2019-2020
Boek: Intermediate Microeconomics with calculus
Auteur: Hal R. Varian
Prof: Bruno Heyndels
,Deel 1: De consument
Hoofdstuk 2: De budgetbeperking
We veronderstellen dat consumenten de beste bundel kiezen die ze zich kunnen veroorloven.
Gedrag consument: wil (doel) + kan (beperking) = doe
De budgetbeperking toont de goederenbundels die de consument kan betalen.
Consumptiebundel: X(x1, x2)
Prijzen van de 2 goederen: (p1, p2)
Budget van de consument: m
Budgetbeperking: p1x1 + p2x2 ≤ m
→ De consumptiebundels die de consument zich kan
veroorloven zijn de bundels die minder kosten dan m.
Budgetverzameling: alle bundels die betaalbaar zijn.
De budgetrechte
p1x1 + p2x2 = m
𝑚 𝑝
We kunnen de budgetrechte omvormen tot: 𝑥2 = 𝑝 − 𝑝1 𝑥1
2 2
Deze formule zegt hoeveel eenheden van goed 2 je moet consumeren om aan het budget te voldoen
indien je x1 eenheden van goed 1 consumeert.
𝑝1
Helling = −
𝑝2
Dit meet de opportuniteitskost van goed 1. Om meer van goed 1 te consumeren moet je eenheden
van goed 2 opgeven.
Opportuniteitskost: Hoeveel eenheden x2 moet je opofferen voor een extra eenheid van x1
𝑚
Snijpunt met de y-as = 𝑝
2
Hoe teken je een budgetrechte?
− Hoeveel van goed 1 kan de consument kopen met het budget? m/p1
− Hoeveel van goed 2 kan de consument kopen met het budget? m/p2
− Teken deze 2 punten en verbind.
Vaak zijn 2 goederen genoeg
1 goed kan alle goederen representeren die de consument wil.
Vb x1 staat voor boeken, x2 staat voor alle andere goederen die de consument nog wil kopen.
→ Goed 2 is een samengesteld goed.
Het is makkelijk om goed 2 te zien als het aantal euro dat de consument kan spenderen aan andere
goederen. De prijs van goed 2 zal dan automatisch 1 zijn.
→ p1x1 + x2 ≤ m
1
Micro Economie: Hoofdstuk 2
, Wijzigingen van de budgetrechte
Inkomen
− Het budget m wijzigt naar m’.
− De budgetrechte verschuift parallel.
o Bij een stijging van het inkomen, verschuift de budgetrechte naar buiten. De
budgetverzameling is groter. Er zijn meer haalbare bundels.
o Bij een daling van het inkomen, verschuift de budgetrechte naar binnen. De
budgetverzameling is kleiner. Er zijn minder haalbare bundels
Prijs daalt
− De prijs van goed 1 daalt van p1 naar p’1.
− Alle vroeger haalbare consumptiebundels blijven haalbaar en er worden nieuwe toegevoegd.
− De budgetrechte roteert naar buiten.
− DUS: een vermindering van één prijs kan de consument nooit slechter af maken!
Prijs stijgt
− De prijs van goed 1 stijgt van p1 naar p’1
− De budgetrechte roteert inwaarts. Er zijn minder haalbare bundels.
De prijzen van beide goederen stijgen
p1x1 + p2x2 = m
↔ tp1x1 + tp2x2 = m
↔ p1x1 + p2x2 = m/t
→ De budgetlijn verandert niet.
Andere beperkingen
Keuze heeft niet enkel budgettaire beperkingen. Een bundel is enkel haalbaar indien aan alle
beperkingen is voldaan.
Voorbeeld: consumptie van voedsel
Beperking 1: men moet ten minste 10 eenheden consumeren opdat men zou overleven.
Beperking 2: men heeft beperkt budget.
Beperking 3: men krijgt maximum 3 uur om te eten (stel dat je in die tijd maximum 24 eenheden
voedsel kan opeten).
2
Micro Economie: Hoofdstuk 2
, Onder 1e beperking: punten in grijs vlak
Onder 2e beperking: groene driehoek
Onder 3e beperking: rood vlak
→ Je raakt zekerheid op een raakpunt kwijt.
Rantsoenering
Het consumptieniveau van een goed staat vast en kan niet groter zijn dan een bepaalde hoeveelheid.
Belastingen
De prijs die de consument moet betalen voor een goed wordt hoger. De budgetrechte wordt steiler.
→ hoeveelheidsbelasting (afhankelijk van gekochte hoeveelheid)
→ waardebelasting (percentage bovenop prijs)
Subsidies
De prijs die de consument moet betalen voor een goed wordt lager. De budgetrechte wordt vlakker.
→ Hoeveelheidssubsidie (afhankelijk van de gekochte hoeveelheid)
→ Waardesubsidie (percentage van prijs)
3
Micro Economie: Hoofdstuk 2