Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Summary - Celbiologie I: structuur functies en componenten van de cel

Rating
-
Sold
-
Pages
25
Uploaded on
28-09-2024
Written in
2020/2021

samenvatting celbiologie 1 van prof Baes

Institution
Course

Content preview

Celbiologie 1: Baes

1 De structurele organisatie van de cellen
1.1 Soorten cellen en evolutie
 Onderscheid tussen prokaryoten en eukaryoten

1.1.1 Prokaryoten
 Hebben geen kern, geen organellen en geen cytoskelet
 Gemeenschappelijke eigenschappen met eukaryoten: DNA als genetisch materiaal
 Omgeven door stevige celwand (bestaat uit polysacchariden en eiwitten)
 De meeste zijn eencelligen maar soms multicellulaire structuren
 2 belangrijke klassen:
o Archaebacterien: leven in extreme omstandigheden bv: warmwaterbronnen bij
80°C, zure omgevingen, …
o Eubacterien: zowel onschadelijke bacterien als bacterien die ziekten veroorzaken
(sferisch of staafvormig + zeer snelle reproductie)

1.1.2 Eukaryoten
 Hebben verschillende organellen
 Kern (= grootste organel) bevat het genetisch materiaal
 Elk organel omgeven door een enkelvoudig of dubbel membraan (bestaat uit lipiden en
eiwitten)
 Eukaryoten zijn veel groter dan prokaryoten
 Eenvoudigste eukaryoten = gisten
 Aanwezigheid van een cytoskelet ( structuur v/d cel en bepaalt de vorm +
beweeglijkheid en intracellulair transport)
 Plantencellen hebben een celwand en chloroplasten in tegenstelling tot dierlijke cellen

1.1.3 Evolutie van de verschillende celtypes
 Oorspronkelijk een enkel prokaryoot celtype  3 celtypes: eubacterien, archaebacterien
en eukaryoten
 Mitochondrien zijn ontstaan uit de associatie van een prokaryote cel met een
voorlopercel van de eukaryoten. Argumenten hiervoor zijn:
o Mitochondriën en chloroplasten zijn even groot als bacteriën
o Vermeerderen in aantal door te delen
o Hebben hun eigen DNA
o Hebben hun eigen ribosomen en deze gelijken meer op die van bacteriën dan op
deze van eukaryote cellen

1.1.4 Multicellulaire organismen
 Ontstaan door associaties van eencellige eukaryoten (bvb: groene algen)
 Individuele cellen  kolonies  celspecialisaties + taakverdeling
 In menselijk lichaam: 200 verschillende celtypes onderverdeeld in 5 weefseltypes:
epitheelweefsel, bindweefsel, bloed, zenuwweefsel, en spierweefsel



1.2 Compartimentalisatie van eukaryote cellen
 Voordelen

, o Efficientie van biochemische omzettingen groter wnr ze in beperkte ruimte
plaatsvinden
o Bepaalde chemische omzettingen gebeuren in 2 richtingen (2 reacties in de ruimte
van elkaar te scheiden)
o Sommige organellen hebben een andere pH dan het cytosol  optimale werking
van hun eiwitten
 Nadelen
o Transportmechanismen om enzymes, reactieproducten en substraten door de
membraan te transporteren (deze mechanismen kosten energie)

1.3 De plasmamembraan
 Bevat vooral fosfolipiden, eiwitten en cholesterol
 Organellen zijn omgeven door een enkelvoudige of dubbele membraan
 Membranen zijn flexibel (in het midden zijn ze hydrofoob)
 Enkel apolaire moleculen zoals O2, N2, sommige hormonen en kleine polaire moleculen
kunnen door de membraan diffunderen
 De celmembraan is redelijk doorlaatbaar voor water
o Als cellen in een hypotoon milieu  barsten
o Als cellen in een hypertoon milieu  krimpen

1.4 De celwand
 Bestaat uit een lange aaneenschakeling van suikermoleculen en korte peptiden
 Permeabel voor de meeste moleculen
 Verleent stevigheid aan de cel + voorkomt dat de cel te veel water opneemt  druk in de
cel = turgor
 De celwand van plantencellen bestaat uit cellulose, uit andere polysachariden en uit
eiwitten
 Celwand niet essentieel voor het overleven van de cel indien isotoon milieu

1.5 Het cytosol
 Ongeveer gelijk aan een gel
 Plaats van een groot aantal biochemische omzettingen
 Synthese van eiwitten op ribosomen

1.6 De kern
 Grootste organel in de eukaryote cel
 Omgeven door dubbele membraan (= nucleaire enveloppe)
 Buitenste membraan ivm ER
 Grote poriën in membraan (transport tussen cytosol en kernvocht)
 De kern bevat de genetische informatie
 Plaats van de DNA replicatie en DNA transcriptie
 Ribosomen worden aangemaakt in de nucleolus en nadien getransporteerd naar het
cytosol
 Nucleolus niet omgeven door een membraan

1.7 Mitochondrien
 Omgeven door dubbele membraan
 De binnenste membraan vertoont diepe inkepingen (= cristae)
 Oorspronkelijk bacteriën die geïncorporeerd werden in een eukaryote cel

,  Bevatten hun eigen DNA en ribosomen
 Plaats van ATP synthese ( energievoorraad van de cel)
 Plaats van heel wat metabole omzettingen (oa de Krebscyclus, de afbraak van vetzuren en
het stikstofmetabolisme)
 Rol in cellulaire processen zoals de geprogrammeerde celdood

1.8 Chloroplasten
 Grote, groene organellen die enkel voorkomen in plantencellen en algen
 Staan in voor de fotosynthese
 Dubbele membraan (+ de thylakoid membraan)  verdeeld in 3 interne compartimenten
 Bevatten DNA
 Ontstaan door incorporatie van een bacterie

1.9 Endoplasmatisch reticulum
 Netwerk van membranen die een lumen omgeeft
 Plaats van eiwitsynthese  plasmamembraan of buiten de cel gesecreteerd
 Deze synthese gebeurt op ribosomen gelegen aan de cytosolische kant van de ER
membraan = RER
 Plaats van vele reacties van het lipidenmetabolisme = SER ( geen ribosomen)

1.10 Golgi apparaat
 In de buurt van het RER
 Bestaat uit opeengestapelde langwerpige zakken
 Zijde het dichtst bij het ER = cis-golgi
 Trans-golgi
 Eiwitten worden hier gemodificeerd en gesorteerd en dan ofwel ter plaatse gehouden,
ofwel opgenomen in lysosomen ofwel getransporteerd naar de plasmamembraan

1.11 Lysosomen
 Rol in het opruimen van oude celcomponenten (+ externe substanties)
 Bevatten enzymen die DNA, RNA, eiwitten, suikers en lipiden kunnen afbreken
 Enzymen werken optimaal bij zure pH van lysosomen (=5) terwijl pH van cytosol (=7,4) 
beveiligingsmechanisme: lytische enzymen worden geïnactiveerd indien ze terechtkomen
in het cytosol
 Transport tussen ER, golgi, lysosomen en plasmamembraan gebeurt via vesikels

1.12 Peroxisomen
 = microbodies
 Komen voor in dierlijke en plantaardige cellen
 Omgeven door enkelvoudige membraan
 In menselijke cellen: betrokken in het lipidenmetabolisme en in het metabolisme van
reactieve zuurstofradicalen

1.13 Het cytoskelet
 Bezorgt de cel stevigheid en beweging
 Bestaat uit microfilamenten, intermediaire filamenten en microtubuli



2 De chemie van het leven
 De aard van verbindingen in levende wezens hoofdzakelijk opgebouwd uit koolstof

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 28, 2024
Number of pages
25
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$10.74
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
aliciamarreel

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
aliciamarreel Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
5 year
Number of followers
0
Documents
22
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions