Fysiotherapeutisch Handelen
c-FH1 Lage rugpijn en nekpijn
(2 vragen)
Leerdoelen
De fysiotherapeut in opleiding (FIO) herkent:
• de regiospecifieke rode vlaggen voor lage rug- en nekpijn.
• de vragenlijsten/meetinstrumenten beschreven in de KNGF-richtlijn Lage rugpijn en de
KNGF-richtlijn Nekpijn.
• de patiëntprofielen beschreven in de KNGF-richtlijn Lage rugpijn.
• de gradaties van de Taskforce Neckpain beschreven in de KNGF-richtlijn Nekpijn.
• de specifieke testen passend bij een lumbosacraal en cervicaal radiculair syndroom.
• de behandelinterventies passend bij de patiëntprofielen/gradaties zoals beschreven in de
KNGF-richtlijn Lage rugpijn en KNGF-richtlijn Nekpijn.
Voorbereidende opdracht (1 SBU)
Bestudeer de bronnen en beantwoord de volgende vragen:
1. Welke testen kun je gebruiken in het onderzoek naar a-specifieke lage rugpijn en a-specifieke
nekpijn?
2. Welke patiëntenprofielen worden er in de KNGF-richtlijn genoemd?
3. Welke gradaties van nekpijn worden onderscheiden?
4. Welke vragenlijsten kun je gebruiken bij lage rugpijn en nekpijn?
Casus 1 degeneratie LWK, lumbale wervelkolom
Aspecifiek
- 90% lage rugpijn
- Geen specifieke oorzaak
- Pijn in lumbosacrale regio (onderrug) soms uitstralend naar gluteaal regio (bil) en bovenbeen
Specifiek
- Lumbosacraal radiculair syndroom, zenuwwortel in onderrug is bekneld, met meestal een
hernia als oorzaak
- Als gevolg van mogelijk ernstige onderliggende specifieke aandoening(en)
- De rugklachten die wel een specifieke oorzaak hebben, met een hernia als voorbeeld
,Stroomdiagram
Fysiotherapeuten behandelen alleen aspecifieke klachten, met uitzondering van het lumbosacraal
radiculair syndroom
Screening
• Uitsluiten van ernstige onderliggende pathologie
– GO – NO GO
• Rode vlaggen
– Algemeen
– Regio specifiek
Specifieke lage rugpijn
– Lumbosacraal radiculair syndroom
• SLR (Lasègue)
• Vinger vloer > 25cm
– Rugpijn met mogelijk ernstige
onderliggende specifieke aandoeningen
Meetinstrumenten
PSK: 0-10
QBPOS: 0-100
NRS: 0-10, afgelopen 24 uur
,Profielen bij aspecifieke lage rugpijn
• Profiel 1
– Aspecifieke lage rugpijn met een normaal beloop van herstel (met of zonder
therapie, eerste weken een toename van activiteit en daling van pijn zien)
• Profiel 2
– Aspecifieke lage rugpijn met een afwijkend beloop zonder dominante aanwezigheid
van psychosociale herstel belemmerende factoren (zie je geen stijgende lijn)
• Profiel 3
– Aspecifieke lage rugpijn met een afwijkend beloop met dominante aanwezigheid
psychosociale herstel belemmerende factoren (zie je ook geen stijgende pijn)
Diagnostiek
• Bepaal de relevante regio’s
– TWK
– LWK
– SI (sacrum-ilium gewricht)
– Heup
Behandeling
, (1 vraag)
Casus 2 degeneratie CWK, cervicale wervelkolom
Stroomdiagram, let op de gradaties
c-FH1 Lage rugpijn en nekpijn
(2 vragen)
Leerdoelen
De fysiotherapeut in opleiding (FIO) herkent:
• de regiospecifieke rode vlaggen voor lage rug- en nekpijn.
• de vragenlijsten/meetinstrumenten beschreven in de KNGF-richtlijn Lage rugpijn en de
KNGF-richtlijn Nekpijn.
• de patiëntprofielen beschreven in de KNGF-richtlijn Lage rugpijn.
• de gradaties van de Taskforce Neckpain beschreven in de KNGF-richtlijn Nekpijn.
• de specifieke testen passend bij een lumbosacraal en cervicaal radiculair syndroom.
• de behandelinterventies passend bij de patiëntprofielen/gradaties zoals beschreven in de
KNGF-richtlijn Lage rugpijn en KNGF-richtlijn Nekpijn.
Voorbereidende opdracht (1 SBU)
Bestudeer de bronnen en beantwoord de volgende vragen:
1. Welke testen kun je gebruiken in het onderzoek naar a-specifieke lage rugpijn en a-specifieke
nekpijn?
2. Welke patiëntenprofielen worden er in de KNGF-richtlijn genoemd?
3. Welke gradaties van nekpijn worden onderscheiden?
4. Welke vragenlijsten kun je gebruiken bij lage rugpijn en nekpijn?
Casus 1 degeneratie LWK, lumbale wervelkolom
Aspecifiek
- 90% lage rugpijn
- Geen specifieke oorzaak
- Pijn in lumbosacrale regio (onderrug) soms uitstralend naar gluteaal regio (bil) en bovenbeen
Specifiek
- Lumbosacraal radiculair syndroom, zenuwwortel in onderrug is bekneld, met meestal een
hernia als oorzaak
- Als gevolg van mogelijk ernstige onderliggende specifieke aandoening(en)
- De rugklachten die wel een specifieke oorzaak hebben, met een hernia als voorbeeld
,Stroomdiagram
Fysiotherapeuten behandelen alleen aspecifieke klachten, met uitzondering van het lumbosacraal
radiculair syndroom
Screening
• Uitsluiten van ernstige onderliggende pathologie
– GO – NO GO
• Rode vlaggen
– Algemeen
– Regio specifiek
Specifieke lage rugpijn
– Lumbosacraal radiculair syndroom
• SLR (Lasègue)
• Vinger vloer > 25cm
– Rugpijn met mogelijk ernstige
onderliggende specifieke aandoeningen
Meetinstrumenten
PSK: 0-10
QBPOS: 0-100
NRS: 0-10, afgelopen 24 uur
,Profielen bij aspecifieke lage rugpijn
• Profiel 1
– Aspecifieke lage rugpijn met een normaal beloop van herstel (met of zonder
therapie, eerste weken een toename van activiteit en daling van pijn zien)
• Profiel 2
– Aspecifieke lage rugpijn met een afwijkend beloop zonder dominante aanwezigheid
van psychosociale herstel belemmerende factoren (zie je geen stijgende lijn)
• Profiel 3
– Aspecifieke lage rugpijn met een afwijkend beloop met dominante aanwezigheid
psychosociale herstel belemmerende factoren (zie je ook geen stijgende pijn)
Diagnostiek
• Bepaal de relevante regio’s
– TWK
– LWK
– SI (sacrum-ilium gewricht)
– Heup
Behandeling
, (1 vraag)
Casus 2 degeneratie CWK, cervicale wervelkolom
Stroomdiagram, let op de gradaties