stress hormonen

Schildklier: ligt op luchtpijp.
- T4 en T3; T4 kan omgezet worden in actieve vorm T3 (lever/schildklier)
- Reguleren metabolic rate
- Nodig voor normale groei en ontwikkeling
- Voldoende jodium is essentieel het voor goed functioneren van schildklier, bij tekort ontstaat
er krop/goiter

T3 verhoogt Na-K ATP-ase activiteit à verhoging metabolisme.

T3 zorgt er ook voor dat adrenaline beter zijn werk doet = permissief à door
verhoging aantal beta-adrenoreceptoren à verhoging metabolisme.

Regulatie: externe factoren
- Het (neuro)endocriene systeem speelt een cruciale rol bij handhaving
homeostase
- Invloed van externe factoren op hormoonsecretie
o Dieet: glucose à insuline
o Zuurstof à EPO (toename rode bloedcellen)
- Dieet kan ook stoffen bevatten die interfereren met hormoonhuishouding
o Fyto-oestrogenen: stoffen die structureel vergelijkbaar zijn met oestrogenen
o Hoge inname van zorgen voor verhoging van oestrogeen en cortisol gehaltes
§ Zorgt voor meer agressie, copulatie en minder grooming bij apen

College 6 – Skelet, huid en skeletspier
Huid en skelet

Basis van het humane integument (huid):
- Elke cm2 bevat gemiddeld;
o 70 cm bloedvaten, 100 zweetklieren en 15 talgklieren
o 230 sensorische receptoren en 55 cm zenuwvezel; afhankelijk van plek van de huid
- 16% van je lichaamsgewicht met een oppervlakte van 1,5-2 m2

Integument = huid:
- Vormt een interface tussen de interne en externe omgeving
o Homeostase
o Barrièrefunctie; fysisch, chemisch en biologisch
o Informatie uit omgeving opdoen; vele typen sensoren
o Excretie (meeste door nieren); ureum en urinezuur, water en zouten
o Regulatie lichaamstemperatuur
o Vitamine D synthese
o Immuniteit (cellen van Langerhans)
o Bloedreservoir; dermis bevat 10% van de bloedvaten, gebruikt slechts 1-2%
o Sociale functie; voorkomen en sociale acceptatie, gezichtsuitdrukking en non-verbale
communicatie
- Structuur en functie van de huid is gecorreleerd aan lifestyle en omgeving

Orgaan: samenhangende weefsels met 1 of meerdere functies.

Gelaagde opbouw integument en derivaten:
- Epidermis/opperhuid
o Meerlagig verhoornd epitheel (afdekweefsel)
o Geen doorbloeding; geen bloedvaten
o Turnover tijd van 15-30 dagen
$5.43
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
elinemadern Wageningen University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
20
Member since
6 year
Number of followers
15
Documents
63
Last sold
1 year ago

4.5

4 reviews

5
2
4
2
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions