1. Welke van de volgende persoonlijkheidstrekken maakt geen deel uit van de Big Five?
A. Vriendelijkheid (Agreeableness).
B. Emotionele Stabiliteit/Neuroticisme.
C. Narcisme.
D. Extraversie.
2. Wat is de naam van de persoon wiens boek als het beginpunt van de moderne
persoonlijkheidspsychologie wordt gezien?
A. Theophrastus.
B. Francis Galton.
C. Gordon Allport.
D. Robert McCrae.
3. Wat is de naam van de persoon wiens boek als het beginpunt van de moderne
persoonlijkheidspsychologie wordt gezien?
A. Theophrastus.
B. Francis Galton.
C. Gordon Allport.
D. Robert McCrae.
4. Een vragenlijst die vriendelijkheid beoogt te detecteren, maar een van de hoofdkenmerken
(hulpvaardigheid) niet meet, heeft een gebrekkige…
A. Betrouwbaarheid (reliability).
B. Convergente validiteit (convergent validity).
C. Inhoudsvaliditeit (content validity).
D. Gezichtsvaliditeit (face validity).
5. Eysenck’s PEN model is een voorbeeld van…
A. De theoretische benadering.
B. De statistische benadering.
C. De lexicale benadering.
D. De orthogonale benadering.
6. Het 16-persoonlijkheidsfactoren systeem van Cattell is een voorbeeld van…
A. De theoretische benadering.
B. De statistische benadering.
C. De lexicale benadering.
D. De orthogonale benadering.
7. De voormalige Tilburgse hoogleraar D.S. volgt een behandeling die zijn morele ontwikkeling
moet bevorderen. D.S. zit krap bij kas en wil zoveel mogelijk tijd overhouden om uren te maken als
privéchauffeur. Om die reden vult hij een persoonlijkheidstest zo in dat degene die deze test moet
beoordelen het idee zal krijgen dat D.S. een enorme vooruitgang heeft geboekt op het gebied van
morele ontwikkeling, terwijl dit eigenlijk niet het geval is. We hebben hier te maken met
A. een Barnum statement.
B. een “false negative”.
C. een “false positive”.
D. motivatieproblemen (“carelessness”).