Fysiologie
Week 1
Leerdoelen - Centraal zenuwstelsel (CZS)
1. De student kan het zenuwstelsel indelen op een anatomische en functionele manier:
Anatomisch:
- Centraal (alles wat in het midden ligt):
Grote hersenen (cerebrum)
Kleine hersenen (cerebellum)
Hersenstam (truncus cerebri)
Ruggenmerg (medulla spinalis)
- Perifeer (alles wat buiten het czs ligt):
12 Hersenzenuwen
32 paar spinale en perifere zenuwen
Doel:
Sensoriek: vanuit zintuigen naar czs
Motoriek: vanuit czs naar spieren
Functioneel:
- Vegetatief (autonoom)
Alles wat automatisch gebeurt (onbewust) zoals hartslag, ademen, etc.
- Animaal (somatisch)
Alles wat je bewust kan aansturen (controle)
Pagina 1 van 26
,2. De student kan een beschrijving geven van de functie van verschillende structuren die
behoren tot het centraal zenuwstelsel:
3. De student kan de cortex cerebri naar functie indelen in verschillende lobben:
Cortex cerebri = Hersenschors - bewuste sensoriek en motoriek
- Frontale lob:
Motoriek & persoonlijkheid
- Parientale lob (sensoriek):
Tast & proprioceptie (bewust zijn van de stand van het gewricht / ledenmaat in de ruimte)
- Occipitale lob (sensoriek):
Ogen
- Temporale lob (sensoriek):
Horen, proeven & ruiken
4. De student kan het verschil tussen de hemisferen van de cortex uitleggen:
5. De student kan van verschillende structuren die behoren tot het subcorticale niveau de
functie benoemen:
- Kleine hersenen (cerebellum):
Fijne motoriek & coördinatie
- Hersenstam (truncus cerebri):
Vitale functies (bloeddruk, ademhalen, etc)
Tussenhersenen(diencephalon)
- Thalamus = verdeelcentrum van sensorische informatie
- Hypothalamus = voor de homeostase (hormonale huishouding)
Middenhersenen
Pons (waarnemingsinformatie)
Medulla oblongata (reguleren van vitale functies)
Pagina 2 van 26
, 6. De student kan de verschillende niveaus van het ruggenmerg beschrijven:
Cervicaal 8
Thoracaal 12
Lumbaal 5
Sacraal 5
TERMINOLOGIE
Centraal zenuwstelsel:
De zenuwen die centraal liggen - Grote hersenen / Kleine hersenen / Hersenstam / Ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel:
Zenuwen die buiten het czs liggen - zenuwen in extremiteiten
Hersenen:
Grote hersenen (Cerebrum) / Kleine hersenen (Cerebellum) / Hersenstam (Truncus cerebri) /
Ruggenmerg (Medulla spinalis)
Cortex cerebri:
Of hersenschors, waar informatie uit de rest van het lichaam ontvangen, geanalyseerd en
geïnterpreteerd wordt.
Frontale lob:
Ligt voor in de hersenen, belangrijk voor persoonlijkheid, gedrag & motoriek
Centrale sulcus:
Een groeve in de hersenen en scheid de sensorische van de motorische informatie
Parietale lob:
Middelste gedeelte van de hersenen, zorgt voor de somatosensoriek = lichaamsgevoel.
Gedeelte waar je gevoel mee waarneemt
Primaire schors:
Visueel, akoestisch, tactiel
Precentrale gyrus:
Verdikking voor de centrale sulcus, daar ligt de motorische somatotopie
Postcentrale gyrus:
Verdikking achter de centrale sulcus, daar ligt de sensorische somatotopie
Homunculus:
is een representatie van lichaamsdelen in de motorische en somatosensorische cortex van de
hersenen. Door middel van deze representaties is het mogelijk om onderscheid te maken tussen
de verschillende hersendelen, bijvoorbeeld zodat je alle vingers los kunt aansturen, of zodat je
weet dat je voeten op de grond staan.
Somatotopie:
Ieder lichaamdeel is op een specifieke plaats vertegenwoordigd in de hersenen. - Kaart van het
lichaam
Temporale lob:
Sensorisch - zintuigelijke informatie - ruiken, proeven & horen
Occipitale lob:
Sensorisch - zintuigelijke informatie - zien
Pagina 3 van 26
Week 1
Leerdoelen - Centraal zenuwstelsel (CZS)
1. De student kan het zenuwstelsel indelen op een anatomische en functionele manier:
Anatomisch:
- Centraal (alles wat in het midden ligt):
Grote hersenen (cerebrum)
Kleine hersenen (cerebellum)
Hersenstam (truncus cerebri)
Ruggenmerg (medulla spinalis)
- Perifeer (alles wat buiten het czs ligt):
12 Hersenzenuwen
32 paar spinale en perifere zenuwen
Doel:
Sensoriek: vanuit zintuigen naar czs
Motoriek: vanuit czs naar spieren
Functioneel:
- Vegetatief (autonoom)
Alles wat automatisch gebeurt (onbewust) zoals hartslag, ademen, etc.
- Animaal (somatisch)
Alles wat je bewust kan aansturen (controle)
Pagina 1 van 26
,2. De student kan een beschrijving geven van de functie van verschillende structuren die
behoren tot het centraal zenuwstelsel:
3. De student kan de cortex cerebri naar functie indelen in verschillende lobben:
Cortex cerebri = Hersenschors - bewuste sensoriek en motoriek
- Frontale lob:
Motoriek & persoonlijkheid
- Parientale lob (sensoriek):
Tast & proprioceptie (bewust zijn van de stand van het gewricht / ledenmaat in de ruimte)
- Occipitale lob (sensoriek):
Ogen
- Temporale lob (sensoriek):
Horen, proeven & ruiken
4. De student kan het verschil tussen de hemisferen van de cortex uitleggen:
5. De student kan van verschillende structuren die behoren tot het subcorticale niveau de
functie benoemen:
- Kleine hersenen (cerebellum):
Fijne motoriek & coördinatie
- Hersenstam (truncus cerebri):
Vitale functies (bloeddruk, ademhalen, etc)
Tussenhersenen(diencephalon)
- Thalamus = verdeelcentrum van sensorische informatie
- Hypothalamus = voor de homeostase (hormonale huishouding)
Middenhersenen
Pons (waarnemingsinformatie)
Medulla oblongata (reguleren van vitale functies)
Pagina 2 van 26
, 6. De student kan de verschillende niveaus van het ruggenmerg beschrijven:
Cervicaal 8
Thoracaal 12
Lumbaal 5
Sacraal 5
TERMINOLOGIE
Centraal zenuwstelsel:
De zenuwen die centraal liggen - Grote hersenen / Kleine hersenen / Hersenstam / Ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel:
Zenuwen die buiten het czs liggen - zenuwen in extremiteiten
Hersenen:
Grote hersenen (Cerebrum) / Kleine hersenen (Cerebellum) / Hersenstam (Truncus cerebri) /
Ruggenmerg (Medulla spinalis)
Cortex cerebri:
Of hersenschors, waar informatie uit de rest van het lichaam ontvangen, geanalyseerd en
geïnterpreteerd wordt.
Frontale lob:
Ligt voor in de hersenen, belangrijk voor persoonlijkheid, gedrag & motoriek
Centrale sulcus:
Een groeve in de hersenen en scheid de sensorische van de motorische informatie
Parietale lob:
Middelste gedeelte van de hersenen, zorgt voor de somatosensoriek = lichaamsgevoel.
Gedeelte waar je gevoel mee waarneemt
Primaire schors:
Visueel, akoestisch, tactiel
Precentrale gyrus:
Verdikking voor de centrale sulcus, daar ligt de motorische somatotopie
Postcentrale gyrus:
Verdikking achter de centrale sulcus, daar ligt de sensorische somatotopie
Homunculus:
is een representatie van lichaamsdelen in de motorische en somatosensorische cortex van de
hersenen. Door middel van deze representaties is het mogelijk om onderscheid te maken tussen
de verschillende hersendelen, bijvoorbeeld zodat je alle vingers los kunt aansturen, of zodat je
weet dat je voeten op de grond staan.
Somatotopie:
Ieder lichaamdeel is op een specifieke plaats vertegenwoordigd in de hersenen. - Kaart van het
lichaam
Temporale lob:
Sensorisch - zintuigelijke informatie - ruiken, proeven & horen
Occipitale lob:
Sensorisch - zintuigelijke informatie - zien
Pagina 3 van 26